Vlaanderen
Klasse.be

Zo doen zij het

“Met slimme keuzes naar rijkere woordenschat bij onze kleuters”

  • 2 februari 2026
  • 8 minuten lezen

Woorden kunnen tekortschieten. Dat merkte het team van BS Horizon Ternat toen het de wiskundetoetsen van de zesdejaars analyseerde. Dus kwamen de kleuterklassen aan zet: leraren selecteren vandaag kennisrijkere woordenschat voor de kleuters, brengen die doordachter aan en creëren veel herhalingskansen.  

Kleuters verrijken hun woordenschat
Joy De Sadeleer, kleuterleraar: “Kriebeldieren sorteren in 3 groepen door hun poten te tellen? Eerst doen we het samen.”

“Vandaag gaan we kriebeldiertjes sorteren”, verklapt juf Joy. Haar kleuters uit de tweede kleuterklas zitten zij aan zij rond een bak met rubberen dieren. “We verdelen ze in 3 groepen door hun poten te tellen. Kriebeldieren met 6 poten leggen we in de oranje cirkel. Minder dan 6? Wit! En meer dan 6 moet naar de blauwe cirkel.” 

Juf Joy zet de GRRIM-methode in en doet de opdracht eerst zelf voor. Daarbij redeneert ze luidop. In 4 stappen – eerst, dan, daarna, ten slotte – die de kinderen kennen. “Eerst grijp ik een diertje uit de doos. Ik heb een kever vast. Dan zoek ik de poten. Daarna tel ik ze. 6, het is een insect! Ten slotte leg ik de kever in de oranje cirkel.”   

Joy herhaalt de stappen tot de doos helemaal leeg is. Naaktslakken, bijen en wormen: ze slingeren allemaal tussen haar duim en wijsvinger voordat ze in de juiste cirkel terechtkomen. De juf wijkt geen millimeter af van de 4 vaste stappen, maar danst wel met haar stem. De kinderen volgen aandachtig. Een elastische worm breekt even de stilte. “Vies!” gilt een meisje. “Niet vies!” corrigeert haar buur. “Slijmerig en minder dan 6 poten”, lacht Joy terwijl ze hem in de witte cirkel dropt.

Kleuters werken met authentieke materialen
Joy De Sadeleer, kleuterleraar: “Authentieke materialen geven meer talige oefenkansen dan gelamineerde prenten.” 

Zware bakstenen

De dieren verdwijnen uit de hoepels en gaan weer in de doos. Joy trekt een houten stokje met daarop een naam. Die leerling plukt een diertje en werkt zich door de 4 stappen. De juf begeleidt, de anderen luisteren, mogen soms aanvullen. Afsluiten doet de kleuter met het antwoord op de vraag: wat hebben we nu gedaan? Kriebeldieren gesorteerd. Ook nu eindigen alle dieren in de cirkels.  

Daarna wacht er werk in de hoeken. Aan een tafel knippen de kleuters individueel prenten uit en kleven ze de dieren bij de juiste groep. Verderop oefenen ze de 4 levensfasen van lieveheersbeestjes of sprinkhanen, bouwen ze verblijfplaatsen met enkele verplichte onderdelen en vullen ze een bijenhotel met stro, bakstenen en takken. Deels verzameld na een Facebook-oproep: welke ouder levert ons wat stro voor solitaire bijen, bamboe voor gaasvliegen, hooi voor oorwormen?  

“We zweren bij authentieke materialen voor rijke woordenschat voor onze kleuters. Want die geven meer oefenkansen dan gelamineerde prenten”, fluistert Joy terwijl ze door de klas loopt en een kleuter die zich vergist bij het classificeren naar de goede oplossing gidst. “Je kan veel makkelijker doorpraten over de vorm, eigenschappen en materiaalsoorten dan wanneer je kleuters op papier een insectenlijfje laat inkleuren of aanvullen.”  

Dat lijkt te kloppen. Begrippen die kleuters tijdens de week leerden en waarvoor ze samen een definitie zochten – zwaar is wat ik niet in mijn eentje kan dragen, licht lukt wel – rollen van de tongen als ze bakstenen sleuren of een stapel stro tillen. Een kleuter laat de term ‘spiraal’ vallen. Slim uitgelokt door een foto van een monumentale draaitrap die ophangt in de bouwhoek.    

Kleuters knippen en plakken
Elke Pissens, taalcoach: “Met een rijke woordenschat krijgen kleuters grip op de wereld, houvast in de klas en rust in het hoofd.” 

Zwak plekje

In de aanpalende klas spiegelt taalcoach Elke Pissens de aanpak met de andere helft van de tweede kleuterklas. De les is het slotakkoord van een week werken rond de onderzoeksvraag ‘Hoe zien kriebeldieren eruit?’ Op vrijdag leggen de kleuters de leerstof vast en tonen ze wat ze kennen. Woordenschat, wiskunde, muzische vorming: alles komt er samen. Voor kinderen fijne oefenkansen, voor leraren gouden momenten om te observeren en te evalueren: kregen we alle leerdoelen tot bij de kleuters?   

“2 jaar geleden ging het helemaal anders”, schetst Elke. “Maar na matige wiskundescores van onze zesdejaars op hun OVSG-toetsen, kwam ook onze kleuteraanpak in het vizier. Een scherpe analyse van de scores wees taal als achilleshiel aan. Onze leerlingen hadden wiskundige begrippen onvoldoende in de vingers en hun woordenschat was wat mager. Die achterstand trek je alleen maar recht als je start vanaf de kleuterklas.” 

“Samen met een pedagogische begeleider gooiden we onze gewoontes om. Vulden we thema’s vroeger een tikje vrijblijvend in volgens wat ons zelf boeiend leek, dan starten we nu vanuit de leerdoelen wereldoriëntatie. Thema’s duren 3 weken en focussen op 3 onderzoeksvragen of ‘rode draden’.”

“Een leerproces en soms een hoofdpijndossier om die scherp te formuleren, waarbij we gelukkig op elkaar kunnen rekenen. Want je rode draden zijn cruciaal: die moeten uitdagende taal- en rekendoelen uitlokken. Wij klopten af op: hoe zien kriebelbeestjes eruit, waar wonen ze, welke stadia van ontwikkeling doorlopen ze?” 

taalcoach Elke
Elke Pissens, taalcoach: “Onze kleuters leren vandaag meer, uitdagendere én zinvollere woordenschat.”

Gratis herhalingskansen

“Ons woordenaanbod zat ook niet helemaal goed”, gaat Elke verder. “We versimpelden wiskundige termen omdat die te moeilijk leken voor kleuters. ‘Buisje’ was ons alternatief voor ‘cilinder’ en aan ‘2 kanten gelijk’ voor ‘symmetrisch’. Nu schrappen we die nodeloze tussenstap. En we combineren substantieven geregeld met adjectieven die eigenschappen uitdrukken: een houten cilinder, of een ijzeren bol.” 

“We stelden bovendien vast dat we niet altijd de juiste woorden selecteren. Komt een kind bij het thema ‘Ruimte’ zelf met Mars? Mooi, dan doen we daar iets mee. Maar de planetennamen zijn niet onze prioriteit, want ze komen in de lagere school als vakkennis bij aardrijkskunde aan bod.” 

“Termen als ‘bol’ en ‘sikkel’ – de maan op haar smalst –, krijgen voorrang. Die vielen vroeger niet en zijn een pak belangrijker. Want die vormen komen kleuters voortdurend tegen, ook in andere contexten. Meteen een garantie op gratis herhalingskansen en de ideale kapstok om nieuwe kennis aan te hangen.” 

“Hoe we de woordenschat voor onze kleuters nu kiezen? De cahiers van het gemeenschapsonderwijs zijn onze basis, maar die vullen we zelf nog aan. Daarna zetten we alle woorden vast in verticale leerlijnen. Op die manier leren onze kleuters in 3 jaar tijd meer, uitdagendere en zinvollere woorden, die we vaak herhalen en in verschillende contexten aanbieden.” 

Joy, kleuterleraar: “We willen in de toekomst routinemomenten nog beter benutten. Daar ligt een blik voor reken- en taalkansen.”

Kleine bouwstenen

Plots vindt een kleuter een kever in de klas. Hij kijkt even naar zijn blad, doet alsof hij het insect op de juiste plek wil kleven, maar zet het diertje daarna netjes buiten. Zijn klasgenoten dissen verhalen op over naaktslakken in moestuinen en langpootspinnen in badkuipen. Als iedereen alle taken afrondt, verzamelt Elke de papieren waarop de kleuters hun kennis vastlegden. Eentje prikt ze aan de muur als geheugensteuntje. 

Elke: “Ook de collages van de derde kleuterklas hangen in mijn klas. Die wakkeren de interesse voor thema’s van volgend jaar al aan. Daarnaast boksen we over elk thema een fotoboekje in elkaar. Kinderen grijpen ernaar, en herhalen tussendoor wat ze geleerd hebben. En we maken een overzichtsbundel met woorden en foto’s die in de rugzakken mee naar huis vertrekt. Ouders stellen we gerust: natuurlijk moet je kleuters niet opvragen. Maar laat die wel vertellen waar ze in de klas mee bezig zijn. En haal de bundel nog eens boven als je kind een duizendpoot of lieveheersbeestje vindt.” 

Nieuw werkpunt

“2 jaar lang timmerden we aan onze aanpak”, besluit Elke. “Een lange cyclus van overleg met collega’s, directeur en de pedagogische begeleider. Van spannende klasbezoeken en constructieve feedback. Best zwaar, want je kan het dagelijkse werk niet pauzeren. Onze luxe: een klein team dat geen schrik heeft om zich aan te passen aan nieuwe noden. Dat elkaar weet te vinden en overloopt van begrip. Even temporiseren of een hulplijn inroepen, was nooit een probleem.”  

“Nu wil niemand nog terug naar vroeger. Daarom blijven we geregeld samenzitten. Om te borgen wat goed loopt, om onderzoeksvragen te taxeren, om nieuwe groeipunten vast te leggen. Zoals routinemomenten beter benutten. Van veters strikken tot brooddozen openen, daar ligt nog een blik vol wiskunde en taal op onze kleuters te wachten.” 

“We zien dat de taalbagage van onze kleuters toeneemt. De stijgende resultaten op KOALA-taalscreenings liegen niet. En als we inzoomen op onze Roemeense nieuwkomer die rond kerst aansloot, zien we dezelfde tendens. De jongen kende een school alleen van de buitenkant. De start was een schok: zoveel kinderen, zoveel woorden waar hij geen lettergreep van snapte. Het maakte hem soms kwaad.”

“Toch bleven we hem dezelfde woordenschat aanbieden als andere kleuters, met extra ondersteuning en oefenkansen. Vandaag zit zijn onhandige schaargreep het knippen nog wat in de weg, maar kleeft hij de kriebeldieren wel al op de juiste plek. Woorden bieden hem grip op de wereld, houvast in de klas en rust in het hoofd. Daar is elk kind naar op zoek.”

Wat zegt onderzoek?

Woordenschat bij kleuters: een handvol tips van Helena Taelman (Odisee).  

  • “Start thema’s vanuit betekenisvolle contexten. Trek naar buiten om insecten te spotten. Welke dieren vind je op de speelplaats, op straat of in het veld? En hoe voelt het als een pissebed over je hand trippelt? Om nieuwe woorden te verwerven, zijn die ervaringen cruciaal. Niet alle kleuters doen die thuis op.”  
  • “Koppel de woorden aan leerdoelen. De nieuwe minimumdoelen bieden inspiratie, ook rond insecten, hun bouw en levenscyclus. Blijf niet hangen bij themawoordenschat. Termen als ‘zwaar’ en ‘licht’ zijn cruciaal voor de wiskundige ontwikkeling.”  
  • “Uiteraard heb je aandacht voor de basiswoordenschat die sommige kinderen nog niet beheersen. Maar durf ook uitdagende woorden te selecteren. Dat kinderen de definitie van moeilijke begrippen nog niet volledig doorgronden, betekent helemaal niet dat je faalt. Betekenissen mogen én moeten groeien.”  
  • “Bied veel spreekkansen aan iedere kleuter. Zowel gestructureerd als in betekenisvol spel. Denkstimulerende onderzoeksvragen zijn ideaal. Want als je ergens hard moet over nadenken, blijft het beter hangen.” 
  • “Leg in tekst en tekening vast wat ze leerden én beleefden. Dan kunnen kleuters terugblikken, hun kennis uitbreiden en woorden dieper verankeren. Bundeltje naar ouders? Prima! Stop er prikkelende vragen in. Welke beestjes zag je thuis al? Met goeie spreekprompts lok je na school natuurlijke gesprekken uit.”  

Bart De Wilde

Voeg dit artikel toe aan je bewaarde artikels

Log in om te bewaren


Laat een reactie achter