Vlaanderen
Klasse.be
Kind kijkt verwonderd in Mudel in Deinze

Met je Lerarenkaart

Op klasuitstap naar Mudel in Deinze  

  • 26 februari 2026
  • 6 minuten lezen

25 leerlingen van het tweede leerjaar van de gemeentelijke basisschool in Deurle laten zich verrassen door de schilderijen en beeldhouwwerken op klasuitstap naar Mudel, het ‘Museum van Deinze en de Leiestreek’. Redacteur Ine geniet mee van de regionale collectie met internationale uitstraling.

Geen smalle gangen of aparte kamers op klasuitstap naar Mudel: het gebouw is open en lichtrijk ingericht, wat de leerlingen meteen uitnodigt om rond te kijken in de ruimte. Gids Katrien neemt hen mee naar de hoek waar het monumentale schilderij De bietenoogst van Emile Claus aan de muur hangt. Alvorens ze de groep er uitleg over geeft, haalt ze eerst een roze kistje boven met schilderspulletjes in.  

“Wie heeft er al eens geschilderd?” vraagt Katrien. Alle vingers schieten natuurlijk de lucht in. “En wat heb je allemaal nodig om te schilderen?” stelt Katrien een nieuwe vraag. “Penselen! Verf!” roepen enkele kinderen enthousiast. “En een doek”, weet Louane, nadat Katrien een klein schildercanvas uit het kistje genomen heeft.

Katrien toont een verftube, een schilderspalet en een houten doosje dat het kleine schildersdoek zou kunnen vervoeren. “In zulke houten kisten worden schilderijen getransporteerd”, legt ze uit. “Want het is heel belangrijk dat de werken niet beschadigd raken onderweg. Op die manier is ook het schilderij van Emile Claus naar hier gebracht.”

Kinderen bij een schilderij op klasuitstap naar Mudel

Streepjescode 

Katrien wijst naar De Bietenoogst achter zich, de kinderen bekijken het met grote ogen. Het werk is maar liefst 3,30 meter hoog en 4,20 meter breed: het neemt de hele muur in. “Hoe heeft hij dat kunnen schilderen als het zo hoog is?” vraagt Charles-Louis zich af. “Dat is een goede opmerking”, zegt gids Katrien. “Hij klom op een grote ladder, en kon zo toch helemaal tot boven geraken.”

“Heeft hij het hier geschilderd?”, wil George weten. Dat blijkt niet zo te zijn. Claus maakte het in zijn eigen atelier. Zijn vrouw Charlotte schonk het werk na zijn dood aan Mudel. Claus is de rode draad in het museum en de focus van de rondleiding: later zien de leerlingen nog enkele werken van hem en leren ze wat hij betekend heeft voor de streek.

Op De bietenoogst zien de leerlingen hardwerkende boeren, bieten die gerooid worden en koeien op het veld. Ze merken op dat het in de herfst geschilderd moet zijn. “Dat zie je aan de bijna kale bomen, en de grijze lucht”, wijst Morris aan.  

Gids Katrien laat de leerlingen voor het schilderij in een lange rij staan, schouder aan schouder. Traag wandelen ze naar voeren, richting het werk, om het stapje per stapje meer in detail te kunnen bekijken, tot ze er bijna met hun neus tegenaan gedrukt staan. “Het blinkt!” roept Edgard.  

“Zien jullie de streepjes op het schilderij?” vraagt Katrien als ze vlak bij het werk staan. “Emile schilderde bijna altijd met deze streepjes: hij legde dikke lagen verf op elkaar”, terwijl ze naar een volgend werk van hem wijst. “Dat was zijn techniek, daar stond hij bekend om.”

Even verderop toont gids Katrien een ander schilderij, deze keer van Hubert Malfait. Met een beetje verbeelding vinden de leerlingen ook hier een koe en een boerin in het werk, maar dan in een abstracte versie. Meryll vindt het abstracte schilderij duidelijk het mooiste. “Dat is veel specialer”, zegt ze. 

Het pigment of het ei 

In een andere hoek van de ruimte staat Katrien stil bij enkele objecten: ze toont de oude schilderdoos van Emile Claus en het palet waar hij mee werkte. “Weten jullie wat pigment is?”, vraagt de gids aan de groep. De meeste leerlingen hebben het woord nog niet gehoord: de gezichtjes schudden ‘nee’. 

“Pigment is een soort poeder dat gemaakt kan zijn door stenen helemaal te vermalen”, vertelt Katrien. “Pigment kan ook uit gedroogde bloemen of kruiden gehaald worden. Het poeder werd dan gemengd met iets anders, zodat er een kleurrijke verf ontstond. Weten jullie waarmee?”  

“Het is iets lekkers dat we ook in de keuken gebruiken”, helpt juf An de leerlingen. “En het stond hier ook vooraan in de inkom van het museum.” “Een ei!” herinnert Alexine nog. “Heel goed!” lacht Katrien. “Door pigment te mengen met eidooiers en water krijgen we tempera, een speciale verfsoort waarmee Emile Claus ook schilderde.”

Bij een volgend schilderij, van Xavier De Cock dit keer, leren de kinderen waarom kunstenaars de wereld soms romantischer en aantrekkelijker voorstelden in hun werk. Violet ziet correct dat De Cock daarom een spiegelbeeld in het water heeft verwerkt. “Zo was de kans groter dat mensen met meer geld het werk zouden kopen”, vertelt gids Katrien.

In het werk De schilder van Roger Raveel dat de leerlingen daarna bekijken, ziet Ralph dat de man op het doek 2 verschillende sokken aan heeft, en dat er een blauwe kat geschilderd is. “Dat is zo leuk aan schilderen”, vertelt Katrien. “Je mag je fantasie de vrije loop laten.” 

Een trouwkleed en een Torck 

Daarna loodst Katrien ons mee naar de eerste verdieping. Daar maken we kennis met de vrouw van Claus. “Ik stel jullie voor aan Charlotte”, wijst de gids een portretschilderij aan. “Zien jullie hoe ze gekleed is? Op welke dag is dit geschilderd?”, vraagt Katrien. “Op de dag dat ze gaat trouwen!” antwoordt Mali enthousiast. “Haar witte bruidskleed verklapt het.”

In het volgende deel komen de oude industrie, het agrarische leven en het onderwijs van vroeger aan bod. De leerlingen zien oldtimerauto’s opgesteld: het is een verwijzing naar de oude autofabriek Torck, die Deinze in de vorige eeuw op de industriële kaart zette. Agathe en Sepp vinden de moderne rode auto de mooiste, Axelle houdt meer van de groene.

Een opstelling van een oud klaslokaal herinnert de leerlingen aan hoe het er vroeger op school aan toe ging. Ze herkennen de zitbanken, het telraam en enkele affiches op de muur. “Weten jullie waar de liniaal vroeger voor gebruikt werd?”, vraagt juf An. “Wie niet goed oplette, werd er mee op de vingers getikt.” “Dan toch liever ons eigen klaslokaal!” besluit Remi lachend.

Over Mudel 

Het Mudel – Museum van Deinze en de Leiestreek toont werken van Emile Claus, Albert Servaes, Constant Permeke, Gust De Smet, Roger Raveel en Raoul De Keyser. De keuze om enkel werken gemaakt door kunstenaars die gewoond en/of gewerkt hebben in de streek rond de Leie is zeer bewust en maakt van het Mudel een streekmuseum met een duidelijke focus.

  • Mudel – Lucien Matthyslaan 3-5 – 9800 Deinze.
  • 2 euro korting met je Lerarenkaart. Je betaalt 8 euro in plaats van 10 euro.
  • Ontdek het ruime creatieve scholenaanbod op maat van kleuter-, lager en secundair onderwijs en met aangepast didactisch materiaal.
  • De prijs voor een bezoek aan het museum bedraagt 1 euro per leerling. Je betaalt 85 euro voor een gids. Begeleidende leraren genieten gratis toegang. Scholen uit Deinze bezoeken het museum gratis. Een groep telt maximaal 25 leerlingen.
  • De leerlingen van An volgden de rondleiding ‘Oog voor detail’. Het volledige scholenaanbod kan je bekijken op de website van Mudel, waar je per rondleiding ook meer informatie kan vinden.

Ine Gillis

Voeg dit artikel toe aan je bewaarde artikels

Log in om te bewaren


Laat een reactie achter