Duiding Gepubliceerd op

Zo krijg je meer meisjes in STEM

7 reacties

Log in om te bewaren.

Delen

In de STEM-studierichtingen zit maar 30 procent meisjes. Daarom: 6 manieren om meer meisjes in STEM-studierichtingen te krijgen.

Je zou denken dat stereotypen over jongens en meisjes voorbijgestreefd zijn. Helaas niet als het over STEM gaat. Een pak onderzoeken wijst uit dat meisjes anders aankijken tegen STEM-vakken op school dan jongens. Pedagogisch begeleider STEM Wim Verreycken vult wetenschappelijk inzicht aan met concrete praktijktips. “Extra inspanningen voor meisjes vragen niet echt extra werk. Je ervan bewust zijn, is het allerbelangrijkste. Heel kleine acties samen maken het verschil.”

    icoontje met robot en puzzelstuk

  1. Interesse voor STEM ontstaat al bij kleuters

  2. Interesse is een van de belangrijkste motieven om voor een studierichting of beroep te kiezen. En die interesse ontstaat al op vroege leeftijd. Kinderen en kleuters die op vroege leeftijd in aanraking komen met wetenschap en techniek, behouden die interesse ook gemakkelijker na de leeftijd van 10 jaar.

    Tot 10 jaar zijn jongens en meisjes even geïnteresseerd en even goed in wiskunde, wetenschap, techniek. Tegen 14 jaar is de interesse al grotendeels bepaald en moeilijker te beïnvloeden. Tussen 10 en 14 jaar beginnen meisjes dan ook af te haken.

    “Faciliteer naschoolse STEM-activiteiten op school”

    Wim Verreycken: “Als je iets rond ruimtevaart of programmeren op een hightechbedrijf organiseert, komen er niet veel meisjes. Ouders en leerlingen denken onbewust: dat is niks voor meisjes. Naschoolse STEM-activiteiten op school trekken opvallend meer meisjes.”

     
    icoon met drie meisjes-figuren

  3. Zelfvertrouwen nodig bij meisjes én juffen

  4. Meisjes maken zich meer dan jongens zorgen dat ze niet slim genoeg zijn voor bepaalde studierichtingen. Meisjes scoren in Belgische en Europese onderzoeken significant lager op het geloof in eigen kunnen. En laat dat net een belangrijke factor zijn om een studierichting te kiezen. Voor biologie en aardrijkskunde voelen meisjes zich zelfzekerder. En wat blijkt? Biologie is zowat de enige STEM-studierichting in het hoger onderwijs waar meisjes oververtegenwoordigd zijn.

    Zelfvertrouwen ontwikkelt zich trouwens anders bij meisjes. Complimenten en positieve rolmodellen betekenen een wereld van verschil. Negatieve commentaar is nefast. Meisjes voelen zich ook zekerder en presteren beter in groepen met alleen maar meisjes. De aanwezigheid van jongens doet hun zelfvertrouwen geen goed. Girls only activiteiten zoals Coderdojo 4 Divas met vrouwelijke coaches zijn dus geen slecht idee.

    Onderzoekers merken ook dat het eerder vrouwelijke lerarenkorps in basisscholen en hun mindere affiniteit met wetenschap en techniek een rol spelen. Vrouwelijke leraren die zich onzeker voelen, dragen dat vaak onbewust over op hun leerlingen.

    “Jongens en meisjes vullen elkaar aan”

    Wim Verreycken: “Werken met groepen met alleen maar meisjes is belangrijk, maar je mag dat niet altijd doen. In gemengde groepen vullen jongens en meisjes elkaar aan. Jongens verdiepen zich vaak meer in 1 aspect. Meisjes kijken sneller of iedereen aan bod komt en goed samenwerkt. We laten leerlingen sowieso feedback geven op de groepssamenstelling om ze zo bewust te laten worden van elkaars sterktes.”

     
    professor met baard icoon

  5. Barabas en Gobelijn als rolmodel

  6. Onderzoekers vroegen aan jongeren om een wetenschapper te tekenen. Wat denk je? Witte labojas, baard en gekke karaktertrekjes. Slechts 1 procent tekende een vrouw. Het stereotiepe beeld van een wetenschapper of ingenieur is een intelligente harde werker, maar ook niet zo sociaal. Als je ingenieurs saai vindt, als je ICT’ers nerds vindt, moet je een drempel overwinnen om die studies te starten.

    Meisjes identificeren zich veel minder met een wetenschappelijk beroep. Op de leeftijd van 15 jaar kan slechts 5 procent van de meisjes zich inbeelden dat ze later een technische of ICT-job hebben, tegenover 18 procent van de jongens.

    “Maak leraren bewust van het onbewuste”

    Wim Verreycken: “Wij lichten cursusmateriaal en projecten door samen met STEM-leraren. Staan er meisjes op de foto’s? Gebruik je niet alleen ‘hij’, maar ook ‘zij’? Welke voorbeelden van beroepen gebruik je? Zodra leraren zich bewust zijn van onbewuste mechanismen, zijn ze zelf gemotiveerd om hun materiaal aan te passen.”

     
    appel, spuitje en flacon icoon

  7. Vrouwelijke STEM-onderwerpen onderbelicht

  8. In onderzoek geven meisjes aan dat ze willen werken met mensen en helpen. Jongens willen aan de slag met machines en instrumenten. Meisjes associëren STEM-beroepen zeker niet met mensen helpen. Onderzoekers pleiten dan ook voor meer aandacht in STEM-lessen voor het nut van STEM voor de maatschappij, het milieu, mensen en dieren.

    In het ROSE onderzoek over wetenschapsonderwijs in 40 landen geven meisjes en jongens hun top 5 van STEM-onderwerpen. Meisjes willen leren over waarom je droomt, hoe je kanker geneest, je lichaam fit houdt, EHBO en seksueel overdraagbare ziektes. Jongens vulden in: explosieven, hoe voelt gewichtloosheid in de ruimte, hoe werkt de atoombom, zwarte gaten in de ruimte.

    “Benadruk de maatschappelijke meerwaarde”

    Wim Verreycken: “Neem bijvoorbeeld de open opdracht om van een stofzuiger, die lucht zuigt, een kanon te maken dat projectielen afvuurt. Daar heb je geen roze stofzuigers voor nodig. Zoek in de opdracht eerder een maatschappelijke meerwaarde. Bijvoorbeeld: hoe kan die stofzuiger heel snel medicijnen van de ene ziekenhuisafdeling naar de andere transporteren met een buizensysteem? Laat de opdracht zo open mogelijk zodat leerlingen zelf hun context kunnen kiezen.”

     
    icoontje van Lego-blokken

  9. Ook ouders spelen een rol

  10. Ouders hebben – nog meer dan leraren en vrienden – invloed op welke studierichting hun kind kiest. En dat begint al met welk soort speelgoed ze hun kinderen aanbieden. Uit een Duits onderzoek blijkt dat STEM-studenten in hun kindertijd veel meer met constructiespeelgoed speelden dan andere jongeren. Meer dan 80 procent van de ingenieurs in dat onderzoek geeft aan dat ze als kind heel veel met Lego hebben gespeeld. Meer bouwdozen en wetenschappelijke proefjes thuis dus!

    Ouders kunnen het zelfvertrouwen van hun kind ook stimuleren. Het maakt ook een verschil als ouders positief staan tegenover wetenschap en techniek. En negatieve opmerkingen geven over bepaalde studierichtingen of beroepen is voor niets nodig. Zeg dus niet: “Dat is iets voor bollebozen of nerds”.

    “Nodig eens een mama met een STEM-beroep uit”

    Wim Verreycken: “Vrouwelijke rolmodellen uitnodigen werkt enorm goed. Als we op zoek zijn naar experten, nodigen we bijvoorbeeld ouders uit om over hun beroep te vertellen. Dan kiezen we ook bewust voor een mama in plaats van een papa.”

     
    cocktailglas icoon

  11. Wetenschapsonderwijs is niet sexy

  12. Hoewel Vlaamse leerlingen goed scoren op wiskunde in PISA-onderzoeken, geven scholieren tegelijkertijd ook aan dat ze wiskunde, scheikunde en natuurkunde niet graag doen. En ze vinden ze moeilijker dan andere vakken.

    Europese jongeren vinden wetenschappelijk onderzoek belangrijk en broodnodig om oplossingen voor ziektes en maatschappelijke problemen te vinden. Maar enthousiast over wetenschap en techniek op school? Niet echt. Ze zien geen link met de wereld rondom hen. En ze associëren wetenschappelijke vakken niet met interessante en uitdagende jobs.

    Onderzoekers breken een lans voor inquiry based learning, praktisch en contextueel wetenschapsonderwijs. Dat start met een vraag of een probleem in plaats van leerlingen de kennis kant-en-klaar aan te bieden. Explorerend en probleemgericht leren in projecten en onderzoeken sluit beter aan bij de interessesfeer van kinderen en jongeren.

    “Leg een link met hun wereld”

    Wim Verreycken: “Het is belangrijk dat leerlingen een probleem herkennen en dat willen oplossen. Ze leren begrippen zoals oplosbaarheid en verzadiging door een low impact deodorant met aluin te maken. Verschil in dichtheden van vloeistoffen leren ze met een regenboogcocktail van 5 laagjes. Varieer de context vaak genoeg, kies bijvoorbeeld eerder voor 6 à 8 projecten in plaats van 2 heel grote projecten op 1 schooljaar.”

 

Hoeveel meisjes zitten in STEM?

  • Van alle jongeren die een STEM-studierichting hebben gevolgd is 70 procent jongens en 30 procent meisjes.
  • De meeste STEM-meisjes vind je in aso en kso. In tso en bso zitten nauwelijks meisjes in STEM-richtingen.
  • In het hoger onderwijs zijn meisjes alleen oververtegenwoordigd in de richting Biologie.

Meer lezen? Het onderzoek “Kiezen voor STEM” verzamelt heel wat wetenschappelijk onderzoek over waarom jongeren en meisjes voor STEM kiezen.

Wist je dat je op Klascement.net heel wat inspiratie en lesideeën vindt rond STEM?