Gepubliceerd op
Duiding

5 krachtlijnen van het M-decreet

Het M-decreet regelt hoe het Vlaamse onderwijs omgaat met leerlingen met een beperking, stoornis of handicap. ‘M’ staat voor ‘Maatregelen voor kinderen met specifieke onderwijsbehoeften’. Wat staat er in dat decreet?

  1. Eerst gewoon onderwijs, dan buitengewoon

  2. Als een kind niet mee kan op school dan is de belangrijkste vraag: wat heeft dit kind nodig om te leren? Het onderwijs mag zich niet blindstaren op de vraag wat er mis is met dat kind.

    Het antwoord op de noden van de leerling ligt in de eerste plaats in het gewoon onderwijs. Elke gewone school moet een doorgedreven zorgbeleid uitbouwen en zoeken naar redelijke aanpassingen. Helpt dit alles niet genoeg, dan kan het kind naar het buitengewoon onderwijs.

  3. Recht op redelijke aanpassingen

  4. De gewone school moet aantonen dat ze samen met de ouders en het CLB redelijke aanpassingen zoekt. Kinderen met specifieke onderwijsbehoeften hebben daar recht op. Redelijke aanpassingen zijn bijvoorbeeld langere toetstijden, mondelinge feedback in plaats van cijfers of rustmomenten overdag.

    Het kan ook gaan over technische hulpmiddelen zoals een laptop met leessoftware of een aangepaste stoel. De school kan bovendien dispenseren, dus onderdelen van het leerprogramma vervangen door iets gelijkwaardigs. Of remediëren, dat is extra individuele leerhulp bieden.

    Elvire volgt les in de gewone klas, met redelijke aanpassingen.

    Elvire volgt les in de gewone klas, met redelijke aanpassingen. Ze heeft een aangepaste tafel en een computer met een woordvoorspellingsprogramma. Voor rekenen en taal krijgt ze oefeningen op maat.

  5. Recht op inschrijven in een gewone school

  6. Het M-decreet zegt dat elk kind het recht heeft om zich in te schrijven in een gewone school. De school mag dus geen leerlingen weigeren die het gemeenschappelijk curriculum, zeg maar de gewone leerstof, aankunnen met aangepaste maatregelen.

    Ook een leerling die een individueel aangepast curriculum volgt, heeft het recht om in te schrijven in een gewone school. Zijn inschrijving kan pas ontbonden worden na een gesprek tussen school, CLB en ouders over de (on)redelijkheid van de aanpassingen. De school motiveert dan haar beslissing.

  7. Nieuwe types in buitengewoon onderwijs

  8. Sinds het M-decreet is er een nieuw type buitengewoon onderwijs: het type ‘basisaanbod’. Dat zal type 1 en type 8 geleidelijk vervangen. Kinderen en jongeren kunnen hiernaartoe als ze specifieke onderwijsbehoeften hebben en als er geen redelijke aanpassingen meer mogelijk zijn in het gewoon onderwijs.

    Het nieuwe type 9 is voor kinderen met autisme die geen verstandelijke beperking hebben en ondanks redelijke aanpassingen niet in het gewoon onderwijs terechtkunnen.

    Voor leerlingen die nu al in het buitengewoon onderwijs zitten, verandert er niets. Ze kunnen blijven in het type of de opleidingsvorm waar ze zitten.

  9. Nieuwe toelatingsvoorwaarden buitengewoon onderwijs

  10. Een kind kan enkel naar het buitengewoon onderwijs met een verslag van het CLB. Voor ondersteuning in het gewoon onderwijs geeft het CLB een gemotiveerd verslag. Geen enkele andere instantie kan die verslagen afleveren. De onderwijsinspectie zal toezicht houden op de kwaliteit van de verslagen van de CLB’s.

    Het CLB zal eerst bekijken of de gewone school alle mogelijke maatregelen heeft genomen alvorens te verwijzen naar het buitengewoon onderwijs. Doorverwijzen naar een buitengewone school louter op basis van de sociale achtergrond van een kind (kansarm, anderstalig gezin) kan niet.

Lees meer over het M-decreet op www.onderwijs.vlaanderen.be.

Het beste van Klasse in je mailbox?

  • Al 51.000 leraren zijn abonnee
  • 1 keer per week en helemaal gratis
  • Verhalen van collega’s, concrete praktijktips, exclusieve wedstrijden ...