Verhaal

Hamza: “Mijn vrienden haalden me terug naar de onthaalklas”

1 reactie

Log in om te bewaren.

Delen

Anderstalige nieuwkomers vinden moeilijk hun weg na de onthaalklas. Vooral niet-begeleide minderjarigen, vaak oudere tienerjongens, hebben nood aan een sociaal netwerk. Zo ook Hamza (18) uit Irak: “Dankzij mijn vrienden sta ik veel sterker.”


Ik ontmoet Hamza voor het eerst op een voetbaltoernooi voor anderstalige nieuwkomers. De sportdag is onderdeel van een inburgeringscursus voor adolescenten, een initiatief van Atlas, het Antwerps agentschap voor integratie en inburgering.

“Ik heb altijd graag gesport,” vertelt Hamza me. “Voetbal, maar ook dansen. Breakdancen is verboden in Bagdad, dus oefende ik via YouTube-tutorials. Ik droomde van een leven in de schijnwerpers. In Irak zou die wens nooit in vervulling gaan. Mijn beste vriend, ook een breakdancer, was kort daarvoor vermoord. Mijn ouders maakten zich zorgen, drongen aan dat ik zou vluchten. Toen ik werd geselecteerd voor het nationale voetbalelftal, zag ik dat als een ontsnappingskans.”

Schoolmoe door onzekerheid en verdriet

Zo kwam Hamza via een ongebruikelijk parcours in ons land terecht. “Ik wilde per se naar België. Jullie hebben de beste breakdancers. Toen ik een match mocht spelen in Parijs, regelde ik een lift over de grens en een slaapplek in Brussel. De volgende dag vroeg ik asiel aan bij het commissariaat.”

Na een stevig verhoor werd Hamza in een asielcentrum in Kapellen geplaatst. Op school kwam hij vaak te laat. “Om in Borgerhout te raken, moest ik 2 bussen nemen. Om 6 uur vertrekken, nog voor het ontbijt werd geserveerd. En met mijn weekbudget van 7 euro kon ik in de schoolkantine geen maaltijd betalen. Als sportman moet ik veel eten. Dus bleef ik vaak thuis.”

Bovenop zijn honger en onzekerheid kreeg Hamza ook nog slecht nieuws uit Irak. “Mijn vader werd plots ernstig ziek. Ik was verdrietig, maar liet het niet zien. Wat heeft huilen voor zin? Mijn vader is er niet mee geholpen. De asielprocedure gaat er niet sneller door. Het enige waaraan ik iets kon doen, was mijn geldprobleem. Dus in plaats van naar school te gaan, werkte ik in de tuin van het asielcentrum.”

foto Hamza

“Als je in een asielcentrum zit, voelt het soms alsof er een dief in je hoofd kruipt. Iemand die al je positieve gedachten wegneemt.”

2 broers op de zomercursus

De Hamza die ik leer kennen op de sportdag, heeft een vlotte babbel en een glimlach als in een Kinder Bueno-reclame. Hij gaat elke dag naar school en mist geen training bij de lokale voetbalploeg. Wat is er op een half jaar tijd gebeurd?

Hamza: “Het zomerproject van Atlas. Eén jongen viel me direct op. Ik wist meteen: die komt ook uit Irak. Ik sprak hem aan in mijn eigen taal. En nu is hij, Mohammed Shahin, m’n beste maat. Ook met Naïny klikt het goed. Samen hangen we in het Stadspark of aan het Astridplein. Ik leer hen breakdancen. Naïny leert ons Afrikaanse dans. We zien elkaar elke dag, het is alsof ik er 2 broers bij heb.”

Terwijl hij vertelt, blikt Hamza naar het sportveld waar zijn maten een balletje trappen. “Mijn trajectbegeleider stelde voor dat ik het volwassenenonderwijs zou proberen. ‘Nee Hamza,’ zeiden Mohammed Shahin en Naïny. ‘Jij moet niet naar het CVO, jij moet naar onze OKAN-klas!’”

En dus stapte Hamza op 30 augustus naar zijn trajectbegeleider Imane. Of ze toch een plekje in een onthaalklas voor hem kon regelen? “Binnen een week kon ik op gesprek bij de directeur van het Sint-Lodewijk. Ik vertelde hem dat ik geen reden meer had om te spijbelen. Ik had geld gespaard om eten te kopen, ik kon er naartoe met een rechtstreekse bus. En vooral: ik had er vrienden.”

Blijven dromen, ook al val je 100 keer

Het gesprek prikkelt mijn nieuwsgierigheid. Een maand na de sportdag contacteer ik Hamza voor een interview. Vlak voor onze afspraak krijg ik een e-mail. Na meer dan een jaar wachten, is er dan toch die beslissing. Negatief. Ik verwacht een verslagen jongen, maar Hamza begroet me enthousiast met een dikke kus.

“De dag dat ik het nieuws kreeg, zouden we een klasuitstap maken naar de VDAB. Op de bus dacht ik aan niets anders, ik voelde me zo verdrietig. Tot ik afstapte. Mohammed Shahin en Naïny wachtten me op aan de halte. Op dat moment vergat ik alles.”


Vriendschappen zijn de basis voor maatschappelijk en schools succes. Voor vluchtelingen is dat niet anders.

Imane Kaissi - trajectbegeleider Atlas

“Dankzij mijn vrienden sta ik veel sterker. Als je in een asielcentrum zit, voelt het soms alsof er een dief in je hoofd kruipt. Iemand die al je positieve gedachten wegneemt. Inmiddels heb ik geleerd om tegen die dief te vechten. Hij probeert nog af en toe in te breken, maar ik kan mij er beter tegen wapenen.”

Ik zie Hamza voor het laatst op het slotfeest van de inburgeringscursus. Arm in arm met zijn vrienden moedigt hij muzikanten en gastsprekers aan. En wanneer hij zelf het podium opspringt en spontaan begint te beatboxen, stijgt er een gejoel op uit het publiek. Vooral onder de meisjes.

“Wat de toekomst brengt, weet ik niet,” zegt hij even daarvoor. “Ik heb verschillende dromen. Ik zou nog altijd graag sportman worden. Maar ook verpleger lijkt me wat. Mensen helpen, zoals mijn vader. Imane zegt dat je meerdere dromen kan hebben. Ik denk dat je toch moet kiezen. Eén doel en daar vol voor gaan, whatever it takes. Do everything you can. You might fall a hundred times, but who’s counting?”

Vriendschap is cruciaal, ook voor vluchtelingen

De weg die Hamza naar België aflegde is misschien ongebruikelijk, zijn eerste ervaringen hier zijn dat allerminst. Uit het rapport onthaalonderwijs van het AgODi blijkt dat anderstalige nieuwkomers moeilijk hun plek vinden in het Vlaams onderwijs.

“Vooral OKAN-leerlingen van 17 à 18 jaar lopen het risico uit te vallen,” zegt Michèle De Baere, beleidsmedewerker van Atlas. “Ze hebben slechts een korte periode secundair onderwijs gevolgd, halen daardoor vaak geen diploma en beheersen het Nederlands onvoldoende. Ook de oriëntering op vervolgonderwijs of de arbeidsmarkt gebeurt nog niet gecoördineerd. Wij helpen hen daarbij.”

Vandaar dat Atlas enkele jaren geleden startte met de jongerencursus. Afgelopen zomer deden er 63 anderstalige nieuwkomers tussen de 16 en 18 jaar mee aan het project, dat sinds dit jaar wordt gesubsidieerd door de Europese Commissie. “We richten ons op 3 pijlers: onderwijs, werk en netwerk,” vertellen trajectbegeleiders Imane Kaissi en Sigrid Decorte. “Vooral aan dat laatste besteden we aandacht.”

“Vriendschappen zijn enorm belangrijk voor een 18-jarige en de basis voor maatschappelijk en schools succes. Voor vluchtelingen is dat niet anders. Je hoeft zelf niet in een sterke positie te staan om een ander te motiveren. Integendeel, je kunt er juist kracht uit putten.”

Waar zijn de verdwenen OKAN-leerlingen naartoe?

Het AgODi registreert de doorstroom van anderstalige nieuwkomers naar het regulier secundair onderwijs. In het schooljaar 2013-2014 vonden ze 1 op de 5 OKAN-leerlingen niet terug in de Vlaamse schoolbanken. Waar zijn die leerlingen naartoe?*

  • De arbeidsmarkt of het volwassenenonderwijs
  • Transmigratie of terugkeer naar thuisland
  • Overplaatsing naar opvangcentra in Wallonië
  • Ondergedoken sans papiers en uitgeprocedeerden

*Klasse baseert zich op gesprekken met OKAN-scholen en welzijnsorganisaties.