Klachtenlijn van Kinderrechtencommissariaat

Archief

Klasse voor Leraren

223 - februari 2012

Klasse voor Leraren

223 - maart 2012

pagina 41 t.e.m. pagina 42

Leren op maat

Is differentiëren moeilijk? In het Leonardo Lyceum Quellinstraat in Antwerpen volgt elke leerling een individueel leertraject. “Wie in het derde jaar zit en goed is in Frans, kan het vak in het vierde jaar volgen”, zegt directeur Ronny Du Jardin. “Zo loodsen we iedereen op eigen ritme door het secundair.”

“We hebben 62 verschillende nationaliteiten op school”, legt directeur Du Jardin uit. “Een mix van allochtone en autochtone leerlingen. En een paar onthaalklassen voor anderstalige nieuwkomers (OKAN). OKAN-leerlingen die in het aso terechtkomen, hebben een taal-, maar soms ook een leerachterstand. Toch barsten ze van talent en enthousiasme. Dat willen we niet verloren laten gaan. Dus kozen we voor een pedagogisch concept dat afwijkt van het klassieke model: individuele leerlijnen op maat.”

Nesrin is zestien en zit in het vijfde jaar Latijn-Wiskunde. Drie jaar geleden is ze met haar ouders van Bulgarije naar België verhuisd. Nu woont ze in de Antwerpse Seefhoek. “Ik ben gestart in de OKAN–klas om Nederlands te leren. Het schooljaar daarna ben ik van het tweede naar het derde én het vierde jaar gegaan. Engels kan ik heel goed, daar heb ik hard voor gestudeerd in Bulgarije. Hier werkte ik tijdens de lessen Engels in het zelfstudielokaal aan andere vakken die moeilijker gingen, zoals Nederlands. Nu volg ik ook Engels van het zesde jaar.”

“In een andere school zou Nesrin waarschijnlijk in een beroepsrichting terechtgekomen zijn omdat ze zo veel achterstand voor Nederlands had, terwijl ze veel liever een aso-richting volgt én die ook aankan”, zegt Sonia Govers, haar leraar Engels in de derde graad. “Er is niets mis met een beroepsrichting, maar Nesrin zou er zich niet thuis voelen. Door haar een individueel leerpad te laten volgen, waarbij ze haar sterktes kan ontplooien en haar zwaktes kan verbeteren, kan ze in het aso blijven. Leerlingen stromen hier door op basis van talenten, niet op basis van tekorten.”

Roosters op maat

360 leertrajecten in één school, hoe maak je dat haalbaar in de praktijk? “We maken van iedere leerling die hier start een individueel en persoonlijk ontwikkelingsplan op”, zegt de directeur. “We polsen naar talenten en werkpunten, moedertaal en achtergrond. Dan stellen we de uurroosters samen. Wetenschappen en talen blijven bij ons even zwaar wegen, omdat we kiezen voor een brede, algemene opleiding. We kijken per leerling hoeveel taallessen ze moeten volgen en vullen dat aan met uren wetenschap. We proberen vooral flexibel te zijn. In het vijfde jaar bijvoorbeeld staat er voor de leerlingen zes uur wiskunde geprogrammeerd. Maar er zijn leerlingen die acht uur wiskunde volgen. De ene omdat hij het graag doet, de andere omdat hij die tijd nodig heeft om de leerstof van zes uur te verwerken.”

“Leerlingen stromen hier door op basis van talenten, niet tekorten”

“Voor 360 leerlingen heb ik 65 leraren. Ik kan de klassen dus redelijk klein houden. De leerlingen leren van bij de start zelfstandig werken. Drie uur per week gaan ze naar de e-learningklas. Daar kunnen ze bijwerken voor het ene vak of hulp vragen voor een ander. Nesrin is heel goed in Engels, dus kan ze tijdens e-learning leerlingen begeleiden die er minder goed in zijn.”

“Ik haalde inspiratie bij het Zweedse schoolmodel. We kijken meer naar welke opleiding bij een leerling past, dan naar de verdeling aso, tso, bso of kso. Dat is dé uitdaging zijn bij de hervorming van het secundair onderwijs. Wij geven een brede algemene vorming op maat, en stellen de studiekeuze zo lang mogelijk uit.”

Meer coach dan leraar

Ronny Du Jardin was topsportcoach voor hij hier zeven jaar geleden directeur werd. “Die ervaring gebruik ik nu om mijn leraren te coachen en het beste uit zichzelf en de leerlingen te halen. In het begin was er wel wat weerstand. Het eerste jaar zijn er vijf leraren opgestapt. Het jaar erna nog eens drie. Maar wie gebleven is, voelt zich hier goed en is trots op de resultaten die de leerlingen halen.”

“Vroeger gaf ik heel klassiek les maar dat is uitgesloten nu”, zegt Sonia Govers. “De leerlingen zitten wel per klas maar ze werken heel vaak zelfstandig. Ik ben meer een coach. Ik begeleid hen in hun leertraject en breng structuur aan. Meryem, een leerling uit mijn klas, is heel goed in wiskunde en volgt zelfstandig de leerstof van het zesde jaar. Dat geeft wat extra werk voor de leraren maar dat is klein bier tegenover wat de leerlingen hier presteren. En als je het efficiënt aanpakt, valt het allemaal wel mee.”

“Het is niet makkelijk om alle leerlingen altijd te motiveren”, zegt Stijn Auwers, leraar wiskunde in de derde graad. Veel van onze leerlingen komen uit moeilijke buurten in Antwerpen. Hun vrienden hangen vaak rond op straat of gaan nauwelijks naar school. Dan is het niet evident om thuis te komen en meteen je huiswerk te maken.”

Mohamed zit in het zesde jaar en wil volgend jaar verder studeren voor ingenieur. “Niemand in mijn familie en niemand van mijn vrienden heeft dat ooit geprobeerd”, zegt hij. “Een voorbeeld heb ik niet. Maar met de steun van de school hoop ik dat het lukt. Ik maak extra oefeningen voor wiskunde tijdens de e-learning uren en soms blijf ik in de huiswerkbegeleiding. Dan kan niemand mij verleiden met een matchke voetbal in de buurt.”

Het onderwijsmodel van het Leonardo Lyceum Quellinstraat was een ‘proeftuin’. Dat zijn scholen die een nieuw onderwijsidee uitprobeerden. Zo liggen ze mee aan de basis voor onderwijsvernieuwing in Vlaanderen. Andere scholen kunnen er veel van leren. Volg hun voorbeeld op www.tvklasse.be/reeksen/proeftuinen.

Klasse voor Leraren

223 - maart 2012

Error, group does not exist! Check your syntax! (ID: 3)

Archief

Dit artikel komt uit het archief van
Klasse. De informatie is misschien niet
meer up-to-date.

Liever actuele info over dit onderwerp?
Surf naar www.klasse.be