Trend Dit artikel behoort tot de reeks M-decreet Gepubliceerd op

Een buitengewone klas in een gewone school

6 reacties

Log in om te bewaren.

Delen

Een klas ‘buitengewone’ leerlingen in een gewone school. Zweden is er al jaren koploper in, Vlaanderen zet de eerste stappen. De buitengewone secundaire school IBSO De Horizon in Aalst organiseert klassen voor jongeren met een autismespectrumstoornis (ASS) in de gewone GO! Middenschool Ninove.
 


 
2 schooljaren geleden werkte Lies Lockefeer nog in het buitengewoon onderwijs. Haar school vreesde dat het M-decreet een leegloop zou veroorzaken. “Maar tegelijkertijd wilde de directie voluit werken naar de geest van het M-decreet. Daarom polste ze binnen de scholengemeenschap welke gewone school samen met hen een aanbod voor jongeren met ASS wilde opstarten.” Sinds vorig schooljaar kunnen buitengewone scholen immers ook het nieuwe type 9 aanbieden, bedoeld voor normaalbegaafde kinderen met ASS.

De GO! Middenschool Ninove stelde zich kandidaat. “Die school heeft een zeer breed zorgbeleid en een gedragen visie op zorg. Daarom past het ook bij hen. Maar het blijft een flinke investering qua mensen, middelen en organisatie”, vertelt Lies, die aangeworven werd als coördinator. Ook het GO! Atheneum Aalst stapte mee in het project.
 

Leraren volgen ASS-opleiding

De autiklassen blijven wel buitengewoon onderwijs (OV4), ook al worden ze in een school voor gewoon secundair onderwijs georganiseerd. OV4 volgt het programma van het gewoon secundair onderwijs, met doelstellingen en ondersteuning op maat van de problematiek van de jongeren. Er geven alleen leraren les die vrijwillig in het project stapten. Het team bestaat uit leraren van GO! Middenschool Ninove, aangevuld met mensen uit GO! IBSO De Horizon.

Ze waren allemaal bereid zich bij te scholen. “Ze volgen een basistraject ASS, een inleeftraject, een cursus omgaan met moeilijk gedrag … Leraren moeten echt leren kijken wat er achter bepaald gedrag schuilt en daarop inspelen. Vaak is dat gedrag de spreekwoordelijke druppel en ligt de oorzaak ervan ergens heel anders”, legt Lies uit.

Lies Lockefeer

“Ze willen vooral groeien in hun leraar-zijn”

Daarnaast moeten ze zich ook anders organiseren. “Ze moeten toetsen altijd vooraf aankondigen, de voorbereiding voor grote toetsen opdelen en in een planning stoppen, de lay-out van hun lesmateriaal aanpassen. Ze moeten echt wel wat in hun mars hebben.” Daarom konden de leraren er ook zelf voor kiezen. “Veel jonge leraren stelden zich kandidaat. Ze zijn erg gemotiveerd om zich aan te passen. Ze willen vooral ook groeien in hun leraar-zijn.”
 

Beter inspelen op niveauverschillen

De leraren staan er niet alleen voor. “We zetten vooral bij Frans en wiskunde een co-teacher in om beter te kunnen inspelen op de niveauverschillen. Daarnaast kunnen de leraren tweewekelijks op gesprek komen bij het ondersteunend team. We coachen hen om sterker te worden in de klas en oriënteren hen naar een specifieke opleiding.” Daarnaast krijgen ze ook een uur ‘klassenraad’ in hun pakket. “Daardoor kunnen we tweewekelijks 2 uur samenzitten om de individuele handelingsplannen van de leerlingen te bekijken”, legt Lies uit.
 

Evolueren naar inclusie

De type 9-leerlingen krijgen les in aparte klassen van ongeveer 10 leerlingen. “Maar we dompelen hen elk jaar wel wat meer onder. In het eerste jaar krijgen ze occasioneel samen met een ‘gewone klas’ les. Het uurrooster van die gewone klas loopt volledig parallel, zodat dat gemakkelijk te organiseren is. In het tweede jaar krijgen ze onder andere voor Engels, wetenschappelijk werk en geschiedenis soms samen les. En vanaf het derde jaar zullen ze nog een groter pakket inclusief les samen volgen met de andere leerlingen”, legt Lies uit. De school hoopt dat de leerlingen in de derde graad inclusief onderwijs zullen kunnen volgen.


We dompelen hen elk jaar wat meer onder

Lies Lockefeer - coördinator type 9

De school zorgt ervoor dat deelnemen aan alle andere activiteiten ook geleidelijk aan kan gebeuren. Zo vallen de pauzes samen, maar de leerlingen van type 9 kunnen ook in een lokaal spelletjes spelen of tekenen. “Daar maken ze in het begin zeker gebruik van. Zo gaan de meeste eerstejaars nog niet in de refter eten, een deel van de tweedejaars wel”, stelt Lies vast.

Ook sportdagen bijvoorbeeld zijn gemeenschappelijk. “De leraren overlopen wat er op de dagplanning staat en er gaat een extra begeleider mee. En bij de scholencross keren we terug naar huis voor de chaos van de prijsuitreiking losbreekt. Op die manier worden onze leerlingen stapsgewijs geconfronteerd met de realiteit. Door langzaam te evolueren naar inclusief onderwijs zullen ze klaar zijn voor de maatschappij.”