Specialist Gepubliceerd op

Weerstand tegen veranderingen? Coach je collega!

1 reactie

Log in om te bewaren.

Delen

Wat als je veranderingen wil doorvoeren op school, maar je collega’s wringen tegen? “Laat die weerstand toe. En waardeer ze”, zegt coachtrainer Hans Mennes. “Want weerstand toont dat je collega’s betrokken zijn.”

Hans Mennes

“Weerstand tegen veranderingen is perfect normaal”, zegt Hans Mennes. “Onder weerstand zit een zorg. Die kan heel divers en persoonlijk zijn: schrik dat ze het niet zullen kunnen, of dat veranderingen hen met nog meer werk opzadelen, dat ze hun talenten niet meer zullen kunnen uitspelen. Of dat het ten koste zal gaan van het niveau van de leerlingen, dat het gewoon een tendens is die na 2 jaar overwaait.”
 

5 stappen om met weerstand om te gaan

Stap 1: Maak je doel duidelijk

Hans Mennes: “Zorg ervoor dat je doel duidelijk, haalbaar en aantrekkelijk is. Maak de mogelijke winst zichtbaar voor je collega’s. Ga op bezoek in een andere school. Zo toon je dat veranderingen écht werken en krijg je reacties van je collega’s: ‘Zo had ik het nog niet bekeken’.”

“Betrek je collega’s in het veranderingsproces. Mensen met weerstand tegen veranderingen zijn vaak ervaren leraren die terechte kritiek hebben. Luister daarnaar, want die mensen hebben onbetaalbare onderwijservaring. En die heb je nodig bij veranderingsprocessen.”
 

Stap 2: Waardeer de weerstand

Hans Mennes: “Laat toe dat je collega’s weerstand hebben. Weerstand is een logisch onderdeel van een groeiproces. Ga niet frontaal in de tegenaanval. Probeer hun ideeën niet te bestrijden, probeer hen niet te overtuigen dat jouw aanpak beter werkt. Want dan verhardt hun overtuiging alleen maar. En wordt de weerstand scherper. En dat kost je heel veel energie.”

“Wees liever benieuwd naar de weerstand. Die toont dat je collega’s betrokken zijn. Wie onverschillig staat tegenover veranderingen, doet immers gewoon verder zijn zin. Vraag dus door tot je een duidelijk beeld hebt van de weerstand. Dan bestaat de kans dat de anderen zich ontspannen. Ze zijn dikwijls opgelucht dat ze weerstand mógen hebben. Maak zo de zorg zichtbaar die onder de weerstand zit. En op die zorg kan je coachen.
 

Stap 3: Coach je collega’s

Hans Mennes: “Ga samen na hoe je rekening kan houden met de zorg van je collega en tegelijk de stappen kan zetten die je als school wil realiseren. Laat je collega’s hun eigen doelstellingen in het veranderingsproces bepalen, zonder dat dat zomaar vrijblijvend is. Ga na wat ze wél al willen doen, in plaats van enkel te focussen op de weerstand. Want als je collega’s stappen zetten die haalbaar lijken, en de kans krijgen hun eigen stempel te drukken, zullen ze warm beginnen te lopen voor de veranderingen.”

“Kies daarvoor gerust voor individuele gesprekken. Want als meerdere collega’s weerstand hebben bij eenzelfde voorstel, springen ze op elkaars kar, terwijl de zorg die eronder zit individueel verschilt. Door je collega’s persoonlijk te coachen kan je ook groeien naar zelfregulerende teams op school. Je directeur blijft verantwoordelijk voor de visie en sturing, maar jij en je collega’s worden mee verantwoordelijk voor de realisatie van het project.”
 

Stap 4: Waardeer je collega’s

Hans Mennes: “Waardeer je collega’s voor de stappen die ze zetten. Formuleer je waardering zo concreet mogelijk. Dan is ze herkenbaar en geloofwaardig, en zullen je collega’s steeds meer bereid zijn voluit voor de veranderingen te gaan. En is de kans ook groter dat ze daarna openstaan voor kritiek en bijsturing. Want als je enkel kritiek geeft of zegt wat ze moeten doen, reageren ze: ‘Het is hier nooit goed wat ik hier doe. En ik doe dat hier toch al 15 jaar goed?’ Dan haken ze af.”

“Ga ook bij elkaar observeren om inspiratie op te doen en om elkaar feedback te geven of te steunen. Leraren durven moeilijk hulp te vragen omdat het lastig is om toe te geven je iets nog niet goed kan. In het begin vinden de meeste collega’s dat niet comfortabel, maar achteraf merken ze dat het net heel fijn is om samen te werken met mensen die toegeven dat ze het soms niet weten en die openstaan voor feedback.”

“Toon ten slotte dat je in hen gelooft. Toon dat je tijd voor hen maakt omdat je weet dat het resultaten oplevert en sta vierkant achter je collega’s. Als je hen steunt en vertrouwt, mag je ze ook uitdagen om stappen te zetten en uit hun comfortzone te stappen.”
 

Stap 5: Inspireer elkaar

Hans Mennes: “Geef elke leraar verspreid over de personeelsvergaderingen elk jaar zijn five minutes of fame. Laat hem kort vertellen over iets nieuws wat hij heeft geprobeerd in zijn klas. Dat hoeft helemaal niets groots te zijn. Integendeel: kleine, concrete successen vinden je collega’s het meest inspirerend om te horen. Want die kunnen ze zelf onmiddellijk toepassen in hun les.”

“Vertel daarbij ook wat er niet werkte. Mislukkingen kunnen ook inspireren. En sta open voor kritiek. Het kan zijn dat je op iets uitkomt wat beter is voor de school dan wat je aanvankelijk dacht. Zo waardeer je je collega’s, coach je hen en leg je de basis om als lerarenteam te veranderen. En weet dat als je collega’s de eerste stappen richting verandering zetten en zien dat het lukt, ze niet meer terug willen.”

 


Hans Mennes is master Lichamelijke Opvoeding. Hij doceert coaching en is coach en coachtrainer in Thomas More. Wil je ook leren coachen? Thomas More geeft trainingen in coachvaardigheden aan leraren en directeurs (www.donche.be).