Verhaal Pesten

“Leraren, laat kinderen niet alleen bij pesterijen”

4 reacties

Log in om te bewaren.

Delen

‘Leraren, we hebben je nodig in de strijd tegen pesten’, schrijft Andrea in haar open brief. Jarenlang was ze op school het mikpunt van zware pesterijen. Nog voor ze naar haar ouders toestapte, lichtte ze leraren in. Maar ze vond geen gehoor. Andrea hoopt dat kinderen vandaag wel leraren treffen die ingrijpen.
 
foto van Andrea
‘Van het eerste leerjaar tot en met het eerste middelbaar werd ik gepest. Zeven jaar, da’s ongeveer een derde van mijn leven. Het begon met af en toe ‘seut’ of ‘brillenkas’. Met de jaren werd het zwaarder.

Ik mocht niet meespelen, werd uitgesloten. Elke dag kreeg ik scheldwoorden of verwijten naar mijn hoofd. Stapte ik naar de juf, dan adviseerde ze me om me er niets van aan te trekken en kreeg ik (‘klikspaan’) zelf onder mijn voeten. Het maakte me heel erg onzeker. Ik durfde niet op te komen voor mezelf en mijn vrienden deden dat ook niet. Erger nog: sommigen sloten zich bij de pesters aan om niet zelf slachtoffer te worden.”
 

De pesters kwamen er mee weg

“In het vierde leerjaar werden de pesterijen persoonlijker. Ze noemden me lelijk en vies omdat het haar op mijn benen donkerder was en ze vertelden dat ik vampierentanden had. Elke dag opnieuw. Ik probeerde me te verdedigen door terug te schelden. Dat hielp hadden ze me verteld. Maar het hielp helemaal niet. Ik zat slecht in mijn vel, vond mezelf niet mooi, niet leuk en maakte heel moeilijk nieuwe vrienden.”


Ik hoor dat je gepest wordt. Laat je niet doen hé’, knipoogde een juf

Andrea

Wat later werden de pesterijen ook fysiek. Een meisje hield me een gebroken spiegel voor. Gebarsten toen ik erin keek, lachte ze. Toen ik me verdedigde, sloeg ze me in mijn gezicht. Op de speelplaats trok datzelfde meisje mijn elastiekjes uit mijn paardenstaat om ze uitdagend te vertrappelen onder haar schoenzool. Omdat ze dat grappig vond en omdat ze kon zien dat het mij pijn deed. Een ander meisje greep mijn voet vast toen ik alleen op een bankje zat. Ze sleurde en sleurde tot ik de leuning losliet en met mijn rug op de harde tegels van de speelplaats landde. Geen leraar die het opmerkte.

Toen ik een leraar aansprak, zwoer het meisje dat het ‘echt per ongeluk’ was. Ze kwam ermee weg. Allemaal kwamen ze er altijd mee weg. Ik voelde dat ik er alleen voor stond. Dat gevoel laat tot vandaag diepe littekens na.”
 

‘Geklikt’ bij leraren

“Ik heb echt niet gezwegen. Ik heb ‘geklikt’, ik heb leraren ingelicht. En uiteindelijk ook mijn ouders. Maar de school greep niet in. ‘Kop op, meid! Laat je niet raken’, zalfde de directeur. Of zelfs: ‘Je weet toch dat je tijdens de speeltijd niet naar mijn bureau mag komen?’ Een van mijn juffen snauwde: ‘Amai. Wat ben jij een irritant kind. Niet moeilijk dat je gepest wordt’, toen ik na het laatste belsignaal neuriënd mijn boekentas maakte.

En een andere juf knipoogde “Awel, ik hoor dat je gepest wordt. Laat je niet doen, hé’. Alsof het een spel is dat een kind zich elke speeltijd achter het tuinhuis verstopt. Bang dat de pesters haar in het vizier krijgen. Alsof het grappig is dat een kind nooit slaapt omdat het de volgende dag niet naar school durft. Alsof het oké is dat een 11-jarige overweegt om uit het leven te stappen.”


Ik vraag leraren en directeurs dat ze opkomen voor kinderen die vernederd worden en vertellen dat het nooit hun eigen schuld is

Andrea

Steek je kop niet in het zand

“Nu ben ik 21. Het gaat beter met me. Ik leer mezelf wat liever zien en mijn vrienden helpen me daarbij. Maar het blijft een moeilijk proces van vallen en opstaan. Wat ik vooral mis, is erkenning voor alle slachtoffers van pesterijen. En omstaanders die ingrijpen. Nee, niemand ‘vraagt erom’. Niemand verdient het om zich te voelen zoals ik me in mijn kinderjaren gevoeld heb en zoals 1 kind op de 20 zich vandaag voelt. Te vaak steken mensen hun kop in het zand omdat ze denken dat ze ‘er toch niets aan kunnen doen’. Dat is een verschrikkelijk signaal aan kinderen.

Daarom vraag ik aan leraren en directeurs dat ze luisteren en klachten ernstig nemen. Dat ze meteen reageren en pesterijen niet tolereren. Dat ze opkomen voor kinderen die vernederd worden en vertellen dat het nooit hun eigen schuld is, dat ze zich niet mogen schamen, dat ze mooi zijn zoals ze zijn en vooral: dat ze er niet alleen voor staan. Nooit.”

Andrea, 21