Klastips Dit artikel behoort tot de reeks Differentiëren Gepubliceerd op

Zo differentieer je in het secundair

Reageer

Log in om te bewaren.

Delen

Hoe stem je als leraar in het secundair je lessen af op de verschillen tussen je leerlingen? En haal je zo het maximum uit je leerlingen? Klasse verzamelde 8 tips om te differentiëren bij tieners.

Leraar secundair onderwijs differentieert in de Klas

8 tips

  1. Informatie in verschillende vormen

    Verduidelijk een complexe structuur of theorie door linken te leggen tussen ideeën in een mindmap. Of bied nieuwe informatie op verschillende manieren aan: geef zowel de uitleg in een doorlopende tekst als in een alternatieve vorm: een schema, een illustratie, een diagram, een video of een foto.

  2. Interactieve beelden

    Met de app Thinglink maak je afbeeldingen interactief. Je licht onderdelen van een afbeelding toe met tekst, video of websites. Zo maak je een digitale poster van de leerstof. Leerlingen kunnen op eigen tempo door de leerstof en naar verschillende oefeningenreeksen om te testen of ze de theorie snappen.

  3. Instructiefilmpjes

    Laat leerlingen over ‘moeilijke’ leerstof een instructiefilmpje maken met een tablet. Vooraf zoeken ze een YouTubefilmpje op over je lesonderwerp. Dan maak je groepjes van drie, vier leerlingen. Ze kiezen zelf hun taak: wie schematiseert de leerstof, wie legt uit, wie filmt. Binnen het uur hebben ze een filmpje.

  4. Samenvatten

    Moeten je leerlingen als opdracht een synthese maken? Laat ze dan vrij om hun onderwerp en tekst te kiezen. Zo kunnen ze op basis van hun interesses en capaciteiten tonen in hoeverre ze kunnen samenvatten. Ook corrigeren wordt boeiender, want je hoeft niet steeds opnieuw dezelfde tekstinhoud te lezen.

  5. Teksten per niveau

    Bied je leerlingen teksten aan met verschillende moeilijkheidsgraden erin. Met moeilijke en makkelijkere hoofdstukken, gestructureerde en minder gestructureerde. Laat je leerlingen kiezen welk hoofdstuk ze lezen, en laat ze via een zelfreflectieverslag evalueren op welk leesniveau ze staan. Koppel daaraan ook een opdracht met keuzemogelijkheden: een spreek- of een schrijfopdracht.

  6. Evalueren

    Denk verder dan schriftelijke examens. Schrijf- en spreekoefeningen, portfolio’s en groepswerken zijn veel krachtiger methodieken, met meer ruimte voor de inbreng van de leerling.

  7. Jokers

    Laat je leerlingen jokers inzetten. Een zwarte voor een criterium dat jij als leraar voor een keer niet mag meenemen in de beoordeling. Een rode als ze willen dat je hen dubbel quoteert op bijvoorbeeld lichaamstaal of articulatie. Zo leren ze zichzelf inschatten en durven ze te praten over hun talenten, zonder dat als opscheppen te beschouwen.

  8. Leesschema’s

    Geef je leerlingen de kans om leesschema’s te gebruiken die een tekst verduidelijken. Zo hebben ze meer of minder ondersteunen als ze een tekst verwerken. Geef niet minder punten als ze zo’n schema gebruiken. Want zo schaven je leerlingen zichzelf bij. En leren ze écht.