Gepubliceerd op
Verhaal

Starter Sofie onderschatte de werkdruk

“Op maandag ging ik solliciteren, woensdag kreeg ik te horen dat ik mocht beginnen, donderdag was er samenkomst van de nieuwe leraren, vrijdag kreeg ik mijn boeken en maandag stond ik voltijds voor de klas.” Starter Sofie de Laat (24) had geen tijd om te aarzelen en liet zich overvallen door de werkdruk.

“Ik ben erg tevreden over mijn lerarenopleiding: vakinhouden en didactische principes hebben ze mij uitstekend aangeleerd. Maar waar ze me niet op voorbereid heeft, is de berg werk die je als starter op je bord krijgt. Zo begon ik meteen met een achterstand aan mijn lesvoorbereidingen.

Want het ging vlug: op maandag ging ik solliciteren, woensdag kreeg ik te horen dat ik mocht beginnen, donderdag was er samenkomst van de nieuwe leraren, vrijdag kreeg ik mijn boeken en maandag stond ik voltijds voor de klas.

Foto van Sofie (24)

Sofie (24), lerarenopleiding Nederlands-wiskunde, master taal- en letterkunde Nederlands, onderschatte de werkdruk van het beroep.

Lesvoorbereidingen

In de lerarenopleiding kreeg ik mijn lesonderwerpen meestal ruim op voorhand, en waren mijn lesvoorbereidingen al klaar voor ik aan mijn stage begon. Maar op school had ik steeds het gevoel dat ik de feiten achterna holde. Lesvoorbereidingen, correcties, agenda’s nakijken, rapporten invullen …

Creatief uit de hoek komen en toffe lessen in elkaar steken zoals ze je in de lerarenopleiding leren, daar heb je gewoonweg de tijd niet voor. Als je vrienden vrij zijn in het weekend, werk jij de hele dag aan je bureau voor school. Dat wringt.

Te korte stage

Gelukkig sta ik doodgraag voor de klas en ondersteunt de school mij als beginner goed. Maar het blijft loodzwaar, en dat had ik niet ingeschat. Tijdens mijn eindstage gaf ik 15 uur les per week, nu 23. Die 8 uur meer maken een groot verschil in werkdruk.

Bovendien stond ik als voormalig aso-leerling ook voornamelijk voor aso- en handelsklassen. Dat maakte de praktijkschok nog groter. Want in mijn klassen zitten zware gevallen. ‘Maar mevrouw, hoe was je zelf vroeger’, zeggen mijn bso’ers als ze weer eens lastig doen. En dan denk ik: alles behalve dát. Ik was het brave dezeke dat haar hand opstak en deed wat van haar gevraagd werd.

Gelukkig heb ik de steun van 2 goeie vriendinnen die puur toevallig samen met mij dit jaar op school zijn gestart. Mensen die je vertrouwt, van wie je weet dat ze hetzelfde meemaken, en met wie je open kan praten over je problemen, die maken het verschil.”
 

Wat zeggen de experts?

Beantwoordt de lerarenopleiding aan de werkelijkheid?

Martin Valcke, professor Onderwijskunde UGent: “Uit onderzoek blijkt dat de lerarenopleiding te weinig beantwoordt aan de werkelijkheid. Leermoeilijkheden, zorgproblemen, diversiteit … behandelt de lerarenopleiding te laat of te weinig. Bovendien leer je heel veel óver lesgeven, óver groepswerk, óver peer-tutoring, maar je leert die dingen te weinig zélf doen. De lerarenopleiding worstelt met een heel diverse instroom van studenten, maar differentieert zelf weinig systematisch. Terwijl je je studenten net moet opleiden voor gedifferentieerd onderwijs!”

Hoe kan de lerarenopleiding beter aansluiten op het beroep?

Martin Valcke: “Laat de lerarenopleiding een model zijn voor het lesgeven op een school. Als je instroom divers is, werk dan met niveaugroepen, binnenklasdifferentiatie en peer-tutoring. Zo leren je studenten hoe dat in het echt werkt. Laat studenten lerarenopleiding van in het eerste jaar een dag per week meedraaien op een school. Zo krijgen ze een vollediger beeld van het complexe lerarenberoep.”

Geert Kelchtermans, professor Onderwijsbeleid en -vernieuwing en lerarenopleiding KU Leuven: “Ook al zijn stages zo realistisch mogelijk, toch word je van de ene dag op de andere leraar. En ben je op slag verantwoordelijk voor je leerlingen, leerplan realiseren, omgaan met de ouders. Daar kan de lerarenopleiding nooit pasklare oplossingen voor geven. Dus is aanvangsbegeleiding geen taak van de lerarenopleiding. Anders krijg je een verkapte verlenging van de lerarenopleiding. Je geeft dan aan je afstudeerders mee: je denkt wel dat je leraar bent, maar je bent het nog niet.”

“Nee, laat de school zelf aanvangsbegeleiding doen. Die kan een starter begeleiden om in díe specifieke schoolcultuur, in díe klassen, in dát leerjaar op een goeie manier zijn gang te gaan. De pedagogische begeleider kan daar een rol in spelen, op voorwaarde hij de starter ondersteunt, niet evalueert. Dat moet de directeur doen. Als je begeleiding en evaluatie door elkaar haalt, noem het dan niet aanvangsbegeleiding, maar een proefcontract.”

Het beste van Klasse in je mailbox?

  • Al 56.000 leraren zijn abonnee
  • 1 keer per week en helemaal gratis
  • Verhalen van collega’s, concrete praktijktips, exclusieve wedstrijden ...