Blog Gepubliceerd op

Er is een ik te vormen, dat leerden jullie mij

Reageer

Log in om te bewaren.

Delen

Leerling Mona (18) schrijft een ode aan leraren, ouders, kennissen die haar hebben (op)geleid. Tijdens haar laatste jaar in het secundair blogt ze op Klasse.be en Klasse Magazine. Dit is haar slotakkoord.
 

Gemaakt zijn voor iets, ik geloof niet dat dat op zich genoeg is. Een groot deel van gemaakt zijn voor, is, vind ik: geleid zijn naar. Door mensen die het de moeite vonden te delen, eender wat. Twee weken geleden werd ik toegelaten aan de richting Woordkunst in het Conservatorium van Antwerpen.

Ik kies voor de wenteling in het woord, hoewel het brood waarschijnlijk makkelijker verdiend was met rechten. Dat is dan liefde voor een vak: vertrouwen op het buikgevoel en gaan. Ik doe dat na 15 jaar school in mijn thuisstad, en na 18 jaar lessen in leven. Wat ik nu weet heb ik voor een groot deel te danken aan school, maar minstens een even groot deel vergaarde ik buiten de schoolmuren. Dankzij de mensen die deelden en mij daardoor, vaak zelfs zonder het te weten, hebben geleid.

Mona Thijs

“Wat ik nu weet heb ik voor een groot deel te danken aan school, maar minstens een even groot deel vergaarde ik buiten de schoolmuren.”

Dankzij meester Karel van het eerste leerjaar, de eerste man die leiderschap een gestalte gaf, en dat op de meest warme manier. Mijn eerste woorden, bij hem. Hij draaide een spiegel om, kort daarna schreven wij ‘ik’. Hij was de pionier die dat woord mee vorm gaf toen ik nog niet wist wat het was.

Dankzij de kleuterjuf, daarvoor nog, die wist dat ik niet lezen kon, maar toch zweeg wanneer ik rechtopstaand Jaap en de Bonenstaak voorlas aan vriendinnetjes.

Dankzij mijn leraar cello, klassiek en consequent. Brilletjes in potlood, die tekende hij op alle plekken waar de pianissimo aanweziger, de boogstreken voller of ik nietiger.

Dankzij de notenleerjuf met haar ongetemd enthousiasme, op wier blauwe zitblokken iedere dinsdagavond 40 witte winterhanden mee de maat sloegen, zoekend naar een ritme waarin we gedijen konden.

Dankzij de stagiaire in het derde leerjaar, die mij ’s middags bij zich riep, de deur op slot. Ik had een klein kind verteld dat de sint een verzinsel is: of ik mij realiseerde wat ik had gedaan? Een besef maakte zich meester van mij: hoe ondraaglijk de schaamte en hoe belangrijk een geloof.

Dankzij de priester die ook mijn buurman is. Hij schreef mij een kaartje voor mijn vormsel: ‘Ga voor je dromen, maar wees bereid er de prijs voor te betalen’. Ik dacht: welke prijs? Op mijn achttiende stond dezelfde boodschap op zijn verjaardagskaart voor mij, en ik dacht: een betekenis rijpt met de jaren.


Hoezeer het kleine meisje in mij soms zou willen blijven waar ze is, in vertrouwde armen en in zekerheid. Maar kijk, er is een ik te vormen.

En al die tijd, dankzij de vader, mijn held die mij in de kleinste jaren al stadssagen influisterde. De vader, altijd in de zaal wanneer ik op het podium, steeds de nuchtere wanneer ik de zwevende. Steeds weer zegt hij mij dat schrijven discipline is, opstaan met de rest van de wereld en doorzweten tot het goed is.

En even lang al, dankzij de moeder, mijn zielsgenoot die mij al meenam naar het theater voor mijn voeten de grond raakten. Ze zat naast mij toen ik mijn eerste aha-erlebnis ervoer vanop de tweede rij. Ze heeft nooit teveel medelijden gehad, de momenten waarop ik me de slak tegen de haas voelde. De relativering en de volharding: dankzij haar.

Laatst nog, op mijn eindexamen theater waar ik in het theaterstuk cello speelde. Ik zette de cello weer in zijn houder, maar het ding besloot te vallen. Frontaal de grond op, gebroken in zes mooie stukken, voor een volle zaal. Een fractie dacht ik: we kappen ermee. Maar daar was de stem van de moeder uit de zaal: ‘Speel door, we regelen het wel’. En ik speelde door. Want, zo leerde ik, the show must go on. Net als het leven, hoezeer het kleine meisje in mij soms zou willen blijven waar ze is, in vertrouwde armen en in zekerheid. Maar kijk, er is een ik te vormen, en dat leerden al deze mensen mij.