Duiding Gepubliceerd op

Extra zorg in de klas: nieuwe regels schooljaar 2017-2018

16 reacties

Log in om te bewaren.

Delen

Leerlingen die meer nodig hebben dan basiszorg of verhoogde zorg, kunnen voortaan zorg krijgen in de klas via een regionaal ondersteuningsnetwerk. De huidige middelen van GON-, ION-, waarborg- en competentiebegeleiding komen daarin samen. De ondersteuningsnetwerken starten al op 1 september 2017.
 
Sinds de invoering van het M-decreet volgen er meer leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften les in het gewoon onderwijs. Om die leerlingen en hun leraren te begeleiden komen er vanaf volgend schooljaar ondersteuningsnetwerken. Dat besliste het Vlaams Parlement.

Lees de amendementen op ODXXVII zoals goedgekeurd door het Vlaams Parlement voor het basis, secundair en hoger onderwijs.

 

Flexibeler zorgaanbod

Tot nu kregen kinderen, naargelang hun situatie, een vast aantal uren GON-begeleiding per week. Voor sommigen was die begeleiding beperkt in de tijd. De nieuwe regels zijn flexibeler. Per leerling wordt bekeken welke zorg nodig is en hoelang. Die zorg hangt vooral af van de behoeften van de leerling: wat heeft dit kind nodig om te leren? De school, het CLB en de ouders bepalen samen of een leerling en zijn leraar meer ondersteuning nodig hebben en welke. Het medisch attest verliest aan belang.

De begeleiding kan verschillende vormen aannemen: teamondersteuning voor leraren, een aantal uren hulp voor het kind zelf, aanmaak van specifiek lesmateriaal, ondersteuning van de ouders.

Kinderen die nu al extra zorg krijgen, zullen die ook volgend schooljaar kunnen krijgen. Scholen beschikken over dezelfde GON-middelen als afgelopen schooljaar.
 

Ondersteuningsnetwerken oprichten

De netwerken moeten starten op 1 september 2017. Scholen zullen dus tegen eind juni 2017 afspraken moeten maken: met wie werken we samen?

Om versnippering te voorkomen, te veel kleine samenwerkingsverbanden, moeten die netwerken zo veel mogelijk de netten overschrijden. Het gemeenschapsonderwijs, het provinciaal onderwijs en het onderwijs van de steden en gemeenten zijn alvast verplicht om samen te werken in 1 officieel ondersteuningsnetwerk per regio vanaf het schooljaar 2018-2019. Ondersteuningsnetwerken kunnen ook met elkaar samenwerken. De samenstelling van een ondersteuningsnetwerk kan wijzigen. Die wijzigingen moeten tegen 1 maart meegedeeld worden. Ze gaan dan in op 1 september van het volgende schooljaar.

Elk regionaal netwerk zal vervolgens beslissen welke personeelsleden uit het buitengewoon onderwijs worden ingezet als ondersteuner. Ook de GON-, ION-, waarborgmiddelen en competentiebegeleiders komen samen in dat netwerk. De Vlaamse overheid zal in een overgangsperiode van 3 jaar met de sociale partners overleggen over een specifiek statuut voor de ondersteuners en een competentieprofiel.

Lees meer over de oprichting van ondersteuningsnetwerken en de meldingen die je moet sturen in de omzendbrief NO/2017/01 – ‘Samenstelling ondersteuningsnetwerken in het basis- en secundair onderwijs voor het schooljaar 2017-2018’.
 

Gevolgen voor buitengewoon onderwijs

De middelen zijn voorzien om de tewerkstelling van het huidige personeel maximaal te verzekeren. Leraren uit buitengewoon onderwijs zullen wel aangemoedigd worden om als ondersteuner aan de slag te gaan. Ze krijgen daarvoor ook opleiding. De middelen voor prioritaire nascholingen worden vanaf september 2018 voorbehouden voor de professionalisering van ondersteuners.

Als meer leerlingen en personeel verschuiven naar het gewoon onderwijs, dan verandert uiteraard ook het buitengewoon onderwijs. De sociale partners en de Vlaamse overheid zullen die gevolgen in kaart brengen. Er staat een grondige evaluatie en monitoring van het nieuwe ondersteuningsmodel gepland. De resultaten daarvan zijn voor september 2019. Speciale aandacht gaat naar de 70/30-verdeelsleutel, het effect op personeel, de verschuivingen van leerlingen en de effecten op klasvloer.
 

Mensen en middelen

In het schooljaar 2017-2018 investeert de Vlaamse regering 107 miljoen euro voor de ondersteuning van leerlingen met extra zorgnoden in het gewoon onderwijs. Dat zijn de middelen van GON-, ION-, waarborg- en competentiebegeleiders samen.

Er komt 15 miljoen euro extra voor het ondersteuningsmodel en voor leerlingen die nu geen ondersteuning krijgen. Het gaat om de begeleiding van kleuters met een matige of ernstige verstandelijke beperking, bijvoorbeeld kleuters met syndroom van Down. De tweede groep zijn leerlingen met een emotionele of gedragsstoornis die geen verstandelijke beperking hebben, bijvoorbeeld kinderen met ernstige ADHD. Het gaat samen om 2400 leerlingen.

Door de extra investering zullen er 300 extra leraren/personeelsleden voor de begeleiding instaan. Dat brengt het totaal van het aantal personeelsleden dat een ondersteunende rol opneemt in het gewoon onderwijs in het kader van het M-decreet op 2000. Voor die groep personeelsleden wordt een traject gestart om te komen tot een nieuw statuut.
 

70/30 verdeling

De middelen worden verdeeld onder de netwerken op basis van het totaal aantal leerlingen van een school (70%) en op basis van het gemiddeld aantal GON-leerlingen van de 6 voorbije schooljaren (30%). Waarom 70 procent? Omdat niet langer enkel de geattesteerde nood, maar wel de zorgnood van leerlingen centraal staat.

Om de effecten op te vangen die deze verdeling kan hebben op niveau van een onderwijsnet, komt er een overgangsperiode van 3 jaar om al te grote verschuivingen te vermijden. De GON-budgetten worden in eerste instantie bevroren, volgend jaar heeft dus iedereen hetzelfde budget als dit jaar. Alleen de waarborgmiddelen en de middelen van het extra budget worden in het schooljaar 2017-2018 via de 70/30 regel verdeeld. In geval van verliezen wordt hierop een correctie toegepast.

De 2 schooljaren nadien worden de GON-budgetten telkens voor 1/3 ‘ontdooid’ en toegevoegd aan de budgetten die volgens de 70/30 regel verdeeld worden. Commissies met vertegenwoordiging van de onderwijsverstrekkers en de vakorganisaties zullen instaan voor de verdeling van middelen over de ondersteuningsnetwerken.

Lees meer in de omzendbrief NO/2017/02 – Het ondersteuningsmodel in het basis- en secundair onderwijs en in het hoger onderwijs.