Specialist Gepubliceerd op

Bang voor de doorlichting?

Reageer

Log in om te bewaren.

Delen

Maarten Penninckx De onderwijsinspectie zorgt voor klamme handen en angstzweet. 1 op de 4 leraren en directeurs doet enkele weken na de doorlichting zijn job minder graag. Onderzoeker Maarten Penninckx lichtte de doorlichting door. ‘De angst voor het onbekende zorgt voor indianenverhalen en worstcasescenario’s.”
 
Het is vaak harken om voldoende leraren en directeurs te overtuigen mee te werken aan een studie, geven onderzoekers aan. Bij het doctoraat van Maarten Penninckx, ‘De doorlichting doorgelicht’, lag dat anders. Meer dan 2500 (zorg)leraren en directeurs uit 138 doorgelichte basis- en secundaire scholen vulden de vragenlijst van zijn perceptie-onderzoek in.
 

Kan de komst van de inspectie ook op enthousiasme rekenen? Of slaat de stress leraren en directeurs in de benen?

Maarten Penninckx: “De inspectie lokt veel angstzweet en stress uit op school. Vooraf al: 45 procent van de leraren en directeurs ervaart veel stress. En tijdens het bezoek stijgt de koorts nog lichtjes tot 47 procent. Een deel van hen, 22 procent, kan de stress thuis niet meer van zich afschudden. Leraren en directeurs vertellen ook dat hun professionele enthousiasme een deuk krijgt door een inspectiebezoek. Kort gezegd: ze doen hun job opeens minder graag.”

“De weken voor het bezoek van de inspectie zijn heel cruciaal. Als er al een leereffect is door de doorlichting – en dat moet toch de bedoeling zijn – dan het sterkst in de periode vooraf. Omdat leraren opeens doen wat ze anders niet zo vaak doen: bij elkaar binnenkijken, uitwisselen met elkaar. Maar ook: beleidsteksten lezen (pedagogisch project, zorgbeleid) en ermee aan de slag gaan. De pre-inspectiefase zorgt dus voor een hoop stress, maar lokt ook nieuwe vormen van samenwerking en interne professionalisering uit.”
 

Waarom voelen zoveel leraren en directeurs stress en angst?

Maarten Penninckx: “De angst voor het onbekende is groot. De doorlichting komt – binnenkort zal dat anders zijn – maar 1 keer om de 10 jaar. Per definitie heeft 1 op de 3 à 4 leraren nog nooit een doorlichting meegemaakt. Dat we geen cultuur kennen van scholen en leraren evalueren, versterkt die angst. Leraren die bij elkaar visiteren, directies die regelmatig een les volgen, zijn nog meer uitzondering dan regel. Natuurlijk voel je je dan onwennig als een onbekende, externe evaluator je klas binnenstapt.”

“Net omdat het zo weinig gebeurt, gaan leraren uit van worstcasescenario’s en duiken er indianenverhalen op. Over vooringenomen inspecteurs. Maar ook over onhandige interventies. Zoals het verhaal van een inspecteur die chronometreert hoeveel tijd er verstrijkt tussen het belsignaal en de start van de les. Goedbedoeld misschien, maar naast de kwestie, want zo moet de inspectie niet te werk gaan. En zulke verhalen – hoe uitzonderlijk ook – verspreiden zich als een lopend vuurtje in de streek en zorgen voor stress.”


Als directeur moet je vooral de rust bewaren tijdens de doorlichting, anders zet je je eigen angsten over op je team

Maarten Penninckx - Doctoraat 'De doorlichting doorgelicht'

“Ook de directeur kan ongewild de stress aanwakkeren. Op een school reageerde het team aanvankelijk rustig, maar acteerde de directeur als door een wesp gestoken. ‘Als de school een advies 1 misloopt, neem ik ontslag’. Niet nodig, bleek achteraf: de school kreeg een gunstige beoordeling. Maar zijn gedrag zorgde ervoor dat het team ook stress kreeg. Je moet als directeur vooral de rust bewaren. Niet makkelijk, maar anders zet je je eigen angsten over op je team.”
 

De grootste stress hing op sterke scholen. Hoe komt dat?

Maarten Penninckx: “Klopt. Dat voelt contra-intuïtief aan. Maar als je doordenkt, is dat best logisch. Een leraar op een school met een sterk beleidsvoerend vermogen, die vaak inspraak krijgt in het beleid, voelt zich sterker verbonden met zijn school. En dus ook meer aangesproken als de inspectie kritiek geeft op de schoolwerking.”

“Terwijl het voor een leraar die alleen zijn lesjes komt geven veel minder uitmaakt of er kritiek komt. Integendeel, misschien hoopt hij wel dat iemand eindelijk de directeur en zijn beleid tackelt.”
 

Weten de leraren en directeurs voldoende wat de doorlichting verwacht en beoordeelt?

Maarten Penninckx: “Directeurs en leraren weten over het algemeen goed hoe ze de doorlichting moeten voorbereiden, maar niet waar de lat ligt. Leraren hebben ook nog altijd het gevoel dat inspecteurs hen als individuele leraren komen beoordelen. Hoewel ze eigenlijk horen te weten dat dat niet het geval is.”

“Het doet ze twijfelen: kies ik voor nieuwe, innovatieve lessen of spring ik beter niet uit de band en hou ik me strikt aan mijn leerplan? Internationaal onderzoek beschreef al vaker het innovatie-remmende effect van de inspectie. Wat als je iets nieuws probeert en daarop wordt afgerekend?”
 

Verdwijnt de stress zodra de inspectie de deur uit is?

Maarten Penninckx: “Ja. De stress en angst vallen na het bezoek snel weg. Directeurs blijven achteraf wel soms zitten met een frustratie. Als de doorlichting geen succes was, wordt dat geframed als ‘het falen van het beleidsvermogend handelen van de directeur’. Terwijl een positief rapport steevast ‘een prestatie van het hele team is’.”

“Alarmerender is dat het professionele enthousiasme niet altijd terugkomt. Zelfs bij een positieve doorlichting. Dat triggerde me enorm. Zijn leraren en directeurs tijdelijk uitgeblust na die intensieve maanden? Of teleurgesteld – zelfs na een gunstige evaluatie – omdat de inspecteurs niet al hun harde werk opgemerkt hebben? Of heeft het harde werk, vanuit externe motivatie, de intrinsieke motivatie van leraren beschadigd? Het valt moeilijk te verklaren.”
 

Nog alarmerend: de komst van de inspectie zet op school achteraf weinig in gang.

Maarten Penninckx: “Klopt. Ook in een goed rapport staan werkpunten en toch zet de doorlichting scholen onvoldoende aan tot acties. Slechts 32 procent van de scholen verandert iets aan het beleid. 53 procent van de leraren past zijn professionele aanpak (enigszins) aan, bij 42 procent hebben die veranderingen een gunstig effect voor de leerlingen.”

“Ik zie twee redenen: scholen krijgen bij advies 1 geen trigger om iets aan te pakken. Ze stellen veranderingen uit. ‘We hebben veel energie gestopt in de doorlichting, dus laten we de adviezen nog even rusten’, vertellen directeurs. Deels uit zorg voor hun leraren. Scholen met advies 2 moeten wel ingrijpen, maar stellen het verbeterpad ook uit. De inspectie komt toch pas over drie jaar terug.”

“Alles bij elkaar bepaalt niet zozeer het beleidsvoerend vermogen van de school of ze aan de slag ging, maar wel hoe leraren en directeurs de inspecteurs ervoeren. Globaal scoorden die overigens heel goed: leraren vonden hen betrouwbaar, vriendelijk, open voor dialoog en hun oordeel valide. En ook het proces kreeg goede cijfers. Een grote meerderheid vindt dat de inspecteurs voldoende expertise hebben en de sterktes en zwaktes van de school correct inschatten.”


Inspecteurs mogen geen constructief advies of tips geven om de zwakke punten weg te werken. Terwijl 87 procent van de directeurs en leraren nét daarop zit te wachten

Maarten Penninckx - Doctoraat 'De doorlichting doorgelicht

“De tweede reden: inspecteurs mogen zeggen wat niet goed loopt, controleren of het beleid tot in de klaslokalen doordringt en of een vakgroep de eindtermen haalt, maar ze mogen geen constructief advies of tips geven om de zwakke punten weg te werken. Terwijl 87 procent van de directeurs en leraren nét daarop zit te wachten. Ook inspecteurs vinden dat frustrerend.”

“Daarom moet doorlichting, begeleidingsdiensten en/of schoolbesturen nauwer samenwerken om de onderwijskwaliteit te maximaliseren. Zodat de bevindingen van de inspectie snel resulteren in concrete actiepunten. De inspectie mag dat niet doen, begeleidingsdiensten en schoolbesturen wel.”
 

De inspectie vernieuwt en wil vertrouwen geven en in dialoog gaan met scholen. Reduceren ze daarmee de stress?

Maarten Penninckx: “Inspectie 2.0 wil de school meer vertrouwen geven en een ontwikkelingsgerichte dialoog voeren met directeurs en leraren. Dat kan tot goede inzichten leiden. Zeker als je de doorlichting kan koppelen aan concrete werkpunten, door samen te werken met andere partners. Ik zie veel hoopvolle, positieve ambities bij inspectie 2.0.”

“Maar hoe je het draait of keert: de inspectie blijft wel de instantie die, ook met meer of minder dialoog, in the end wel de erkenning van je school kan intrekken en snedige kritiek kan geven op je vakgroepwerking. De stress voor de onbekende, externe evaluator zal de eerstkomende tien jaar dus zeker niet wegvallen.”
 

Dit interview haalt de principes van Inspectie 2.0 aan, het kader waarin de inspectie vanaf januari 2018 werkt. Centraal staan de ontwikkelingsgerichte dialoog en het verhogen van de frequentie. Benieuwd naar de overige principes? Check de website van de Onderwijsinspectie.