Verhaal Gepubliceerd op

“Ik geef anders les, na mijn reis naar Afrika”

Reageer

Log in om te bewaren.

Delen

“Onze kinderen weten niet meer wat het is om zich te vervelen. In Afrika is dat wel anders. Verveling stimuleert daar creativiteit. Ook in de klas.” Docent Nele Kempenaers trok voor Leraars zonder Grenzen naar Burundi. Ze leerde er lesgeven zonder toeters en bellen, veel leerkansen bieden met minimaal lesmateriaal. Dat spreekt ook haar Vlaamse leerlingen aan.

In Burundi gaf Nele les in de lerarenopleiding in de provincie Kirundo. Een heel ander publiek dan haar studenten aan de UA. “Tijdens de eerste les hadden de cursisten zich met z’n allen op de eerste rij gepropt. Veilig op een afstand blijven, dat kennen ze daar helemaal niet!”

De Burundese leraren zijn enorm gedreven om hun lespraktijk én hun Engelse taalvaardigheid te verbeteren. Ook hun leerlingen hebben meer discipline dan de Vlaamse kinderen. Ze beseffen: ik krijg kansen. Als ik die goed benut, kan ik iets worden. Jonge Afrikaanse leraren staan daarom vaak onderbetaald voor de klas, in de hoop op een vaste baan.
 

Minimaal lesmateriaal

Motivatie is niet het enige verschil. Waar de Vlaamse leraren beschikken over smartboards en allerlei educatief materiaal, daar moet de Afrikaanse leraar het doen met een krijtbord. Als hij geluk heeft, krijgt hij er ook krijt bij. Klassen van 100 leerlingen zijn geen uitzondering.

Meestal zijn er onvoldoende lesboeken beschikbaar, die bovendien nogal saai zijn: dezelfde verhalen, prenten en oefeningen voor Engels, Frans en Kirundi. Maar aangezien het lesmateriaal door de overheid wordt opgelegd, moeten ze het ermee doen. Een westerse aanpak is geen optie.


Wat je hebt, benut je optimaal. Ik gaf een hele voormiddag les met één foto.

Nele Kempenaers - leraar en docent, actief bij Leraren onder Grenzen

Nele moest zich inleven in de Afrikaanse situatie. Samen met de leraren van ginder zocht ze uit hoe je lesmateriaal optimaal kan benutten. “Wat kan je allemaal doen met die ene prent over naar de winkel gaan? Welke conversaties zouden de personages hebben voor of na hun winkelbezoek?” Dat prikkelde de fantasie en creativiteit die veel Afrikaanse leraren – verhalenvertellers bij uitstek – van nature bleken te bezitten.

Werken met minimale middelen geeft Nele een kick. “Zo heb ik een hele voormiddag lesgegeven met één foto. Een shirtloze jongen op een voetbal, zijn rug naar de fotograaf. Wat is er gebeurd? Hoe voelt hij zich? Tijdens het gesprek werkten we onbewust aan de woordenschat rond emoties en sport. Of we gebruikten om ter meest de present continuous (he is sitting, thinking …).”

“Pas in Afrika besefte ik het enorme potentieel van die ene prent. Je hoeft het zelfs niet zo ver te zoeken. Je eigen lichaam is ook een uitstekende conversatiestarter: trek een gekke bek en de Afrikaanse meesters en juffen zijn vertrokken.”
 

Overaanbod in Vlaanderen

Kan je die methodieken ook gebruiken in Vlaanderen? ‘Door het overaanbod aan lesmateriaal voelen wij de nood niet om één foto helemaal uit te melken. Waarom zou je?’ Toch leert Nele haar studenten aan de UA dat zij het niet zo ver moeten zoeken. “In mijn tas steekt standaard een stapel rode en groene kaarten, die de leerlingen omhooghouden om aan te geven of het antwoord juist is. Maar je kan dat net zo goed doen met een pen en schrift.”


Gooi er af en toe een les zonder toeters en bellen tussen, en je leerlingen zijn veel alerter en actiever.

Nele Kempenaers - leraar en docent, actief bij Leraren onder Grenzen

In het secundair onderwijs merkt Nele dat leerlingen soms snakken naar eenvoud. “Als ze net uit een godsdienstles komen waar ze een fragment hebben bekeken en besproken, zullen ze snel afhaken bij een luisteroefening. Overprikkeld, wéér een filmpje … Gooi er af en toe een les zonder toeters en bellen tussen, en ze zijn veel alerter en actiever.”

Helemaal vanuit het niets beginnen vertellen is moeilijk, zeker voor tieners. Daarom vertrekt Nele van alledaagse objecten. “Er is een misdrijf gepleegd en we hebben een rugzak gevonden op de plaats delict. Wat zit er in die zak? Waarvoor heeft de crimineel die voorwerpen gebruikt? In groep een scenario schrijven en dat aan de klas voorstellen, is een waar taalbad.”
 

Optimisme

“Je leest het steeds vaker: kinderen weten niet meer wat het is om zich te vervelen. Terwijl verveling juist creativiteit kan stimuleren.” Als Nele dat ergens heeft ondervonden, is het wel in Burundi. Elke kiezel is er potentieel speelgoed. “Afval bestaat er niet. Dopjes van petflessen: educatief materiaal bij uitstek. Of wat dacht je van lege flessen meenemen naar de winkel, om ze te vullen met olie of melk? In Vlaanderen doet een handvol milieufanaten dit, in Afrika is het de normaalste zaak van de wereld.”

Het eeuwige optimisme van de mensen, dat bleef Nele het meest bij. “Bij ons zie je zo veel verzuring. Het leven is voor niemand simpel, zeker daar. Dan toch zo positief blijven … voor mij was dat echt een verrijking.”

Probeert ze dat optimisme ook uit te stralen naar haar leerlingen? “Ja, maar dat had ik altijd al. Mijn leerlingen evalueren mij steevast als ‘heel erg’ of zelfs ‘té enthousiast’. Tja, ik doe mijn job gewoon graag. Zet mij voor een klas en ik ben blij. Dat komt niet door Afrika, dat is gewoon Nele.”
 

Nele Kempenaers (30, Lier) had altijd al een passie voor andere talen en culturen. Ze gaf een zomercursus aan internationale studenten, ging op uitwisseling naar Zweden en werkte mee aan een onderzoeksproject rond vreemdetalenonderwijs aan de KU Leuven. Tegenwoordig geeft ze Engels aan het aso-tso in Kontich én begeleidt ze leraren Engels in spe aan de Universiteit Antwerpen. Ex-collega Josiane Frans, een van de bezielers van Leraars zonder Grenzen, maakte haar warm voor ontwikkelingswerk.