Gepubliceerd op
Specialist

Evalueren is veel meer dan een cijfer geven

Log in om te bewaren.

“Evalueren begint al in september. Het is veel meer dan een cijfer na een toets of taak. Het is een proces van observeren, feedback geven en bijsturen.” Schoolbegeleider Saskia Vandeputte wijst schoolteams de weg naar een rijker evaluatiebeleid.

foto Saskia Vandeputte

Tijdens dat veranderingsproces focust Saskia op formatieve evaluatie, waarbij leraren in kaart brengen wat hun leerlingen kunnen en welke feedback ze nodig hebben om in het beste geval zelf bij te sturen. Maar ook de beoordelende, summatieve functie heeft haar plek in breed evalueren.

“Leraren kunnen daar niet onderuit en dat is ook niet wenselijk. We hebben nu eenmaal een evaluatie gericht op leerdoelen en leerplandoelen. Dat is de lat die we leggen voor onze leerlingen en die geeft aan diploma’s autoriteit of waarde. We moeten wel kijken hoe we met die lat kunnen omgaan.”
 


 

5 vragen over rijker evalueren

  1. Begint evalueren al in september?

  2. “Evalueren is meervoudig. Een proces. Je kijkt waar een leerling staat als je hem leert kennen. Daarna hou je in de gaten of hij de leerstof opneemt, zodat je feedback kan geven en bijsturen, en ten slotte peil je of je leerling de leerstof beheerst. Daarom start evalueren altijd bij observeren. Vanaf dag één.”

    “Vooral kleuterjuffen hebben dat ongelooflijk in de vingers. Zonder punten te geven, kunnen ze perfect vertellen waarin hun kleuters uitblinken. Leraren secundair verliezen dat talent een beetje. Maar zij hebben natuurlijk ook wel meer leerlingen, die ook nog eens minder uren in hun klas zitten.”
     

  3. Anders of breed evalueren betekent ook anders lesgeven?

  4. “Ja, maar het is een hardnekkig misverstand dat breed evalueren moet leiden tot individueel lesgeven. Ik zou het zelfs jammer vinden dat we de sociale cohesie en het collectief verliezen, die zijn net zo krachtig binnen onderwijs. Maar als leraren en leerlingen goed weten waar ze staan, waar ze naartoe moeten en welke stappen ze daarvoor moeten zetten, dan lukt leren gewoon beter. Natuurlijk ga je daardoor soms de verschillen tussen leerlingen benoemen, met die verschillen werken en gericht feedback geven.”


    Je leerlingen moeten dezelfde doelen bereiken, maar hoe, met welke hulp en tegen welk tijdstip, dat mag variëren

    Saskia Vandeputte - Schoolmaker

    “Maar dat is iets anders dan iedereen door een heel individueel traject jagen. Helemaal à la carte werken is gewoon niet haalbaar en niet nodig. Maar je kan wel op een taak 3 opties aanbieden zodat een leerling zijn sterktes of interesses kan uitspelen. Ik geloof dat veel leraren hun leerlingen goed kennen en bij het evalueren al op hun talenten inspelen. Kan het bewuster? Ja. Gerichter? Ja. Vaker? Ja.”

    “Evalueren wil zeker niet iedereen identiek maken of op elkaar doen lijken, maar wil ervoor zorgen dat leerlingen samen ergens geraken. Zowel op microniveau – samen aan een taak werken – als op macroniveau – samen de leerplandoelen van een studierichting halen. Hoe je leerlingen die doelen bereiken, met extra hulp of tussenstappen en aan welk tempo of tegen welk tijdstip, dat mag variëren.”
     

  5. Mag je rekening houden met motivatie en inspanning?

  6. “Zeker. Een L.O.-leraar doet dat meestal heel goed. In zijn les is het verschil tussen leerlingen fysiek heel zichtbaar. Anders dan bijvoorbeeld bij wiskunde, waar het verschil in competentie in het hoofd zit – dat moet je dus eerst testen.”

    “Ik ken L.O.-leraren die op een coopertest niet alleen de afstand, maar ook het doorzettingsvermogen van leerlingen in rekening brengen. 10 punten op de afgelegde afstand, maar ook die kan variëren: met een leerling die 3 keer per week atletiek doet kan je afspreken na hoeveel kilometer hij een 10 verdient. 10 punten om te blijven lopen en 10 op de evolutie die een leerling maakt sinds de eerste test in september. Je kan oneindig discussiëren of de verhoudingen anders moeten. Maar zolang het gezonde evenwicht er is – in eer en geweten – is het zeker oké om motivatie en inspanning mee te evalueren.”

    “Om motivatie en inspanning mee te evalueren, moet je vooraf wel duidelijke afspraken maken. Vertellen wat je allemaal meet. Transparantie is essentieel. Doelen helder uitschrijven en daaraan evaluatiecriteria verbinden is niet gemakkelijk. Toch zou een leerling voor hij aan een vraag begint in eigen woorden moeten kunnen uitleggen waaraan hij werkt, waarop hij zal vooruitgaan. In elk vak. Zo betrek je hem echt bij zijn evaluatie.”
     

  7. Moet je rapporteren met cijfers?

  8. “Decretaal gezien moet het niet. En ook al zeggen punten wel iets, toch geven ze ook een illusie van objectiviteit Dat we alles willen quoteren – en dat rapportsystemen daarop zijn afgestemd – maakt het scholen wel moeilijk. Toch zijn die punten niet het eerste waarop ik mijn pijlen verschiet als ik scholen begeleid. Ik zie ook veel leraren die hun leerlingen laten leren en groeien binnen een klassiek puntensysteem. Dankzij de punten of ondanks de punten, ik weet het niet.”


    Als je punten geeft, ben je kwaliteitsvol bezig. Dat is een totaal absurde redenering

    Saskia Vandeputte - Schoolmaker

    “Bovendien zijn punten redelijk heilig. Aan punten hangt een soort kwaliteitsaura, gedragen door ouders, leerlingen en leraren. Als je punten geeft, ben je kwaliteitsvol bezig. Een totaal absurde redenering. Die valt niet te verdedigen en toch blijft dat standhouden. Mensen kunnen niet vastpakken waar iemand staat als er geen punten zijn. Terwijl de vragen ‘wat heb je geleerd’ en ‘hoe deed je dat’ natuurlijk veel interessanter zijn dan ‘hoeveel punten heb je op je rapport’. Maar dat zijn niet de vragen die op familiefeesten worden gesteld.”
     

  9. Hoe belangrijk is de directeur bij het aanpassen van een evaluatiebeleid op school?

  10. De directeur moet het lef hebben om in te zetten op nieuwe vormen van evalueren en daarover goed communiceren met leraren, leerlingen en ouders. Daarvoor moet hij wel iets van evalueren kennen, maar helemaal niet de allergrootste techneut in die materie zijn.”


    Als je directeur samenwerken en overleg nooit beleidsmatig faciliteert, dan werkt hij verandering bijna tegen

    Saskia Vandeputte - Schoolmaker

    “Directeurs met onderwijskundig leiderschap en een duidelijke visie op onderwijs stimuleren verandering en initiatief, ook rond evaluatie. Ze geven leraren kansen, vragen op een positieve manier verantwoording, geven vertrouwen. En ze zetten leraren parallel in of laten ze soms met z’n tweeën voor een klas staan. Als je directeur samenwerken en overleg nooit beleidsmatig faciliteert, dan werkt hij verandering bijna tegen. Maar je mag je ook niet helemaal wegstoppen achter je directeur. Soms kom ik leraren tegen van wie ik denk: jij hebt geen directeur nodig. Jij kan als (jonge) professional zelf je weg zoeken naar een beter evaluatiebeleid.”

 
Saskia Vandeputte is schoolbegeleider bij Steunpunt Diversiteit & Leren en ‘Schoolmaker

Abonneer je nú op Klasse Magazine*

  • 4 dikke magazines voor maar € 10
  • Extra in september: een zot zalig fietszadelhoesje
  • En ontdek in ons dossier verschillende manieren om je klas in de hand te houden
Ik word abonnee

*Betaal vóór 1 september
en start je schooljaar sterk!