Klachtenlijn van Kinderrechtencommissariaat

Archief

Klasse voor Leraren

189 - november 2008

Klasse voor Leraren

189 - november 2008

pagina 10 t.e.m. pagina 15

Een kind in het tso of kso kost ouders behoorlijk meer dan in het aso of bso

978 euro. Zoveel kost het gemiddeld in Vlaanderen om je kind een schooljaar lang secundair onderwijs te laten volgen. Dat becijferden Mayke Poesen- Vandeputte en Joost Bollens (Hoger Instituut voor de Arbeid van de KULeuven) tijdens hun onderzoek naar studiekosten in het secundair onderwijs. Laten ouders en leerlingen zich bij hun studiekeuze leiden door de studiekosten? En kan secundair onderwijs kosteloos?

“Als secundair onderwijs niet kosteloos kan, spreid de kosten dan over alle ouders”

Schooltoelagen dekken de studie kosten niet. In 2007 betaalden ouders in Vlaanderen gemiddeld 978 euro om hun kind een schooljaar secundair onderwijs te laten volgen. Sinds het schooljaar 2007-2008 komen meer gezinnen in aanmerking voor een schooltoelage. Dit schooljaar zal ongeveer 25 procent van de leerlingen een schooltoelage krijgen. Die bedraagt minimaal 70 euro en maximaal 310 euro. Een gezin dat de kleinste schooltoelage ontvangt, betaalt daarmee zeven procent van de studiekosten.

Joost Bollens: “Een gezin betaalt met de hoogste toelage een derde van de gemiddelde studiekosten, maar sommige studierichtingen zijn veel duurder dan dat gemiddelde. In de derde graad tso is de gemiddelde studiekost 1 150 euro, in de derde graad kso loopt dit op tot 1 350 euro. Voor die gezinnen dekt de maximale schooltoelage nog minder dan een derde. Je mag nu wel wat meer verdienen om in aanmerking te komen voor een schooltoelage, maar de toelagen zelf zijn niet geïndexeerd. Ze dekken dus maar een fractie van de totale studiekost. Toch mag je niet besluiten dat de schooltoelage niet helpt. Ze maakt deel uit van een groter systeem. Ouders krijgen ook een bonus van de federale overheid, ze krijgen belastingvermindering, kinderbijslag…

Niet iedereen die recht heeft op een schooltoelage krijgt die ook effectief. Je moet ze immers zelf aanvragen. Ik zie niet meteen een andere oplossing. De toelage verrekenen in de belastingen heeft weinig zin, omdat de armste gezinnen geen belastingen betalen. Al worden er de laatste jaren wel veel inspanningen geleverd om te communiceren met kansarme doelgroepen, zoals via ocmw’s, intermediairen of allochtonenverenigingen.”

Het secundair onderwijs is niet kosteloos. Een internationaal verdrag dat ook Vlaanderen bindt, bepaalt nochtans dat ‘de geleidelijke invoering van kosteloos onderwijs’ het secundair algemeen toegankelijk moet maken. In het secundair onderwijs bestaan geen maximumfacturen. Het is niet kosteloos (zoals het basisonderwijs). De hoogte van de schooltoelagen hangt evenmin af van de studierichting die de leerling volgt.

Joost Bollens: “Kosteloosheid is veel prangender in het secundair onderwijs omdat de kosten er veel hoger zijn. Daar kosteloos onderwijs invoeren is erg duur. Toch zouden minstens de studieboeken gratis moeten zijn. Een maximumfactuur invoeren zoals in het basisonderwijs valt te overwegen. De overheid moet wel eerst via de werkingsmiddelen die de scholen krijgen, het verschil in kosten voor de verschillende studierichtingen wegwerken. Pas dan kun je beslissen hoe hoog die maximumfactuur mag zijn. Evalueer dus eerst het systeem van kosteloosheid in het basisonderwijs voor je overweegt om het in het secundair onderwijs in te voeren.”

Ouders zijn minder tevreden over de studiekosten dan zeven jaar geleden. Die zijn nochtans niet gestegen. De kosten voor studieboeken, fotokopieën, vervoerskosten en schoolreizen, vindt meer dan de helft van de ouders te hoog. Ouders zijn meer ontevreden naargelang hun inkomen lager is.

Joost Bollens: “Op het eerste gezicht lijkt het vreemd dat ouders minder tevreden zijn over de studiekosten, maar het debat in de media over ‘kosteloos onderwijs’ maakt de ouders kritischer. Ze denken dat alles gratis moet zijn, dat het niet klopt dat ze nog schoolrekeningen moeten betalen. Daarom zijn ze wellicht minder tevreden. Ook een onduidelijke schoolrekening zorgt voor ongenoegen. Ouders hebben er bijvoorbeeld vaak geen zicht op hoeveel fotokopieën hun zoon of dochter krijgt. Je krijgt een slecht gevoel als je niet weet waar een kost vandaan komt. Daarom moeten scholen oppassen een ‘forfait’ te vragen aan de ouders. Dat is een vast bedrag dat de school aan het einde van het schooljaar verrekent met de werkelijk gemaakte kosten. Natuurlijk is er de laatste jaren al veel verbeterd door de ‘ouderbijdrageregeling’. De ouders krijgen bij het begin van het schooljaar een lijst met de kosten. Zo weten ze waar ze aan toe zijn. De globale studiekost is sinds 2000 gelijk gebleven, maar de uitgaven zijn onderling verschoven. De uitgaven voor vervoer zijn aanzienlijk gedaald. Maar de kosten voor schoolactiviteiten en facultatieve uitgaven zoals de waarborg voor een kastje zijn wel fors gestegen.”

De kost van een studierichting bepaalt de studiekeuze niet. Het gemiddelde inkomen van gezinnen met kinderen in het aso is beduidend hoger dan dat van gezinnen met kinderen in het bso, tso en kso. Rijke gezinnen sturen hun kinderen dus niet naar dure studierichtingen en arme gezinnen sturen hun kinderen niet naar goedkope studierichtingen.

Joost Bollens: “Ouders weten helemaal niet wat een bepaalde studierichting kost. Velen weten wel dat de richtingen slagerij of fotografie duur zijn, maar voor veel andere opleidingen is dat niet zo duidelijk. Er speelt een heel ander – omgekeerd – proces: je treft jongeren uit minder gegoede gezinnen meer aan in het tso en jongeren uit rijkere gezinnen meer in het goedkope aso. Het beleid moet daar rekening mee houden, het is pas sociaal rechtvaardig als de kosten overal ongeveer gelijk zijn. Natuurlijk moet je nuanceren: het aso is goedkoper, maar je kunt er niet mee naar de arbeidsmarkt. Je moet dus bijkomend investeren. Het tso en sommige richtingen van het bso zijn duur, maar je stapt er recht mee naar het beroepsleven. Als je dat wilt, kun je geld verdienen met je diploma.”

“Rijkere gezinnen kiezen vooral voor goedkoop aso”

Download het volledige rapport op www.ond.vlaanderen.be/obpwo

Mayke Poesen-Vandeputte en Joost Bollens, Studiekosten in het secundair onderwijs. Wat het aan ouders kost om schoolgaande kinderen te hebben. Leuven, 2008.

“Toerisme en Voeding het duurst, Bouw het goedkoopst”

Boeken en kopieën nemen grootste hap
In 2007 betaalden ouders in Vlaanderen gemiddeld 978 euro om hun kind een schooljaar secundair onderwijs te laten volgen. Waar gaat dat geld naartoe?

Uitgaven Gemiddelde %
Schooluitrusting (boeken, kopieën, speciale kledij…) 667,92 euro 68 %
Vervoerskosten 70,73 euro 7 %
Schoolactiviteiten (sportlessen en eendaagse uitstappen) 104,75 euro 11 %
Meerdaagse schoolreizen 63,95 euro 7 %
Steunactiviteiten (schoolkalender, eetfestijn…) 20,34 euro 2 %
Facultatieve uitgaven (waarborg kastje, bibliotheekkaart…) 50,42 euro 5 %
Totaal 978,11 euro 100 %

 

Gemiddelde studiekosten per kostenrubriek in 2007. Deze gemiddelde bedragen zijn cijfers voor heel Vlaanderen. Het gaat om gemiddelden. Sommige ouders betalen bijvoorbeeld niets voor meerdaagse schoolreizen, want niet alle scholen organiseren die.

Klasse voor Leraren

189 - november 2008

Error, group does not exist! Check your syntax! (ID: 3)

Archief

Dit artikel komt uit het archief van
Klasse. De informatie is misschien niet
meer up-to-date.

Liever actuele info over dit onderwerp?
Surf naar www.klasse.be