Klastips Dit artikel behoort tot de reeks Kansarmoede Gepubliceerd op

Herken jij signalen van armoede?

Reageer

Log in om te bewaren.

Delen

Of je leerlingen kansarm zijn of niet, daar heb je als school weinig vat op. Toch is goed onderwijs een belangrijke ontsnappingsroute uit de armoede. Daar kan je school wél aan werken. Een goed kansarmoedebeleid begint bij signalen herkennen.

ingevulde signaallijst ligt op tafel
 

Signaallijst armoede

In Vlaanderen leeft gemiddeld 1 kind op de 10 in een kansarm gezin. Deze printable signaallijst maakt je alert. Signaallijsten zijn maar wat ze waard zijn en niet alle signalen wijzen rechtstreeks naar armoede, natuurlijk. Bekijk ze met collega’s, de zorgcoördinator, CLB-medewerker. En bespreek wat je samen kan doen. Integreer de signaallijst in het armoedebeleid op school.
 

Waar kan je op letten?

Bij de inschrijving

De ouder(s):

  • komen hun kind niet zelf inschrijven
  • zijn alleenstaand of gescheiden
  • zijn laaggeschoold of werkloos
  • hebben gezondheidsproblemen (lichamelijke of psychische)
  • hebben zelf een problematische schoolloopbaan
  • hebben een laag of onstabiel inkomen (vervangingsinkomen)
  • zijn niet in orde met de ziekteverzekering
  • hebben een vreemde nationaliteit.

Het kind:

  • heeft leer- of ontwikkelingsachterstand
  • heeft al op veel scholen gezeten
  • woont niet thuis

In de school en in de klas

De kleuter of leerling:

  • is vaak afwezig of komt te laat
  • neemt niet deel aan (betalende) activiteiten of uitstappen
  • heeft meestal dezelfde kleren aan, heeft een onverzorgd uiterlijk, geen tandhygiëne
  • eet weinig gezonde voeding, ‘vergeet’ zijn boterhammen
  • heeft geen of te weinig schoolspullen bij
  • heeft vaak lichamelijke of psychische klachten
  • wordt gepest, heeft weinig vrienden
  • is onzeker en kan moeilijk in groep spelen of samenwerken
  • stoort geregeld de les, verdraagt geen opmerkingen, maakt lawaai
  • is (faal)angstig, weinig zelfstandig, vlug ontmoedigd, heeft concentratieproblemen, stelt geen vragen
  • zijn thuistaal verschilt duidelijk van de schooltaal

Bij communicatie met de ouders

De ouder(s):

  • vermijden contact of zoeken impulsief contact
  • komen niet naar het oudercontact
  • werken niet mee bij problemen, willen hun kind naar een andere school sturen
  • betalen de schoolrekeningen niet of te laat
  • reageren niet op brieven, tekenen geen nota’s, of rappporten
  • reageren niet op een doorverwijzing naar tandarts, oogarts, logopedist
  • schuiven hun taken door naar hun kind: rapport ophalen, afspraken maken, tolken
  • beheersen de taal niet

Uit de leefwereld van het kind

  • het gezin leeft geïsoleerd, heeft een beperkt netwerk (geen vertrouwensfiguren)
  • er is budgetbegeleiding
  • het gezin heeft een onzekere verblijfssituatie
  • er zijn veel conflicten, familieruzies
  • het kind neemt weinig deel aan culturele activiteiten, is geen lid van een jeugdbeweging, sportclub…