Blog Gepubliceerd op

Geluk is: leerlingen die spontaan praten over gevoelens

8 reacties

Log in om te bewaren.

Delen
Nicolas Slabbinck

Leraar Nicolas Slabbinck wilde lesgeven over omgaan met technologie. Zijn lesvoorbereiding mocht echter weer de boekentas in toen zijn leerlingen opbiechtten dat ze zich depressief voelen en slaaf van hun smartphone. “Iedereen doet online alsof alles oké is, ook al is dat niet zo”, zeiden ze. Nicolas’ les werd een les voor het leven.
 

Gisteren sprak ik met mijn zesdes over hun geluk. Als opener vroeg ik hun mening over kritische cartoons over de invloed van moderne media op ons leven. “Meneer, ik ben zo leeg”, was het eerste antwoord. Eentje dat ik in mijn lesvoorbereiding helemaal niet voorzien had.

In plaats van even te luisteren en een relativerend mopje te maken zodat ik verder kon met mijn les, koos ik ervoor het gesprek open te trekken en de leerstof te laten overwoekeren.

“Gisteren kwam ik thuis”, vervolgde de leerling. “En wat heb ik gedaan? Gegeten, op de computer gezeten tot een gat in de nacht, om weet ik veel wat te doen. En nu zit ik weer hier. Ik voel me moe en depressief.” Niemand in deze klas was hier ooit zo open over geweest.

Overal blikken van herkenning. Nu mocht ik ze niet lossen. “Wie voelt zich nog zo?” Traag gingen uiteindelijk alle handen de lucht in. Iedereen gaf openlijk toe gigantisch verslaafd te zijn aan smartphone en computer. Het gesprek aan het begin van de les had daarvoor de sfeer gecreëerd.


Al mijn leerlingen gaven openlijk toe gigantisch verslaafd te zijn aan smartphone en computer

Nicolas Slabbinck- Leraar in VISO Mariakerke en VISO Gent

Eén leerling wierp nog tegen: “Ik zit nauwelijks op mijn gsm of computer. Ik ben eigenlijk altijd bezig met vrienden en hobby’s. Voel me best oké.”

“Ik probeer dat ook vaak, minder op de gsm zitten”, zei een ander, “maar het is me nog nooit gelukt, meneer.” “Zelfs wanneer ik helemaal niets moet weten of opzoeken, kijk ik toch naar mijn gsm. Waarom eigenlijk?!” getuigde een andere leerling. Niet zozeer zijn woorden, maar wel de wanhoop in zijn stem raakte me. Ik vond het heel belangrijk om dat moment te grijpen. Om duidelijk te maken dat ze niet alleen met dat probleem worstelen. Dus kwam ik met mijn verhaal.

Ik vertelde dat ik heel graag fiets. Dat mijn fiets mij gelukkig maakt. Dat ik dus een goede relatie heb met mijn fiets. De leerlingen snapten niet goed waarom ik dat vertelde, maar bleven luisteren. Toen zei ik dat ik de laatste weken met een probleem zat. Bijna iedere keer dat ik voor een rood licht sta, grijp ik naar mijn broekzak. Waarom? Dat weet ik niet echt. Wel weet ik dat mijn fietstochten de laatste weken veel gejaagder zijn. De ontspanning is weg. “Ik moet er vanaf. De smartphone mag mijn fietstocht niet verpesten. En ik kan daar zelf voor zorgen”, besloot ik. “Plus: mijn fiets is te jaloers.” De glimlach van twee leerlingen vooraan in de klas verraadde herkenning.

Ondertussen was het lesuur bijna voorbij. Graag had ik nog veel verhalen verteld hoe mensen manieren van leven gevonden hebben die hen gelukkig maken. Had ik concrete tips willen geven. Want je maakt je geluk, daar ben ik van overtuigd. Als ik mijn leerlingen al lessen wil meegeven, is dat er zeker een van.


Als een leerling durft te praten over zijn gevoelens, krijgt hij te horen dat zijn klasgenoten zich ook soms slecht voelen

Nicolas Slabbinck- Leraar in VISO Mariakerke en VISO Gent

Nog belangrijker vind ik dat leerlingen weten dat je je niet altijd gelukkig hoeft te voelen. Dat het óók oké is om je slecht te voelen. Dat het niet helpt om je verdriet te verstoten. Dat je beter eerlijk bent met jezelf en met de anderen. Want dan krijg je te horen dat anderen dat gevoel ook kennen. Net zo met eenzaamheid. En die wetenschap maakt je sterker, geeft je kracht om weer geluk te maken. Maar dat verhaal hoefde ik deze klas niet meer te vertellen. Dat bedachten ze zelf al.

“Ik vind dat altijd heel raar, meneer, weken aan een stuk doet iedereen alsof alles oké is, ook al is het dat niet.”

“Ja, en dat helpt echt niemand … Wat heb ik eraan om te denken dat iedereen zich goed voelt terwijl ik mij rot voel?”

“Maar nu weet je dat we ons stiekem allemaal even rot voelen”, besloot een andere. Allemaal lachten ze, sommigen in stilte, anderen luidop. Voor het eerst dit lesuur straalden hun ogen.

Ik wist meteen wat ik eigenlijk onder ‘leerdoelen’ had moeten schrijven in mijn lesvoorbereiding. En ik had geluk. Die middag vertelden oud-leerlingen hoe ze elk op hun eigen manier hun levens levend maken. Ik was er gerust op, mijn taak zat er die dag op. Deze leraar mocht met een gevuld hart naar huis, de fiets op.

Nicolas Slabbinck