Specialist Gepubliceerd op

“Goede relatie met collega’s, maakt leraren gelukkig”

10 reacties

Log in om te bewaren.

Delen

Hoe leraren zich voelen, of ze het volhouden in onderwijs en genoeg energie krijgen, hangt ook af van de kwaliteit van hun relaties met collega’s op school. Dat blijkt uit het doctoraatsonderzoek van Chloé Meredith (KU Leuven) over sociale netwerken op school.

Chloé Meredith
Chloé Meredith bracht het sociale netwerk van 14 Vlaamse secundaire scholen in kaart: met wie en hoe vaak praten leraren over de klaspraktijk en met wie en hoe vaak kletsen ze over het gezin, hobby’s? Opvallend: de relaties op school bepalen mee hoe de leraar zichzelf en zijn school ziet. 9 vaststellingen.
 

  1. Leraren zijn meer vrienden dan professionele collega’s op school

  2. Chloé Meredith: “Leraren hebben meer gesprekken over privézaken dan over de klaspraktijk. Gemiddeld 61 procent van alle gesprekken op school is puur persoonlijk. Leraren praten in mindere mate (39 procent) over leerinhouden, werkvormen of klasmanagement. 1 op de 3 gesprekken op school gaat tegelijk over het werk én meer persoonlijke zaken.”
     

  3. Een samenwerkingscultuur op school zorgt voor grotere jobtevredenheid

  4. Chloé Meredith: “Is een sterk sociaal netwerk altijd beter? Dat moet je genuanceerd bekijken. Zo kan een extreem dicht samenwerkingsnetwerk gunstig zijn voor kennisdelen of een gemeenschappelijke onderwijsopvatting. Maar in zo’n netwerk zal misschien weinig nieuwe, externe informatie doorstromen omdat iedereen overtuigd is van de aanpak of visie. Iedereen zit in dezelfde ‘mindset’.”

    “Uit het onderzoek blijkt dat leraren wel meer tevreden zijn in hun job als ze in een samenwerkingscultuur kunnen werken. Ze voelen zich ook meer betrokken bij de school, willen en kunnen zich er makkelijker mee identificeren en willen zich er ook graag aan binden.”
     

  5. Leraren besmetten elkaar met positieve emoties maar ook met negatieve

  6. Chloé Meredith: “We hebben niet kunnen vaststellen dat er minder burn-out is in scholen waar leraren vaker met elkaar praten. Wel dat leraren met sterke onderlinge relaties gevoelens als emotionele uitputting, het gevoel niet meer het verschil te kunnen maken en gelatenheid (‘Het kan me niet meer schelen’) vaker dreigen door te geven, bewust én onbewust.”

    “Tegelijk werkt het gevoel dat je iets verwezenlijkt, dat je bijdraagt aan de school, even besmettelijk. Gesprekken daarover zijn dus het beste tegengif tegen burn-out. Scholen moeten leraren daarom het gevoel geven dat ze ertoe doen, ze de ruimte geven om zich te ontwikkelen en te ontplooien. De lerarenkamer is soms een plek om te ventileren, maar ook om vaak successen te delen en complimenten te geven.”
     

  7. In scholen met een stevig sociaal netwerk willen minder leraren uit hun job stappen

  8. Chloé Meredith: “Jobtevredenheid en betrokkenheid bij de school zijn belangrijke voorspellers om al of niet uit de job te willen stappen. Opnieuw speelt er een besmettingseffect. De intentie om te stoppen wordt gedeeld door collega’s die vaak met elkaar praten.”

    “Maar nog meer zien we dat betrokkenheid bij de school besmettelijk is. Zowel startende als ervaren leraren die omringd worden door collega’s die zich betrokken voelen, tonen zelf een hogere betrokkenheid, maar ook een hogere jobtevredenheid. En wie zich zo voelt, wil in de job blijven. Het gaat dus niet over hoeveel relaties een leraar heeft, maar wel over wát er in die relaties gebeurt en uitgewisseld wordt.”
     

    Met wie praat jij over de klaspraktijk?

     
    grafiek: 'Met wie praat jij over klaspraktijk'. School A


    • In school A zijn er meer geïsoleerde leraren die met niemand over de klaspraktijk praten.
    • Leraren in school A praten maandelijks met gemiddeld 2 personen over de klaspraktijk, in school B is dat bijna het dubbel.
    •  
       
      grafiek: 'Met wie praat jij over klaspraktijk'. School B


    • In school B is het aantal wederkerige interacties 3 keer groter dan in school A.
    • Leraren met meer ervaring hebben niet noodzakelijk meer relaties.
    •  


      legende bij infografiek

     

  9. Samenwerken stimuleren rendeert

  10. Chloé Meredith: “Leraren aanmoedigen om samen te werken kan ervoor zorgen dat collega’s elkaar beter leren kennen, dat er vertrouwen groeit. Uit het onderzoek blijkt dat formele structuren zoals bv. vakwerkgroepen informele interacties kunnen faciliteren. Doordat leraren elkaars talenten en expertise leren kennen, bestaat de kans dat ze elkaar in de toekomst sneller vinden.”

    “Een voorbeeld om uitwisseling en samenwerking te stimuleren is de Talentenkaart. Het idee is simpel: je brengt de talenten van alle leraren op school in beeld en zet het team aan tot uitwisseling en samenwerking. Onderzoek toont dat die Talentenkaart voor meer jobtevredenheid zorgt en meer positieve vibes in het team. Zowel starters als ervaren leraren wisselen meer informatie uit én zetten hun talenten breder in.”
     

  11. Subgroepen op school hoeven geen probleem te zijn

  12. Chloé Meredith: “Sociale netwerken op scholen verschillen heel hard, vooral als het gaat over het inhoudelijke, het werkgerelateerde. Soms zie je dat zo’n netwerk heel gecentraliseerd is, dat 1 persoon heel wat relaties uitstuurt of ontvangt, terwijl in andere scholen de relaties gelijkmatig verdeeld zijn.”

    “In grote organisaties, zoals secundaire scholen, ontstaan er vaak subgroepen. Dat is een ‘natuurlijk’ proces, omdat het vaak onmogelijk is om met iedereen even intens te interageren. Zolang ze niet ‘balkaniseren’, of afgesloten raken van de rest van het team en dus ingebed zijn in een bredere samenwerkingscultuur en -structuur op school, vormen die subgroepjes geen probleem.”
     

  13. De directeur hoeft niet centraal in het netwerk

  14. Chloé Meredith: “De directeur kan het sociale kapitaal op school sterk boosten. Als hij of zij een duidelijke visie heeft over co-teachen, hospiteren, projectwerking … en de leraren uitdaagt om talenten en expertise te delen. En als hij ook zelf het voorbeeld geeft en aanspreekbaar is. Hij hoeft daarvoor niet in het centrum van alle interactie te staan maar kan bv. ook als brugfiguur functioneren tussen leraren en subgroepen.”
     

  15. De lerarenkamer mag geen bezemhok zijn

  16. Chloé Meredith: “Als we willen dat leraren met elkaar praten, informatie uitwisselen of samenwerken, maken we daar het best ook tijd en ruimte voor. Nodigt de lerarenkamer uit om met elkaar te werken? Eerder onderzoek toont aan dat leraren die op dezelfde gang lesgeven of samen pauze hebben vaker met elkaar praten en samenwerken. Je kan ook vakleraren op hetzelfde moment vrij roosteren. Ook een koffiehoek of samen in de refter eten, kunnen het netwerk versterken.”
     

  17. Hechte sociale netwerken op school zorgen indirect voor betere leerlingenprestaties

  18. Chloé Meredith: “Prof. Nienke Moolenaar deed in Nederland onderzoek in basisscholen. Ook daaruit blijkt dat hoe meer relaties leraren aangaan op school, hoe meer vertrouwen ze hebben in elkaar. Ook zij constateert dat hechte sociale netwerken voor meer betrokken leraren zorgen en dat de school ook meer open staat voor vernieuwing. Indirect stelt ze zelfs betere leerlingenprestaties vast.”

 


Chloé Meredith deed haar onderzoek binnen het kader van het Steunpunt Studie- en Schoolloopbanen (2012-2015).