Vlaanderen
Klasse.be

Zo doen zij het

Bewegend leren: “Tafels en stoelen buiten”

  • 29 augustus 2017
  • 4 minuten lezen

Juf Wytske gooide de klassieke tafels en stoelen buiten en verving ze door mobiele banken. Het resultaat: 10 lage bankjes, 20 kussens, evenveel rondspringende kinderen en altijd de beste klasopstelling voor elke werkvorm. Stap zelf de bewegende klas binnen in deze 360°-video.

Bekijk de 360° video bewegend leren in de klas

Dit is een 360° video. Je kan deze video optimaal bekijken met Google Chrome, Firefox en Microsoft Edge. Gebruik je iOS? Bekijk de video in de YouTube app.

Waarom schakelde je over naar kleine, mobiele bankjes?

Wytske Bootsma, 2de leerjaar in De Teunisbloem in Gent: “We maakten enkele jaren geleden al kennis met bewegend leren via kleine bankjes. Een collega liet toen een filmpje zien op de personeelsvergadering. Interessant, dachten we, maar bewegend leren was op dat moment nog een ver-van-ons-bedshow. Wellicht omdat we de voordelen ervan nog niet voldoende hadden ontdekt. En omdat je dat praktisch niet in een-twee-drie regelt.”

“Vorig jaar kwam daar verandering in. Ik woonde een tweedaagse bij in Den Haag waar ik aan den lijve ondervond hoe zo’n bewegende klas precies werkt. Vooraf was ik nogal sceptisch. Ik had sterk mijn twijfels over de zithouding van de leerlingen op de bankjes en de kussens. ‘Hoe kan een kind daarop nu correct en aandachtig zitten?’ Maar ik leerde snel de pluspunten van bewegend leren kennen. Ik was meteen laaiend enthousiast en vastberaden mijn collega’s te overtuigen. En kijk nu: twee klassen plukken intussen al de vruchten van bewegend leren.”

Welk effect heeft bewegend leren op je lessen en je leerlingen?

Wytske Bootsma: “Tijdens de lessen boeken de leerlingen motorisch vooruitgang. De bankjes gebruiken we natuurlijk niet alleen om aan te zitten. Ze staan, kruipen, sluipen, rollen, springen, tasten, hinkelen en touwtjespringen. Zo worden ze zich veel bewuster van hun eigen lichaam, innerlijk en bewegingen. Doordat leerlingen vaak bewegen, kunnen ze zich ook sterker concentreren en leren ze beter. Daarnaast zorgen bewegende lessen er ook voor dat de leerlingen rustig zijn wanneer ik dat van hen verwacht. Ook de druktemakertjes.”

“Met de bankjes kan ik de klas gemakkelijk en snel herinrichten, samen met de kinderen. Elke ochtend start ik met een parcours dat beurtelings door twee leerlingen wordt verzonnen en klaargezet. Die wisselende klasopstellingen vangen meteen hun aandacht en nieuwsgierigheid. En ook na het parcours blijven we de hele dag met de bankjes schuiven. In een mum van tijd maken we telkens de beste opstelling voor elke werkvorm. Frontaal om te schrijven, in groepjes om samen te werken of in een kring waardoor iedereen op de eerste rij zit, met de mat als ‘schrijfbord’ in het midden. Daardoor zijn de kinderen sterker betrokken bij de les en bij elkaar.”

Bewegend leren, met of zonder kleine bankjes, is ook gewoon leuk.

Wytske Bootsma
leraar

Was het voor de kinderen wennen?

Wytske Bootsma: “Toch wel. Vooral de overgang van stoelen naar kussens. Leerlingen vonden het lastig om de correcte zithouding te vinden en hielden die niet altijd aan. Ik leerde ze om ‘stoere ruiters’ te zijn die goed op hun paard zitten. Dan nemen ze de teugels vast en gaan stevig op hun zadel zitten. Wanneer ik ze nu en dan betrap op een verkeerde houding, knipoog ik: ‘Hé Bente, jij zit goed op je paard, zelfs je voetjes wijzen naar binnen. Knap!’. Meteen zie je een aantal andere kinderen hun houding corrigeren.”

“Uiteraard is ook de klasstructuur anders. Ook daaraan moesten ze wennen. Tafels en stoelen stonden vroeger op een vaste plaats en de leerlingen moesten nauwelijks hun plek verlaten. Nu zijn ze vrijer en losser en moet ik ze meer structuur bieden. Als ze binnenkomen, wisselen ze eerst hun schoenen voor turnschoenen en zetten die samen met hun boekentas op het juiste schap. Achteraan in de klas halen ze hun lesmateriaal zoals kleurpotloden of telstaafjes uit hun vakjes, want die kunnen ze nu niet meer opbergen in hun bank.”

Wordt er in de hogere jaren ook nog ingezet op bewegend leren?

Wytske Bootsma: “Ja. Methodescholen zetten sowieso meer in op beweging, ritme en zang. Ook toen het nieuwe meubilair er nog niet was, besteedden we daar als team al veel aandacht aan. Maar de mobiele bankjes belandden natuurlijk niet toevallig in het eerste, en tweede leerjaar. De oudere kinderen bewegen toch minder in de klas. Logisch. Daar groeit de focus op vaardigheden die ze zittend aan klassieke banken uitvoeren, zoals schrijven.”

Moeten alle basisscholen vaker bewegend leren?

Wytske Bootsma: “Waarom niet? Bewegend leren, met of zonder kleine bankjes, stimuleren het leren én is ook gewoon leuk. En akkoord, ik moet daarvoor wat vaker door de knieën om lager bij de grond les te geven, maar ik zie dat mijn leerlingen er wel bij varen. Daar kan je samen alleen maar profijt uit halen. Kinderen zijn bovendien niet gemaakt om acht lesuren lang in schoolbanken vast te zitten. Mobiele bankjes geven je de kans om die gewoonte radicaal te doorbreken.”

Amina Laribi en Tim Paternoster

Voeg dit artikel toe aan je bewaarde artikels

Log in om te bewaren


L

Luc Cielen

29 augustus 2017

In 2015 volgde ik een lesdag in de Vrijeschool in Den Haag, waar in 1e en 2e leerjaar de methode van 'bewegend leren' gevolgd werd. De organisatie van de schooldag was te vergelijken met wat ik in de video-opname van de Teunisbloem zag.
Na mijn bezoek aan de school in Den Haag schreef ik een verslag, waaruit ik hier enkele fragmenten aanhaal omdat ze toepasbaar zijn op wat in de video getoond wordt.

Het meest positieve is dat de kinderen direct bij het binnenkomen van de klas actief zijn.
Het bewegingsmoment heeft veel weg van een korte les L.O. als inleiding op de schooldag.
Het aanbod is door de beperkte klasruimte toch beperkt. Veel meer dan kruipen, evenwichtsoefeningen, stappen, knielen, liggen, zitten is niet mogelijk. Rennen bijvoorbeeld kan moeilijk een onderdeel van dit bewegingsmoment zijn.
Het is een opgelegde beweging, terwijl kinderen net de kans moeten krijgen om veel meer spontaan te bewegen en verschillende houdingen aan te nemen in de loop van de schooldag. Zodra hier de bewegingsmomenten voorbij zijn, zitten de kinderen toch vooral op de mat of een kussen aan een bank of zitten op de bank.
Kinderen staan regelmatig stil, moeten wachten, aanschuiven enz. Terwijl het uitgangspunt is dat een kind nooit moet wachten. Wachten is oorzaak van verveling, lastig doen, uit de band springen, pesten enz. Wachten voor een kind is nooit een stimulans voor de wilsontwikkeling, tenzij het een actief wachten is in de zin van: wachten tot het verhaal uit is, wachten tot de uitleg gegeven is, wachten tot de tafel gedekt is, enz.
Op het moment dat de kinderen het meest ontvankelijk zijn voor ‘leren’ en voor concentratie wordt er een vorm van spel gegeven.
Een kind komt naar school om te leren. Dat merk je zeer duidelijk bij de jonge eersteklassers. Hoe kijken ze als schoolrijpe kleuters al niet uit naar de ‘grote’ school waar ze gaan leren lezen en schrijven en blokfluitspelen en rekenen. Daarmee moet de dag dan ook beginnen. Tussendoor, als noodzakelijke afwisseling maar vooral als onderdeel van het leren, kunnen en moeten bewegingsmomenten ingelast worden. Die beweging moet een relatie hebben met de leerstof of moet totaal vrij zijn.
Vrije beweging als onderdeel van de leerstof betekent dat kinderen zelf hun werkplek en werkhouding (zitten, staan, liggen, …) kiezen en regelmatig afwisselen. Ook de manier waarop ze tafels, stoelen, banken, matten, vensterbanken enz. gebruiken stimuleert de bewegingsmogelijkheden.
Vrije beweging kan gestimuleerd worden door de kinderen op verschillende plaatsen in de klas én daarbuiten te laten werken. Bijvoorbeeld rekenen met materialen gebeurt niet op de plek waar het kind met zijn rekenwerk zit, waardoor het kind voortdurend verplicht is om in beweging te komen. Leren lezen kan op verschillende manieren gebruikmaken van de ruimte: niet steeds naar het bord gericht werken, maar diverse hoeken en plekken in de klas gebruiken afhankelijk of het om analyse of synthese of een ander onderdeel (bv. dictee) betreft. Ook in de hogere klassen heeft elk vak tal van mogelijkheden tot spontaan bewegen. Als die voldoende gebruikt worden is er geen behoefte om een bewegingsopmaat te voorzien.
Zeer positief is dat de traditionele en sociaal verwerpelijke frontale tafelopstelling verdwenen is. Nog te veel Steinerscholen hanteren de frontale opstelling. Het is werkelijk een verademing om in deze vrijeschool een andere en betere aanpak te zien.
De kinderen gebruiken de banken - breed, tamelijk hoog - om op te zitten, om op te lopen en om als werkblad te gebruiken. Die multifunctionaliteit nodigt uit tot gediversifieerd gebruik en tot beweging.
De leerkracht laat de banken op de traditionele frontale opstelling plaatsen zodra de kinderen gaan schrijven. Deze frontale opstelling neemt een aantal bewegingsmogelijkheden weg, terwijl die net kunnen bijdragen aan de concentratie, aan de waarneming, aan de geheugenvorming, de sociale interactie en de persoonlijke inzet.
Er zijn geen tafels in de klas. De kinderen kunnen dus nooit aan tafel zitten. Hierdoor ontbreken er enkele mogelijkheden tot bewegen. Afwisseling in het werken aan een tafel en het werken aan een lage bank en aan andere werkhoogten kan zeer stimulerend zijn.
We moeten ernaar streven dat de kinderen op zo veel mogelijk manieren zitten en staan tijdens het werk. In de klasinrichting die ik hier zie, zijn er geen mogelijkheden om staand te schrijven of te tekenen. Met enkele tafels zou dit wél kunnen. Hoge vensterbanken of andere meubels waaraan staand gewerkt kan worden zijn een extra mogelijkheid voor beweging maar ook voor het sociale contact (het samenwerken).
Alles speelt zich af binnen de ruimte van één lokaal. Ook dit beperkt de bewegingsmogelijkheden in grote mate. Waarom niet de gang erbij gebruiken of nu en dan naar een ander lokaal of naar buiten gaan terwijl men weet dat dit zeer verfrissend werkt en de concentratie verhoogt. Zo zou men ook met andere klassen kunnen samenwerken, terwijl nu iedere klas een eiland op zich is. Kinderen van de ene klas hebben geen contact met kinderen van andere klassen en zien ook niet wat in andere klassen gebeurt.

Het volledige verslag vind je op
https://www.cielen.eu/bezoek-klas-in-beweging-2015.pdf

Reageren
A

Andre

2 september 2017

In grote mate zijn de aanvullingen van Luc Cielen terecht. Het zou een voortdurend streven moeten zijn om de kinderen in de klaspraktijk te laten bewegen en te ondersteunen in de ontwikkeling van hun lichaam. Recente onderzoeken tonen immers aan dat er een rechtstreekse relatie is tussen beweging en hersenontwikkeling bij jonge kinderen. Maar eigenlijk was dat voor de pedagogen niet echt nieuws.
Het aanbieden van bewegend leren is iets wat van meet af aan ingebakken is binnen de Steinerpedagogie. Een variabele klasinrichting kan hier inderdaad een stuk aan tegemoet komen. Momenteel zijn er ook in de hoogte verstelbare banken op de markt. De houten versies zijn echter nog behoorlijk duur. Toch ligt de grootste uitdaging in de vertaalslag van de leerkrachten. Het zittende onderwijs is immers in vele scholen ingebakken.

Ten aanzien van zijn commentaar op het filmpje van juf Wytske reageert Luc enkel op wat hij ziet in de klas natuurlijk. Over meer info kan hij hier ook niet beschikken. De camera stond ook enkel in de klas opgesteld waardoor het klasgebeuren zich ook vooral in deze ruimte afspeelde. Het zal hem echter plezieren te weten dat juf Wytske met haar klas ook de nieuw ingerichte speelplaats gebruikt. De kinderen rennen en klauteren dat het een lieve lust is en menig 'ochtendparcours' maakt gebruik van de gehele infrastructuur van de school.
Een 'bewegende klas' blijft weliswaar een uitdaging en de overgang van het 'zittende onderwijs' naar het 'bewegende onderwijs' zal de komende jaren voor een nieuwe doch noodzakelijke uitdaging zorgen in het onderwijs.
Laat me hopen dat de scholen ook hier voldoende ruimte krijgen om deze uitdaging aan te gaan.

Reageren
K

Kaat

4 september 2017

Waar heb je de bankjes gevonden juf Wytske?

Reageren

Laat een reactie achter