|
|
|||
HelpCommunicatie
Bekijk het filmpje over dit thema:Gebruikt u mintaal of plustaal?![]() «Jij kan ook nooit doen wat we vragen.» of «Ik wil graag dat je je spullen goed opruimt.»Kinderen zijn nooit 'altijd vervelend, altijd lui, altijd te laat' Een kinderhoofd zit vol vragen. Het ontwikkelt zijn identiteit. Een opmerking als «Je kan ook nooit luisteren, hé» (of sterker nog: «Je bent de nagel aan mijn doodskist») ontmoedigt uw kind. Veralgemeen nooit. Het kind voelt zich dan afgewezen en denkt: «Waarom zou ik mijn best doen, ze vinden me toch vervelend». Val kinderen nooit op hun persoon aan («Je bent een luierik, dommerik, vuilak»). Bespreek wel hun storend gedrag: «Wat je hier gedaan hebt is». Dat geeft hen de kans (en de uitdaging) om hun gedrag te veranderen. «Wat ben je toch lui!» of «Ik vind het erg dat je je huiswerk nu nog moet maken.»Jij-taal veralgemeent dikwijls. «Jij bent slordig» betekent eigenlijk dat iedereen dat vindt, dat het zo is. Met ik-taal stellen we onszelf aanwezig: «Ik vind dat je lui bent». Anderen kunnen daar misschien anders over denken, maar ik denk nu zo. We leggen zo de verantwoordelijkheid voor het veranderen van het gedrag bij het kind. Een ik-boodschap zegt dat u op uw kind rekent, dat u erop vertrouwt dat het de situatie aankan en rekening houdt met uw behoeften. Zo geeft u het de kans om zich opbouwend te gedragen. «Dat heb je niet slecht gedaan.» of «Goed gedaan!»Ons taalgebruik is vaak doorspekt met negatieve woorden (niet, nooit, slecht, goed maar, fout). «Dat heb je niet slecht gedaan», blijft altijd een negatieve bijklank hebben, ook al was het niet zo bedoeld. Waarom zeggen we niet gewoon: «Goed gedaan»? Vaak denken we dat kinderen beter leren als we ze steeds op hun fouten wijzen. Dat is niet zo. In de meeste gevallen zullen kinderen juist ontmoedigd en gespannen geraken. Door ook aandacht te geven aan wat het kind goed doet, ontwikkelt het zelfvertrouwen en doorzettingsvermogen («Ik kan het»). Kinderen krijgen met andere woorden een positief zelfbeeld en durven nieuwe uitdagingen aan. «Je bent weer te laat, hé.» of «Ik zou graag hebben dat je de volgende keer op het afgesproken uur thuis bent.»«Je bent weer te laat, hé» verwijst naar het verleden en drukt het niet-gewenst gedrag uit. Positieve taal verwijst altijd naar de toekomst en beschrijft precies wat je verwacht: «Ik zou graag hebben dat, ik zie liever dat, ik wil dat». Kinderen weten wat het gewenste gedrag is en kunnen ernaar handelen. Zij krijgen de verantwoordelijkheid toegespeeld («Ik verwacht dat je volgende keer de afspraken nakomt» of «Hoe zou jij er kunnen voor zorgen dat je de volgende keren op tijd bent?»). «Het kan me niet schelen wat je denkt!» of «Welke voorstellen heb jij?»Praten met kinderen is een relatie aangaan. Open en eerlijke communicatie vertrekt vanuit gelijkwaardigheid en erkenning. Kinderen (en ook ouders, iedereen dus) hebben een bepaald beeld van zichzelf. Ze zijn voortdurend bezig met hoe ze zich in relatie met anderen willen zien. Ouders kunnen dat opmerken en erkennen. Ze kunnen dat ook verwerpen of negeren. «Het kan me niet schelen wat je wil» geeft het kind de indruk dat zijn gevoelens of behoeften niet belangrijk zijn. Spreken is ook luisteren. (Dat kan ik niet.) of (Toch wel.)mintaalMintaal is vooral geschikt om onze ongenoegens uit te drukken, om ons af te reageren, iets te verbieden. Ze lucht de spreker (ouder, leerkracht, opvoeder) op. Ze verwijst vaak naar het verleden en veroordeelt ongewenst gedrag: «Je bent weer niet in orde». Vaak gebruiken we veralgemeningen: «Je denkt altijd dat je het beter weet». Bovendien zegt mintaal niet uitdrukkelijk wat je verwacht. Ze breekt iets in de relatie. Te mijden dus.
plustaalPlustaal verwijst naar de toekomst en beschrijft wat het gewenste gedrag is. Daardoor wordt die taal toegankelijker: kinderen weten wat aanvangen. Plustaal verbetert ook de relatie. Met mintaal roep je vaak tegenstand op, plustaal is samen-taal. Je kind voelt zich niet afgewezen, ouders nodigen het uit tot ander gedrag. Te proberen dus. In de bibliotheek vindt u boeken over praten met kinderen bij non-fictie (SISO-nummer 433). De smaak te pakken? «Positief omgaan met kinderen» (Ina Bakker en Margriet Husman) is een aanrader. Wij vinden het warm water ook niet zelf uit. Deze tekst kwam bijvoorbeeld tot stand in samenwerking met Leo Jaspers, pedagoog en docent KH-Kempen. Verwante pagina'sDe Eerste Lijn![]() Download De Eerste Lijn De Eerste Lijn bestellen De Eerste Lijn + DVD bestellen Er is ook een Eerste Lijn voor Leerkrachten mét bijhorende dvd. |
|||