Blog Gepubliceerd op

Rugzakvrouwtjes

11 reacties

Log in om te bewaren.

Delen

leraar Tom
Op de trein hoort leraar Tom toevallig hoe Arvid (15) Nederlands oefent. In een reflex besluit hij de jongen te helpen. Maar zodra het prentenboek dicht is, leert ook Tom wat bij.
 

Hij zit schuin voor me op de trein naar Brussel. Arvid heet hij. Arvid uit OKAN. Hij laat het klinken alsof het een land is. Maar dat alles ontdek ik straks pas.

Nu zit hij nog zinnetjes voor te lezen uit een beduimeld schriftje op zijn schoot. ‘Het is gezellig thuis’, articuleert hij luider dan hij zelf door heeft. Of eerder: ‘Heet iz gescheelich toisjch’. Hij merkt mijn glimlach op, maar interpreteert hem verkeerd. Ik wijs hem niet af. Ik lach hem niet uit. Ik vind het gewoon aandoenlijk. Vertederend. Allemaal die woorden die hij vermoedelijk niet kent.
 

Maar hij geeft het niet op, wendt zijn hoofd wat af en mompelt iets minder luid: ‘Heet iz gezeelich … gézellich … gesjellig … thus!’ Hij zucht, staart nog even naar het schriftje en klapt het dan een beetje moedeloos dicht.

Ik twijfel even. Maar dan neemt de leraar in me het over. ‘Het is gezellig thuis’, zeg ik een beetje aarzelend. Hij kijkt op, ik glimlach en kijk hem bemoedigend aan. ‘Het is gezellig thuis’, herhaal ik. Langzaam opent hij zijn mond. Hij heeft nog één knikje nodig voor hij het aandurft en ‘Het is gezellich thuisj’ van zijn lippen laat rollen.
 

Nu herkent hij mijn glimlach: goedkeuring, aanmoediging, blijdschap. ‘Het’, zeg ik, en hij zegt me na. ‘Is’ klinkt het even later. ‘Gezellig’ is wat moeilijker, maar na wat oefenen lukt het. Hij is fier als hij de ‘g’ eindelijk laat klinken zoals ze bedoeld is en niet als ‘ch’. ‘Thuis’ lukt daarna vanzelf.

Ondertussen komen er af en toe mensen langs. Ik weet niet wat ze denken van die 2 mannen die dat ene zinnetje maar blijven herhalen en dat erg grappig blijken te vinden. De ene wat ouder met een baardje en de andere een stuk jonger. ‘15 jaar. Denk ik’, zegt hij. ‘Jaren niet zo belangrijk’.

De rest van de rit komt Arvid tegenover me zitten en praten we wat. Het ijs is gebroken. Hij toont me een prent en ik zeg voor wat zijn vinger aanwijst. ‘Wolken’, ‘regen’, ‘bliksem’, ‘onweer’ … ‘Hagel’ is een moeilijke. Weer die ‘ch’.
 

Hij toont me een foto van zijn klas op zijn smartphone. Allemaal verschillende kleurtjes in één klaslokaal. Met één gemeenschappelijk kenmerk: een brede glimlach. Ze zijn duidelijk blij daar te kunnen zijn.

Links op de foto staat een jonge vrouw. Een eindje in de 20, schat ik ze. Halflang blond haar in een paardenstaart, blikkerende oorbellen, een parelende glimlach richting lens. Ook zij is duidelijk blij daar te zijn. De juf en de klas: ze passen bij elkaar.
 

Ik wijs haar aan op de foto. ‘Leuke juf?’ vraag ik. Hij grinnikt. ‘Ja’, zegt hij. Maar dan: ‘Geen juf. Rugzakvrouwtje.’ Hij grinnikt opnieuw en ik knipper even met mijn ogen. ‘Rugzakvrouwtje?’ vraag ik.

Zo noemt Arvid ze. Niet enkel zijn juf. Alle juffen in Brussel. Zo herkent hij ze: ‘Altijd mooie jas, altijd dikke tas’. De trein stopt en er stappen reizigers op. Arvid wijst 3 dames aan die opstappen tussen de tientallen pendelaars. Ik moet hem gelijk geven. Rugzakvrouwtjes 🙂

Altijd mooie jas, altijd dikke tas.
 

Pas wanneer ik hem 2 haltes verder heb uitgewuifd en hij een vlekje is geworden aan het eind van het perron, besef ik het: hoe moeilijk hij de Nederlandse taal ook vindt, hij heeft er wel persoonlijk eventjes een nieuw woord aan toegevoegd. Rugzakvrouwtjes. Geleerd van een OKAN-leerling. Het maakt me trots.

Gelijk heeft hij trouwens: je ziet ze overal in Brussel, de rugzakvrouwtjes. En of ze goed werk leveren.
 

Tom

Tom Debraekeleer is leraar PAV en pedagogisch begeleider PAV en MAVO. Hij stuurde zijn verhaal op goed geluk naar de redactie van Klasse.