Gepubliceerd op
Duiding

Modernisering secundair: nieuw model voor studierichtingen

Log in om te bewaren.

Vanaf 1 september 2019 zullen alle secundaire scholen in Vlaanderen stapsgewijs hun studieaanbod volgens een nieuw model organiseren: de zogeheten matrix. Die omvat 8 studiedomeinen en gaat uit van een getrapte – en dus meer gerichte – studiekeuze met een duidelijk doel: doorstromen naar het hoger onderwijs, voorbereiden op de arbeidsmarkt of beide.
 

Eerste graad: basisvorming én basisopties

In de eerste graad van het secundair onderwijs wordt de basisvorming versterkt en moeten alle leerlingen een vooropgesteld niveau halen. Naast de basisvorming komt er een keuzegedeelte om een betere oriëntatie voor leerlingen mogelijk te maken. Waar nodig wordt in een verplichte remediëring voorzien om leerlingen te versterken.

  • In het eerste jaar in de A-stroom en de B-stroom krijgen de leerlingen 27 uur basisvorming en een keuzegedeelte van 5 uur. Binnen die 5 uur zullen scholen differentiatiepakketten aanbieden die verder bouwen op de basisvorming. Deze differentiatie-uren zullen bepaalde leerlingen extra remediëren, terwijl anderen net extra uitgedaagd zullen worden.

    Leerlingen kunnen vrij kiezen uit de differentiatiepakketten die de school aanbiedt. Een school zal in de praktijk minstens twee differentiatiemogelijkheden aanbieden. Afhankelijk van het aanbod van de school kan een leerling dus bv. kiezen voor de combinatie van een pakket Technologie en Wiskunde-Wetenschappen, maar ook een combinatie van Latijn en Sport.

    Maar elke leerling heeft ook recht op remediëring voor vakken uit de basisvorming. Daarvoor kan de school ook differentiatie-uren gebruiken. Maar een school kan nooit de volledige vijf uur differentiatie invullen met remediëring. Een leerling moet altijd minstens 1 differentiatiepakket kunnen kiezen.

    Het keuzegedeelte heeft dus drie doelstellingen: het moet ruimte bieden om te remediëren als de leerling de basisdoelstellingen van de basisvorming niet heeft bereikt, en dus zo de leerling te versterken; het kan ook dienen om de leerling uit te dagen om de kennis over een domein te verdiepen; en het kan leerlingen ook verschillende vakken laten verkennen.

  • In het tweede jaar in de A-stroom is er 25 uur basisvorming, 2 uur voor differentiatie (verdiepen en remediëren) en een basisoptie van 5 uur. In de B-stroom is er 20 uur basisvorming, 2 uur die dient voor remediëring/verdieping en 10 uur voor de basisoptie.

    In het tweede jaar kan een leerling een basisoptie kiezen die niet noodzakelijk aansluit op het verdiepende of verkennende differentiatiepakket van het eerste jaar. Voor de differentiatie kan een leerling een pakket kiezen dat aansluit bij de basisoptie, maar dat hoeft niet.

    Een leerling in bv. STEM-technieken (toepassingsgericht) kan kiezen voor het pakket Mechanica-elektriciteit, maar ook voor het pakket Bouw- en Houttechnieken, op voorwaarde dat de school die onderliggende pakketten aanbiedt.  Los daarvan kan een leerling binnen de 2 uur differentiatie zich bv. ook verdiepen in Moderne vreemde talen, opnieuw op voorwaarde dat de school die pakketten aanbiedt.

    Scholen kunnen er ook voor kiezen om de leerlingen van het eerste en tweede jaar samen te zetten voor de differentiatiepakketten.

    Ook in het tweede jaar B wordt er gedifferentieerd, met zowel kans om te verdiepen als te remediëren. Omdat het hier over een groot pakket uren gaat – 10 – kan de leerling daarnaast maximaal 3 basisopties en pakketten combineren.

    Een leerling kan bv. binnen de optie STEM-technieken het pakket Hout en Bouw en het pakket Mechanica combineren (als de school die uiteraard aanbiedt). Een leerling kan ook op het niveau van de basisoptie combineren; Economie & organisatie en Sport bijvoorbeeld.

    Zo voorziet de school in een aanbod waardoor de leerling van verschillende domeinen kan proeven. Zo kan hij een bewustere keuze maken voor een studiedomein en –richting in de tweede graad.

  • Daarnaast verdwijnt het B-attest na het eerste jaar ten voordele van een A-attest met verplichte remediëring. Een C-attest kan slechts uitzonderlijk. Op die manier krijgen leerlingen extra kansen om opnieuw aansluiting te vinden.

 

Wat zijn basisopties?

Basisopties zijn studieopties die een leerling maakt in het tweede jaar van de eerste graad en die een bredere observatie en oriëntatie mogelijk maken.
 


Voor de A-stroom zijn er nog 11 basisopties.


Voor de B-stroom komen er 7 basisopties, inclusief een ‘opstroomoptie’ om over te stappen naar de A-stroom. De bedoeling is dat de onderwijsverstrekkers voor elk van deze basisopties samen een curriculumdossier opmaken.


 

Scholen kiezen vrij welke van de basisopties ze aanbieden. Ze kunnen de algemene basisoptie aanbieden, maar die basisoptie in een bepaalde context inkleuren. Een school kan bijvoorbeeld de basisoptie STEM-technieken (toepassingsgericht) aanbieden, en de daarvoor neergeschreven doelen realiseren vanuit het pakket ‘mechanica-elektriciteit’ of ‘maritieme technieken’. Leerlingen kiezen een basisoptie van 5 uur. Als in het tweede jaar A de algemene basisoptie in meerdere pakketten wordt aangeboden, kan de leerling maar één pakket kiezen. In het tweede jaar B kan een leerling maximaal drie basisopties en pakketten combineren.

Leerlingen die in het eerste jaar van de eerste graad een A-attest haalden, zijn vrij om in het tweede jaar zelf een basisoptie te kiezen die de school aanbiedt. In het geval het aantal te remediëren competenties in het tweede jaar te groot zou zijn, kan de klassenraad de remediëring opleggen (via het A-attest met verplichte remediëring), of de toegang tot een of meer basisopties of pakketten uitsluiteninperken.

 


 

Tweede en derde graad: 8 studiedomeinen

Het studieaanbod wordt gebundeld in één schema of matrix per graad met een indeling in 8 studiedomeinen, onderwijsvormen (aso, tso, bso, kso, buso OV3) en finaliteiten. Dat laatste betekent dat studierichtingen voortaan duidelijk aangeven waarop een leerling wordt voorbereid: doorstromen naar het hoger onderwijs (aso, tso, kso), doorstromen naar de arbeidsmarkt (bso, buso OV3) of beide (tso, kso). Dat maakt een goede oriëntering en betere studiekeuze mogelijk.

  • In de tweede graad wordt het studieaanbod rationeler en transparanter, want beperkt tot 75 studierichtingen. Dat is een vermindering met een kwart in vergelijking met nu. Er liggen zo veel mogelijk verschillende opties voor de leerlingen open naar de derde graad toe.
  • In de derde graad worden de studierichtingen scherper geprofileerd en inhoudelijk fijnmaziger. Er komen 146 studierichtingen voor alle onderwijsvormen samen.

 

Wat zijn de 8 studiedomeinen?

Leerlingen van de tweede en de derde graad kunnen een studierichting kiezen uit 8 studiedomeinen:

  1. Taal en Cultuur
  2. STEM
  3. Kunst en Creatie
  4. Land- en Tuinbouw
  5. Economie en Organisatie
  6. Maatschappij en Welzijn
  7. Sport
  8. Voeding en Horeca

 


 

Curriculumdossiers: netoverstijgend

Voor de eerste graad komen er twee curriculumdossiers: 1 voor de A-stroom (eerste + tweede jaar) en 1 voor de B-stroom (eerste + tweede jaar). Per studierichting en per graad wordt dus een curriculumdossier vastgelegd.
In zo’n dossier worden de doelen gebundeld (doelen voor de basisopties, eindtermen, eindtermen voor basisgeletterdheid, uitbreidingsdoelen, specifieke eindtermen, doelen die leiden tot een of meer erkende beroepskwalificaties en eventuele differentiële doelen die een uitbreiding of verdieping inhouden) en wordt de inhoud van elke studierichting over de netten heen meer op elkaar afgestemd. De curriculumdossiers vereenvoudigen de mobiliteit van leerlingen tussen studierichtingen binnen hetzelfde domein, tussen domeinen onderling, tussen scholen en ook tussen scholen van verschillende netten.
 

Leerplannen

In aansluiting op de curriculumdossiers worden door een schoolbestuur in omvang beperkte leerplannen ontwikkeld die voldoende ruimte laten voor de inbreng van scholen, leraren, lerarenteams of leerlingen. In leerplannen wordt transparant het onderscheid gemaakt welke doelen de eindtermen realiseren.

Schoolconcept: vrij te kiezen

Elk schoolbestuur bepaalt, in het kader van vrijheid van onderwijs, op basis van de nieuwe matrix zelf welk schoolconcept het uitwerkt, uiteraard rekening houdend met de vastgelegde regels rond het programmeerbaar aanbod.

Dat betekent dat schoolbesturen zich zowel verticaal zullen kunnen organiseren (met alleen doorstroomrichtingen (domeinoverschrijdend en/of domeingebonden) of alleen studierichtingen met dubbele finaliteit (doorstroom/ arbeidsmarktgericht) of alleen arbeidsmarktgerichte studierichtingen) als horizontaal (studierichtingen uit elk van de finaliteiten van een domein). Ook het concept dat beide combineert (studieaanbod over de domeinen heeft in elk van de finaliteiten) zal mogelijk zijn.

 

Timing

Vanaf 1 september 2019 start de modernisering in het eerste jaar van de eerste graad en wordt ze stapsgewijs (= leerjaar na leerjaar) ingevoerd tot en met het derde jaar van de derde graad.

Het decreet dat de structuur en de organisatie van het secundair onderwijs moderniseert, is alvast goedgekeurd door de Vlaamse Regering en de commissie Onderwijs in het Vlaams Parlement. Belangrijk is nu de eindtermen voor de eerste graad ontwikkeld worden en ter goedkeuring voorgelegd worden aan het Vlaams Parlement. De onderwijsverstrekkers kunnen dan ook aan de slag met de ontwikkeling van de curriculumdossiers voor de eerste graad.

 


Meer lezen? Surf naar onderwijs.vlaanderen.be/nl/modernisering-secundair.

Het beste van Klasse in je mailbox?

  • Al 51.000 leraren zijn abonnee
  • 1 keer per week en helemaal gratis
  • Verhalen van collega’s, concrete praktijktips, exclusieve wedstrijden ...