Gepubliceerd op
Trend

Je leerlingen groeien niet op in een traditioneel gezin

Een groot aantal leerlingen groeit niet meer op in een gezin met een vader en een moeder. Er komen steeds meer verschillende vormen voor. Ken jij ze?

Mama met 3 adoptiekinderen

Welke gezinsvormen bestaan er?

Dit zijn de meest vookomende gezinsvormen:

  • Kerngezin of traditioneel gezin
    Een volwassen man en vrouw leven samen en hebben samen kinderen. Ze zijn de biologische ouders van de kinderen.
  • Nieuw samengesteld gezin
    Beide ouders brengen kinderen mee in een nieuwe relatie. Soms hebben ze ook samen nog kinderen. De niet-biologische ouder van de kinderen in het gezin, wordt vaak plusouder genoemd in plaats van stiefouder.
  • Eenoudergezin
    Een volwassene met kinderen van wie hij of zij de biologische ouder is.
  • Homo- of lesbogezin
    2 mannen of 2 vrouwen die samenleven en kinderen hebben, uit een vorige heterorelatie, geadopteerd of als pleeggezin. 1 van de 2 kan ook de biologische vader of moeder zijn via draagmoederschap of zaaddonatie.
  • Pleeggezin
    1 of 2 volwassenen zorgen voor kinderen. Ze zijn niet de biologische, maar wel de sociale ouders.
  • Adoptiegezin
    1 of 2 volwassenen hebben kinderen waarvan ze niet de biologische ouders zijn. Ze zijn sociale en juridische ouders.
  • Co-ouderschap na scheiding
    Gezagsco-ouderschap betekent dat gescheiden ouders het ouderlijk gezag over de kinderen delen. Ze staan dan beiden in voor de opvoeding van hun kind. Gezagsco-ouderschap komt voor bij kinderen die op 2 adressen wonen, dus afwisselend bij een van beide ouders (bilocatie of verblijfsco- ouderschap). Maar ook als het kind op 1 adres woont bij de ene ouder en bij de andere ouder op bezoek gaat, kan er sprake zijn van gezagsco-ouderschap. Eventuele nieuwe partners (plusouders) hebben juridisch geen ouderlijk gezag, maar oefenen wel ouderlijke taken uit.
  • Generatiegezin
    Ouders en kinderen leven in een groter familieverband met grootouders, tantes, ooms …

Er zijn nog andere gezinsvormen die minder vaak voorkomen:

  • Mee-oudergezin
    1 of 2 volwassenen, met een eigen gezin, zorgen, naast de ouders, mee voor de kinderen en zijn nauw betrokken bij de opvoeding.
  • Tienergezin
    Een minderjarige deelt de opvoeding van zijn of haar kind met een volwassene, meestal met de eigen ouder(s).
  • Woongroep
    Een grotere groep volwassenen leeft samen, eventueel met kinderen, bijvoorbeeld een commune.
  • Begeleid wonen – kindertehuis
    Kinderen leven in een gezinsvervangende constructie, vaak met wisselende verzorgers of begeleiders.
  • Latgezin
    2 volwassenen leven niet samen, maar hebben wel een relatie en samen kinderen.

Meer overeenkomsten dan verschillen

Ondanks het grote aantal diverse gezinsvormen zijn er meer overeenkomsten dan verschillen. Uiteindelijk draait het in een gezin altijd om de band tussen mensen: je vormt een gezin omdat je graag wil samenleven met elkaar, omdat je geborgenheid en contact wil. Het gezin vormt een veilige basis om jezelf te zijn en creëert ruimte om lief en leed te delen.

Het gezin blijft voor iedereen belangrijk. De school kan de opvoeding gedeeltelijk op zich nemen en ondersteuning bieden, maar kan het gezin nooit vervangen.

Het beste van Klasse in je mailbox?

  • Al 51.000 leraren zijn abonnee
  • 1 keer per week en helemaal gratis
  • Verhalen van collega’s, concrete praktijktips, exclusieve wedstrijden ...