Zo doen zij het Gepubliceerd op

Hoe maak je tijd voor innovatie op school?

4 reacties

Log in om te bewaren.

Delen

‘Geen tijd’ is in de Nederlandse basisschool De Grebbe geen excuus voor de leraren om niet te vernieuwen. Want directeur Lia Vermeulen máákt tijd. Ze heeft lak aan eindeloze personeelsvergaderingen, organiseert maandelijks een pedagogische studiedag en verwacht dat het hele team elke dag op school is van 8 tot half 5.
 

Vergaderen: een kwartier per dag

Lia Vermeulen: “3 keer per week zitten we ’s ochtends met het hele team samen van 8.15 tot 8.30 uur. Dat kan omdat iedereen er al om 8 uur moet zijn. Bij een kop koffie overlopen we wat iedereen moet weten: hoe laat komt Sinterklaas, welk liedje gaan we zingen … Dat soort dingen. Heel informeel en zonder verslag. That’s it.

Andere dingen worden 1 op 1 besproken op andere momenten. Het voordeel is dat je niet verzandt in eindeloze discussies: ‘Komt de Sint toch niet beter om half 3 in plaats van om 3 uur?’ Nee, de werkgroep heeft daar al over gediscussieerd en beslist: 3 uur.

Soms gebeurt het dat een onderwerp niet afgesloten is. Dat neem ik mee naar de volgende studiedag. Een enkele keer moeten we dringend op iets ingrijpen. Dat bespreken we dan een half uurtje na schooltijd. Want iedereen moet sowieso blijven tot half 5. Zo is er voldoende tijd voor overleg met collega’s en ouders of om al wat verbeter- of voorbereidingswerk te doen.”

Portret directeur Lia Vermeulen

Directeur Lia Vermeulen: “Je moet niet innoveren om te innoveren, omdat het ministerie dat wil of omdat de begeleidingsdienst weer wat nieuws heeft bedacht.”

 

Pedagogische studiedag: elke maand

Lia Vermeulen: “Elke schooldag loopt voor de leerlingen van 8.45 tot 15 uur. We hanteren een continurooster, dus de middagpauze is kort. Dat geeft ons de ruimte om de leerlingen elke maand een dag vrijaf te geven, waarop wij pedagogische studiedagen organiseren. Want enkel als de kinderen er niet zijn, is het hoofd van de leraren echt leeg. Dan pas kan je met hen over innovatie praten.

Zo’n studiedag bestaat uit 3 luiken. Vooraf bekijk ik met de taal-, reken- en gedragsspecialist – leraren die voor een stuk zijn vrijgesteld: waar staan we en waar zitten kwaliteitslekken? Met die thema’s gaan we aan de slag in deel 1. Een tweede deel is praktisch, en deel 3 gaat over onze ‘5 sterren’. Dat zijn de speerpunten van ons pedagogisch project (bv. binding met ouders en buurt; uitblinken in taal, lezen en rekenen …).

Een groepje is telkens verantwoordelijk voor een van die sterren. Op de studiedag krijgen ze ruimte om daar beleid rond te ontwikkelen, taken te verdelen, de rest van het team te informeren enz. Eigenlijk doe ik zelf bijna niets op zo’n studiedag.”

 

Een stukje ‘vrije ruimte’

Lia Vermeulen: “In Nederland verplicht een cao sinds kort een 40-uren werkweek voor leraren. Elke leraar krijgt daarom van mij een overzicht: je staat zoveel uur voor de klas, doet zoveel voor- en nawerk, er zijn zoveel studiedagen, je bent leraar van bv. groep 8 en gaat dus op kamp, je zit in werkgroep X, volgt een cursus …

Als je dat optelt, blijft er bij bepaalde mensen een aantal uren van de 40 over. Zij gaan in die ‘vrije ruimte’ de beleidsideeën en -acties die op de studiedagen worden voorgesteld, effectief uitvoeren. Op die manier komt alle vernieuwing uit het team. En ja, mensen kloppen geregeld overuren, maar ik geef ze de verantwoordelijkheid die zelf bij te houden, zodat ze die kunnen compenseren tijdens de vakantiedagen die ik inplan als werkdagen. Zij hoeven er dan niet te zijn.”


Alle vernieuwing komt uit het team.
Ik ben niet diegene die zegt: ‘En nu gaan we dit doen.

Lia Vermeulen - directeur

Wat je zelf doet …

Lia Vermeulen: “In de loop der jaren heb ik geleerd dat je zo min mogelijk mensen van buiten moet halen om vernieuwing in je school te krijgen. Zo iemand kent nooit je school voor 100%. Hoe die ook probeert een verhaal ‘op maat’ voor te bereiden, het blijft toch vaak wat te algemeen. Dan zie je wolkjes boven de hoofden verschijnen: ‘Bij ons is het anders’. En als die persoon dan weg is, blijkt het verdomd moeilijk om het vuur gaande te houden.

Als je intern wat bedenkt, dan is er minstens 1 iemand binnen je organisatie die het urgent vindt, en die neemt de rest mee. Dat urgentiebesef is de eerste voorwaarde voor vernieuwing: mensen moeten het nodig vinden om te ontwikkelen. Het is daarom ook belangrijk mensen te laten nascholen. Zo doen ze ideeën op en beseffen ze: dit doen wij nog niet goed (genoeg). Ook dát is weer vertrouwen en verantwoordelijkheid geven. Ik ben niet degene die zegt: ‘En nu gaan we dit doen’.”
 

De juiste focus

Lia Vermeulen: “Ik besef dat ik geluk heb met mijn team: al mijn leraren hebben de intentie om het steeds beter te willen. Ik geloof niet dat ze het gevoel hebben: ‘Gaan we nu weer wat nieuws doen’ of ‘Nu komt dat er weer bij’. Want dat is ook niet zo. Je ontwikkelt almaar op hetzelfde pad, elke keer een stapje verder. Een sterk concept zoals onze ‘5 sterren’ geeft de nodige focus. Iedereen weet: we gaan die kant op. En ze voelen ook dat het wat oplevert: de leerlingenresultaten worden beter. Dat maak ik ook visueel met grafieken in de lerarenkamer.

Je moet niet innoveren om te innoveren, omdat het ministerie dat wil of omdat de begeleidingsdienst weer wat nieuws heeft bedacht. Begin bij de vraag: wie zit er op mijn school en wat hebben die nodig? Past het aanbod van onze school bij onze populatie? Is dat zo, ga dan niet moeilijk doen, kijk alleen of je dat nog mooier kan maken. Als je wat mist, dan is het tijd voor innovatie. Alleen dan kan je ook aan je leraren de boodschap ‘verkopen’: het moet anders.”