Zo doen zij het

Exploratietool zorgt voor bewuste studiekeuze na secundair

2 reacties

Log in om te bewaren.

Delen

Hoe zit het met je vaardigheden, motivatie en zelfbeeld om hoger onderwijs te volgen? Die vraag helpt exploratietool Columbus beantwoorden. “Een waardevol onderdeel van het traject rond studiekeuze dat onze laatstejaars doorlopen”, oordeelt Eric Dalemans van OLVI-PIUS X in Zele. Vindt oud-leerling Valerie Pieters dat ook?

Leraren en oud-leerling in schoolgang

“Columbus is geen kennistest, maar vooral een tool om te ontdekken of het hoger onderwijs jou zal liggen.” – v.l.n.r. Eric Van Langenhoven, Valerie Pieters, Eric Dalemans, Freeken Bauwens

Welke plaats krijgt de Columbus-tool in jullie traject voor studiekeuze?

Eric Dalemans, graadcoördinator: “Ons traject start in oktober van het zesde jaar met een infomoment van het CLB over de structuur van het hoger onderwijs. In november organiseren we een Start to Study-infoavond, waar veel ouders op afkomen. 2 profs en 2 docenten komen ook korte proeflessen geven. Wij werken daarnaast met een van de bestaande oriëntatietools. Maar omdat Columbus dé tool voor alle Vlaamse secundaire scholen wordt, springen we graag van bij het begin op de kar.”
 

Hoe gebruik je een tool als Columbus in de klas?

Eric Van Langenhoven, klasleraar: “Ik hou in het najaar al een eerste 1-op-1-gesprek met elk van mijn 16 leerlingen. Da’s best intensief. Als voorbereiding op dat gesprek vraag ik de portfolio’s op die de tool ‘Klaar voor hoger onderwijs’ genereert. Na Nieuwjaar – wanneer ze via Onderwijskiezer al een voorlopige keuze hebben gemaakt – trek ik met die info naar de klassenraad. Elke leerling krijgt dan een brief mee: kunnen we zijn keuze ondersteunen of adviseren we om een andere piste te onderzoeken? Aansluitend trekken we samen naar de SID-in-beurs. Afsluiten doen we met een oudercontact. Doel is dat eind juni iedereen naar buiten stapt met een weldoordachte keuze.”
 

Waarom gebruiken jullie de tool pas in het zesde jaar?

Eric Van Langenhoven: “De meesten zitten in het vijfde jaar nog heel erg in het ‘nu’. Daarom starten wij ons studiekeuzetraject bewust pas in het zesde. In het vijfde hebben leerlingen nog maar net een keuze gemaakt. Het is bovendien een ‘moeilijk’ jaar. Weinigen denken er op dat moment al over na, nog minder weten het al.”
 

Weten leerlingen ook zonder zo’n traject niet wat ze willen?

Eric Dalemans: “Zelfs al weten sommige zesdejaars het al op 1 oktober, toch nodigen we iedereen uit om het hele traject te volgen. Ze weten immers vaak niet wat er allemaal op de markt is. Het is alsof je je hele leven enkel appelen en peren kent, en veel te laat ontdekt dat er ook andere vruchten zijn. Dat willen we vermijden.”

Valerie Pieters, oud-leerling: “De meesten van mijn klas hadden nog geen idee bij het begin van het zesde. Maar ik wist in het vierde al: ik wil leraar worden. Toch ben ik blij dat ze me in het zesde zeiden: ‘Valerie, kijk niet alleen naar de lerarenopleiding.’ Zo ben ik op de SID- in te weten gekomen dat er zeker nog 5 andere interessante richtingen voor mij waren. Al bleef ik uiteindelijk bij mijn eerste keuze.”
 

Kan je bij de meeste leerlingen hun keuze back-uppen?

Eric Van Langenhoven: “Sommigen ‘overschatten’ zichzelf. Wij adviseren dat ze zich nog eens informeren. Ik zeg: ‘Wij kennen jou alleen van hoe we je hier zien. Jij kan veranderen, maar jij weet zelf het beste of dat zal gebeuren. Als jij overtuigd bent van wel: ga er dan ten volle voor’. Dan worden wij soms het jaar daarop aangenaam verrast, soms ook niet. Anderen zijn dan weer ‘voorzichtig’ en kiezen voor de veilige weg met de meeste slaagkansen. Mijn basisadvies is altijd: denk nog niet aan je job, studeer waar je goesting in hebt.”

 

Is de tool ook bruikbaar in tso of bso?

Freeken Bauwens, directeur: “Dit jaar zullen voor het eerst ook de zesdejaars uit tso deelnemen en experimenteren we met een aantal klassen uit bso. Voor hen hebben we nog een ander traject dat focust op uitstroom naar de arbeidsmarkt. Bovendien is het voor die groep organisatorisch niet altijd eenvoudig. Zij zijn vaak op stage en ‘verliezen’ dus al heel wat lesuren.”

Eric Dalemans: “Je moet die leerlingen ook beschermen. De feedback die ze krijgen moet positief zijn en openingen creëren, niet afsluiten. In het bso zijn het uitzonderingen die verder studeren. Die kan je met de feedback uit zo’n tool stimuleren, zodat ze niet meegetrokken worden door de groep of verleid worden door de lokroep van de arbeidsmarkt, waar ze erg gegeerd zijn.”
 

De tool biedt dus kansen aan jongeren die anders niet verder zouden studeren?

Valerie Pieters: “Ja, ook aan kinderen uit moeilijke gezinssituaties bijvoorbeeld. Zij hebben soms onvoldoende financiële middelen of worden thuis niet aangemoedigd om naar het hoger onderwijs te gaan. Voor hen kan zo’n tool een duwtje in de rug zijn. Zij nemen deel en ontdekken dat ze toch over de juiste competenties beschikken. Maar het verhaal van een ervaringsdeskundige met wie ze zich kunnen identificeren is minstens even overtuigend.”
 

Is zo’n exploratietool niet te veel een momentopname?

Eric Van Langenhoven: “Leerlingen leggen die in deze pilootfase allemaal samen klassikaal op  halve dag af, dus in die zin wel. Maar als die proef ingebed is in een intensief traject van een volledig schooljaar, ondervang je dat. Je baseert je ook nooit puur op de feedback van die proef.”

Eric Dalemans: “Bovendien is het ook geen kennistest, maar vooral een tool om te ontdekken of het hoger onderwijs jou zal liggen. Men peilt naar 3 vragen: wie ben ik, wat wil ik, wat kan ik. Het is in zijn eigen belang dat een leerling die proef eerlijk invult. Als hij er met zijn pet naar gooit, zal de feedback niet stroken met wie hij is. Dat we leerlingen verplichten om de tool in te vullen, vinden ze alvast niet zo erg, want het is tijdens de lesuren (lacht).”

Valerie Pieters: “Voor mij duurde het invullen wel echt lang. In begin is het leuk, dan vragen ze naar je interesses, maar dan volgen de inzichtvragen en ben je al niet meer zo geconcentreerd. Opsplitsen in modules, gespreid in de tijd, zou wel mogen.”

 

Hoe reageren ouders op Columbus?

Freeken Bauwens: “Met de feedback uit zo’n exploratie-instrument heb je een ‘stok achter de deur’. Daar waar ouders de adviezen van leraren op een oudercontact of in een gesprek soms moeilijker aanvaarden, zullen ze de resultaten uit een tool als ‘objectiever’ beschouwen.”

Eric Dalemans: “Soms hebben ouders ook andere dromen over de richting waarin ze hun kind graag zien evolueren. Dat zorgt voor boeiende gesprekken. Ons standpunt is: de keuze bepaalt het leven van de jongere, dus hij of zij moet het laatste woord hebben, niet de ouders, niet de leraren. Daarom dat we ook zelf liever geen concrete oplossing of alternatieve richting aanreiken.”

 

Welke rol speelt het hoger onderwijs in de studiekeuze?

Valerie Pieters: “De info die je krijgt uit het hoger onderwijs zelf is een belangrijke aanvulling. Door daar naar infodagen en proeflessen te gaan, ontdek je of je op je niveau zal zitten, waar ze zullen op focussen, of de schoolsfeer je aanstaat. Want dat miste ik in de info die ik kreeg in het secundair: hoe sterk ben ik nu precies? Daarom zou het hoger onderwijs vóór je je studie start duidelijk moeten aangeven: dit is wat je nodig hebt om te starten. En pleit ik voor adviserende proeven vooraf, zodat je weet: daar kan ik op werken.”
 

Zorgt een exploratietool voor hogere slaagkansen en dus meer diploma’s?

Freeken Bauwens: Via Dataloep zien wij hoe onze oud-leerlingen het doen, en wij scoren goed. Het traject dat onze laatstejaars doorlopen, inclusief de exploratietool, speelt daarin zeker een rol. Ze leren zichzelf inschatten en maken zo een bewustere en beter doordachte keuze. Steek je er als school veel tijd in om met de feedback uit zo’n tool aan de slag te gaan? Ja, maar dat is het waard. Al kan je natuurlijk het hakbijl-effect na het eerste jaar hoger onderwijs nooit helemaal tenietdoen.”
 

Wat is Columbus?

Onderwijsminister Crevits wil het studiekeuzeproces van leerlingen versterken. Daarom laat ze een exploratie-instrument ontwikkelen. Het past binnen het traject dat elke school met haar leerlingen doorloopt om hen te begeleiden bij hun eventuele keuze voor het hoger onderwijs. Leerlingen ontdekken wie ze zijn, wat hen drijft, wat ze al kunnen en wat ze nog willen kunnen. Op dit moment zit Columbus nog in pilootfase; op termijn is het de bedoeling dat alle Vlaamse secundaire scholen het gebruiken.
 
Voor wie?
Columbus is er voor alle leerlingen in het leerjaar (vaak het zesde jaar) waarin ze het diploma secundair onderwijs kunnen behalen dat hen toegang verleent tot het hoger onderwijs.
 
Waarom meedoen?
Leerlingen die alle modules invullen, kunnen vanaf 18 april 2017 een individueel feedbackrapport downloaden waarin ze hun interesses, capaciteiten en waarden zélf ontdekken. De feedback vormt de aanzet om samen met hun leraren, ouders en vrienden verdere stappen te zetten in het keuzeproces.
Let op: een individueel feedbackrapport is enkel mogelijk als de leerling zijn rijksregisternummer invult en toestemming geeft om zijn gegevens te koppelen aan de onderwijsdatabanken.
 
Hoe kan je school deelnemen?
Columbus is in het schooljaar 2016-2017 online beschikbaar van maandag 13 februari t.e.m. vrijdag 31 maart 2017. Je kan nog altijd registreren om met jouw school aan de slag te gaan. De verschillende modules online invullen in de klas duurt in totaal 3 uur. Vanaf september 2017 zal Columbus gedurende het hele schooljaar beschikbaar zijn voor je leerlingen.