Blog Gepubliceerd op

Leraren, die kunnen nogal roepen!

1 reactie

Log in om te bewaren.

Delen

Gust (11), zoon van Sam De Graeve, keert terug naar de basisschool. Om studieadvies te geven over het eerste jaar secundair. En hoewel Gust enthousiast is over zijn nieuwe school, komt hij niet verder dan een verkeerd getimede tienerkreet. Sam is creatief directeur bij Woestijnvis. Hij blogt dit schooljaar voor Klasse.


Pubers plaatsen soms een uitroepteken op het verkeerde moment

Sam De Graeve

“We gebruiken als samenleving te veel superlatieven en uitroeptekens. Waarschijnlijk omdat we allemaal erg bijzondere en uitzonderlijke levens willen leiden. Zelf zijn wij een normale familie met 3 kinderen en – hou het stil – eigenlijk ook gelukkig. En toch, af en toe gebeurt ook in ons gezin iets waarvan je denkt, waarvan je weet, dat het anders dan gebruikelijk is.”

“Toen onze speelse zoon Gust in het vijfde leerjaar in de klas kwam bij juf Lut, waren alle andere gezinsleden, de zussen én de ouders, een beetje jaloers. Omdat superlatieven en uitroeptekens plots helemaal op hun plaats waren. Een kleine vrolijke vrouw met grootse ideeën, hardwerkend, sprankelend van creativiteit en originaliteit, met een open blik op de wereld, en altijd in de weer met prikkelende projecten. Toen Het Lam Gods gerestaureerd werd, schilderde de klas haar eigen versie, en gingen de leerlingen helemaal op in de Vlaamse Primitieven. Toen ze over de oertijd leerden, deden ze een onvergetelijke modeshow met de materialen van toen.”

Twee heerlijke jaren zat Gust bij haar in de klas, inmiddels zit hij in de secundaire school. De zoektocht daarnaar hield ons als ouders heel erg bezig. We bezochten er verschillende, lazen tal van rapporten, en schoven uiteindelijk in het holst van de nacht aan in de rij voor de school van onze keuze. Het was een complex proces, waar we maanden mee bezig waren, waarbij we de woorden dronken van ouders met ervaring op dat vlak.”

“Vorige week kwam de vraag van de lagere school of Gust nog een keer wilde langskomen. Ze organiseerden een avond waarbij prille scholieren tekst en uitleg over hun respectievelijke ‘middelbare avonturen’ zouden komen geven. Aan de jongens en meisjes van het zesde leerjaar, maar ook aan hun ouders.”

“Apetrots was Gust dat hij, die vertrouwen getankt had bij juffrouw Lut, nu ook eens iets kon terugdoen. Met een twintigtal zaten ze naast elkaar voor een volle zaal van weifelende ouders en twijfelende kinderen. De leerlingen uit het eerste jaar secundair waren mooi per school verdeeld, voor het eerst rolmodellen. De moderator had er een hele klus aan om ze allemaal aan het woord te laten, want allemaal voelden ze zich erg wereldwijs.”

“Ze gebruikten superlatieven over hun scholen om te benadrukken dat ze de juiste keuze gemaakt hadden en toonden zich blij te kunnen helpen. Tot Gust het woord kreeg. U moet weten dat hij en wij erg blij zijn met zijn nieuwe school, erg blij ook dat er een leven na juf Lut bestaat. Maar gevraagd naar zijn nieuwe school nam de opkomende puber in hem, die met de lichte baard in de keel, het woord en sprak: ‘Goh, dat is daar echt niet zo leuk als hier, hoor. Er zijn daar leraren en man, die kunnen roepen!’. Meteen zag je de angst in de ogen van de luisterende kinderen, meteen zag je ouders al een streep trekken in een schriftje.”

“Onze blonde puber was hoogst verontwaardigd dat hij maar één keer aan het woord gelaten werd. Gust is een erg normale jongen, maar hij plaatst al eens een uitroepteken op het verkeerde moment.”

Sam De Graeve