|
|
|||
HelpGeplaatst
«Ik kon Jordy (7) niet meer aan» «’Wat moet er nu allemaal mee? Welke knuffel wil je?’ Het was alsof ik mijn eigen mislukking inpakte toen ik zijn koffer klaarmaakte. Een uur lang was het doodstil in de auto. Jordy (7) brulde bij het afscheid. ‘Ofwel draai ik me om en ga ik hem halen, ofwel maak ik dat ik wegkom’, dacht ik. » Marianne (43) draaide zich niet om. Ze vertelt nu haar verhaal, enkele jaren later, de schaamte voorbij.«Veel zal je er niet van merken. Hij zal wat meer jeugdacné hebben en later geen kinderen kunnen krijgen.» Dat was zowat de uitleg die Marianne kreeg toen haar derde kind, Jordy, geboren werd. Jordy is een XYY-jongen, een chromosomale afwijking die voorkomt bij één op 650 jongens. «Ik had met de twee oudste kinderen, Joren en Annelies ook wel wat probleempjes gehad», zegt Marianne, «astma, eczeem en allergie en bovendien moesten we met Annelies naar het buitengewoon onderwijs. We hadden dus al wel wat watertjes doorzwommen. Dus dacht ik dat het met Jordy ook wel vlot zou lopen. Maar na een tijdje hadden we het door: ‘hier klopt iets niet’.» «Hij speelt met jullie voeten»«Toen Jordy drie was gooide hij zijn hoofd tegen de deur als hij zijn zin niet kreeg. In de peutertuin zeiden ze dat hij best een ‘speciaal kind was’. Als we nieuwe kleren kochten moesten die altijd in het zicht hangen beneden, aan de kapstok op zijn kamer, maar nooit in de kast. Anders moest hij ze niet. ‘Jullie kind mist structuur en regels’, zeiden ze later in de kleuterklas. ‘Hij speelt met jullie voeten. Mits wat extra begeleiding door een kinesist zal alles wel in orde komen voor het eerste leerjaar’. Maar de school interesseerde Jordy niet. Op advies van het CLB hielden we Jordy nog een schooljaar in een speelleerklas. Dat zou hem kunnen voorbereiden op het eerste leerjaar. Daar liep alles goed tot Jordy er met de verfborstel ging gooien. » «Geef dat kereltje maar eens aan mij»«Thuis kwamen er steeds meer ruzies. Jordy kreeg zware woede-aanvallen. Als we aan tafel iets grappigs zeiden, werd Jordy razend. Hij dacht dat we met hem lachten. Als er een discussie was tussen mij en mijn man liep hij weg: ‘’t is altijd mijn schuld’, riep hij dan. Het werd onhoudbaar. Iedereen liep op de toppen van de tenen. Ik schaamde me als moeder, omdat ik Jordy niet onder controle kreeg en de rest van het gezin eronder ging lijden. De buren zagen de herrie. Ook de familie zag dat er wat verkeerd liep, maar niemand durfde wat vragen ‘want wij zeiden ook niks’. ‘Geef dat kereltje maar eens twee weken aan mij en hij zal wel anders piepen’, zagen we sommige mensen denken. We lieten Jordy dan onderzoeken door de kinderpsychiater. ‘Zoek naar een internaat voor kinderen met karakteriële problemen (type 3)’, was het advies. Maar alle scholen waren volzet. Ik kon nergens terecht.» Verstand op nul«Ik wilde wel wachten tot er een plaats vrijkwam in zo’n internaat, maar ons gezin ging kapot. Ik kon het niet meer aan. Met mijn verstand op nul en zonder emoties ben ik toen naar het Comité voor Bijzondere Jeugdzorg gegaan. ‘Als jullie geen oplossing vinden, zullen er erge dingen gebeuren thuis’. Een week later zat hij in een gezinsvervangend tehuis en vertrok hij vandaar elke dag naar school. Ik zag hem enkel tijdens het weekend en tijdens de vakanties. Ik voelde me als moeder mislukt. Waarom kon ik dat niet aan? Ik heb dikwijls aan Jordy toegegeven omdat hij zo koleirig werd. Vaak kreeg ik te horen dat het probleem bij ons lag, terwijl ik eigenlijk een kind heb met een handicap.» Jordy is nu twaalf en heeft een plaats gevonden in een internaat voor kinderen met karakteriële problemen. Intussen is er al meer begrip in de buurt en bij de familie. «Het is weer rustig thuis, maar ik mis hem elke dag», zegt Marianne. Achter haar slaat de klok de tijd zoals een hart breekt: hard en genadeloos. «Dit kan elk gezin overkomen»«Naar schatting 200 000 gezinnen in Vlaanderen hebben te maken met één of andere vorm van kinderopvang of begeleiding (opvanggezin of crèche, centrum voor kinderzorg, observatiecentrum, kinderpsychiatrie, internaat, pleeggezin, begeleidingstehuis...)», zegt Marcel De Beukeleer van de Raad van Ouders van de Jeugdhulp. «Dat loopt niet altijd zonder problemen. Er komen dikwijls emotionele en praktische problemen. Nam ik wel de juiste beslissing? Gaat mijn kind me dat later niet verwijten? Wanneer zie ik hem terug? Waarom krijg ik geen kopie van het schoolrapport of uitnodiging voor het oudercontact?» Ouders met opgevangen of begeleide kinderen kunnen voor hulp terecht bij de Raad van Ouders van de Jeugdhulp (ROJ). De organisatie heeft ook een zelfhulpafdeling ‘Onskindje’ die zich uitsluitend bezighoudt met de emotionele ondersteuning van, voor en door ouders met niet-thuiswonende kinderen: ouderfoon, gesprekgroepen, internetforum, ouderbuddy… ROJ vzw - postbus 28 - 2930 Brasschaat - tel. 03 663 02 41 fax en voicebox: 03 256 87 11 – ouders@onskindje.be - www.onskindje.be Zelf in de problemen? Aarzel niet om contact op te nemen met het Centrum voor Kinderzorg en Gezinsondersteuning (CKG) van Kind en Gezin. Zo’n centrum kan begeleiding starten en als het echt nodig is kinderen tussen nul en twaalf jaar tijdelijk opvangen, zowel overdag als ’s nachts. Er zijn een veertigtal centra verspreid over Vlaanderen. Als je een centrum in je buurt wil vinden, telefoneer dan naar 078 15 01 00 of surf naar www.kindengezin.be Verwante pagina'sHulplijnenDe Eerste Lijn![]() Download De Eerste Lijn De Eerste Lijn bestellen De Eerste Lijn + DVD bestellen Er is ook een Eerste Lijn voor Leerkrachten mét bijhorende dvd. |
|||