Vlaanderen
Klasse.be

Specialist

Hoe maak je samenwerk in je klas sterk?

  • 25 november 2021
  • 7 minuten lezen

Wat is samenwerkend leren? En wanneer werkt het optimaal? Expert Kim Bellens duidt de randvoorwaarden, leraar Caroline opent haar klasdeur.

Kim Bellens, onderwijsonderzoeker aan ExCEL: “De definitie van samenwerkend leren is simpel: elke werkvorm waarbij leerlingen samen een opdracht aanpakken en daardoor leren. Dat kan via 1000-en-1 methodieken. In groepjes van 3 of 4 – best niet groter – thuis de leefomstandigheden in de middeleeuwen vergelijken met die vandaag of per 2 snel vervoegingsregels oefenen in de klas die ze eerst via directe instructie aangeleerd kregen.”

“Maar wat ook kan: peer tutoring. Denk aan de cijfer-maatjes of tandem-lezers. Expert-leerlingen uit het vierde of vijfde zitten zij aan zij met kinderen uit het eerste leerjaar. Gouden leerkans voor die 6-jarigen die individueel begeleid worden. En de tutor staat voor de uitdaging om gekende leerstof helder te verwoorden.” 

Samenwerkend leren scoort uitstekend als effectieve onderwijsinterventie:
5 blinkende sterren en spotgoedkoop

Kim Bellens
onderwijsonderzoeker

“Samenwerkend leren scoort uitstekend als effectieve onderwijsinterventie op de Education Endowment Foundation (EEF). 5 blinkende sterren en spotgoedkoop. Maar vanaf nu elke les groepen maken garandeert geen leerwinst.”

“Er zijn een hoop randvoorwaarden, die sterk samenhangen met je leerstof en leerlingen. Vergelijk het met voetbal. Het is niet omdat je 11 spelers hetzelfde truitje geeft dat de magie op het veld ontstaat. Pas als er een duidelijk wedstrijdplan is, een trainer die richtlijnen geeft en de wil om samen te werken het eigenbelang overstijgt, begint een team te scoren.”

Kim Bellens, onderwijsonderzoeker aan ExCEL
Kim Bellens: “Basisvaardigheden aanleren via samenwerking, is geen goed idee”

Randvoorwaarde 1:
scherp leerdoel

Kim Bellens: “Je moet als leraar het leerdoel scherp hebben. Dat bepaalt of samenwerken een goede werkvorm is en helpt je om een goede opdracht te ontwerpen waarbij groepjes niet verdwalen. Wil je bijvoorbeeld dat leerlingen samen bepaalde documenten analyseren? Dan zet je die leeslijst best op voorhand klaar, anders tikt de klok weg tijdens ‘overbodig’ zoekwerk. Of is goede bronnen zoeken nét een van je leerdoelen?” 

“Basisvaardigheden aanleren via samenwerking, is geen goed idee. Je kan nieuwe leerstof wel per 2 inoefenen. In die kleine, actieve tussendoortjes moet elke leerling zich ‘verdedigen’ en krijgt niemand de kans om in te dutten terwijl jij of een leerling de oefening voor hen oplost.”


Randvoorwaarde 2:
alleen lukt het niet

Kim Bellens: “Bij groepswerk moet de taak complex genoeg zijn en de deadline voldoende scherp. Iedereen moet meteen voelen: we hebben elkaar nodig, en moeten samenwerken anders redden we het nooit. Te makkelijke of kleine opdracht? Dan riskeer je free riders. Leerlingen die zich wegstoppen en profiteren van bollebozen of perfectionisten die alle werk schouderen. De klas verdelen en aan iedere groep een buurland van België uitdelen? Nog los van het vage leerdoel, kan een leerling ook op z’n eentje 10 wist-je-datjes verzamelen. Waar ligt de meerwaarde van de groep dan?” 

“Te moeilijke of te grote opdracht, dan stokt de motor ook. Groepswerk moet leerlingen uit hun comfortzone halen zodat ze samen hun tanden willen zetten in de taak. Niet met onhaalbare verwachtingen naar huis sturen. Je kan leerlingen ook apart laten bijdragen. Iedereen bijt zich vast in 1 facet van de opdracht.”

“Bijvoorbeeld: hoe reageren enkele landen op het klimaatakkoord? Cruciaal is wel dat de groep samenzit om tot het eindproduct te komen. Door in je opdracht expliciet te vragen om de landen met elkaar te vergelijken. Anders steken leerlingen onvoldoende op van andere delen en van elkaar.”

“Een tip: een mix van individuele cijfers en een groepscijfer voor het proces verhoogt meestal de betrokkenheid. Maar hoe zie je in een groep van 4 wat de individuele bijdragen zijn en beloon je leerlingen niet voor meeliftgedrag? Door de geschiedenis van een word-document te raadplegen of wat lestijd vrij te maken voor de taak zodat je in de klas zicht krijgt op de groepsdynamieken.” 


Randvoorwaarde 3:
leraar is eindverantwoordelijke

Kim Bellens: “Als leraar volg je samenwerken scherp op. Geen vrijblijvende coachrol: leerlingen mogen hun gang gaan en kloppen bij jou aan als ze vastlopen. Nee. Je bent de eindverantwoordelijke voor het leerproces van je leerlingen. Werk daarom vooraf aan een goede groepsdynamiek, vertrouwen om feedback te geven, luister- en vraagtechnieken.”

“Maar ook tijdens het samenwerken blijf je voortdurend op vinkentouw. Soms verliezen leerlingen zich in planlast of organisatie: draait het te lang rond ‘waar spreken we af?’ Een andere keer verzuren groepjes. Grijp dan meteen in en zoek samen uit waarom het niet draait.” 

“Je moet ook beseffen: leerlingen geven elkaar soms foute info tijdens groepswerk. Als je niet bijstuurt, bouwen ze op drijfzand. Net daarom werkt samenwerkend leren niet voor basiskennis. Leerlingen moeten via directe instructie de fundamenten mee hebben, tijdens hun groepsopdracht mag daarover geen discussie of verwarring ontstaan.”


Overal kansen

Kim Bellens: “Kan het op elke leeftijd? Ja, kleuterleraren zetten kleine vormen van samenwerkend leren voortdurend in. De klas leent zich daartoe, met al die hoeken waar kleuters in een winkel samen oefenen op betalen of voorwerpen rangschikken volgens grootte.”

“Vanaf het eerste leerjaar gaat het vaker klassikaal. Maar ook daar – en later in het secundair – liggen heel wat coöperatieve leerkansen. Wat leraren mogelijk remt? Het is veel werk om een complexe opdracht uit te denken, goed te begeleiden en te quoteren.”

“Sommige leraren deinzen daarvoor niet terug, maar verslikken zich soms in de coachrol. Leerlingen krijgen dan te veel verantwoordelijkheid voor hun leerproces. Maar het moet niet altijd groots zijn om effectief te zijn. Na directe instructie leerstof per 2 vastzetten, is een krachtige vorm van samen leren. Je biedt veel oefenkansen die weinig voorbereiding vragen.”

In de klas

Caroline Merckx, leraar eerste leerjaar Leerlabo Westerlo: “Zonder samenwerken red je het niet in onze maatschappij. Kijk maar op school: de klasdeuren gaan vaker open en lessen worden beter. Maar dat talent komt niet zomaar aanwaaien. Daarom stimuleren we samen leren al bij onze jongste leerlingen met een doorschuifsysteem of matrix. Iedereen wordt telkens voor 1 of 2 weken gekoppeld aan een andere klasgenoot. Want ook met kinderen die je niet automatisch opzoekt, moet je kunnen samenwerken.”

Leerlingen werken samen aan een opdracht
Caroline Merckx: “Iedereen wordt telkens voor 1 of 2 weken gekoppeld aan een andere klasgenoot. Want ook met kinderen die je niet automatisch opzoekt, moet je kunnen samenwerken.”

“Met duidelijke afspraken lukt dat. Ik trap het schooljaar altijd af met een dierenverhaal. Iedereen wil in het bos wonen, maar de eekhoorn verkiest stilte en de vogels een feestje. Hoe lossen ze dat op? En wat met onze klas? Dan zetten kinderen mee lijnen voor samenwerking uit: goed luisteren, klasgenoten laten uitspreken.”

“We starten de les bijna altijd met directe instructie. Kinderen zelf laten uitzoeken hoe je bijvoorbeeld een symbool aan een klank linkt, is geen goed idee. Zodra ze een klankbeeld fout verankeren, blijft dat hardnekkig vastzitten. Eerst moeten leerlingen de basiskennis meekrijgen van de leraar. Wie mee is, kan daarna in duo aan de slag. Soms werken we met zorgvuldig gekozen combinaties: sterke minijuffen en -meesters die de oplossing niet influisteren maar richtingaanwijzers zetten zodat hun maatje zelf leert.”

Juf Caroline legt iets uit aan leerling
Caroline Merckx: “Samenwerken mag een ontzettend effectieve leerimpuls zijn, voor sommige kinderen is het gewoon écht moeilijk.”

 “Of we oefenen via ‘mix en ruil’. Iedereen krijgt een kaartje met een analoge klok die een ander tijdstip aangeeft. De hele klas loopt rond en als de muziek stopt, maken ze duo’s. Ze lezen hardop het uur en wisselen van kaart. Daarna tikken ze een nieuwe partner aan. 5 minuten vol oefenkansen. Gaan ze de mist in, dan spieken ze op de achterkant of stuur ik bij. Want af en toe duwt een leerling onbedoeld een foute oplossing door. Dan moet je snel ingrijpen en niet achter je bureau blijven zitten.”

 “We doen nog veel meer: op dinsdagmiddag openen duo’s samen een ‘dalton-box’ en buigen zich samen over een onderzoeksvraag. Zo stimuleren ze elkaar om dieper te graven. En voor ons leesproject ‘boek voor 2’ maken we tandems waarbij de oudste leerlingen het tweede en derde leerjaar begeleiden op leesstrategieën.” 

 “We volgen de samenwerkingen op via zelfevaluatie en gespreksrondes. Wat liep goed? Botste het ergens? Spreekt een leerling dat liever niet uit in volle groep, dan maakt de zorgleraar tijd. Onder 4 ogen komt het er wel uit: ‘Mijn idee was nooit goed’. Dat het niet altijd even gesmeerd loopt, is logisch. Samenwerken mag een ontzettend effectieve leerimpuls zijn, voor sommige kinderen is het, om allerlei redenen zoals perfectionisme, verlegenheid en autisme, gewoon écht moeilijk. Maar gelukkig zijn we hier om te leren.”

Bart De Wilde

Voeg dit artikel toe aan je bewaarde artikels

Log in om te bewaren


Laat een reactie achter