Vlaanderen
Klasse.be

Specialist

Kwaliteitskader: zo kijk je kritisch naar je leermiddel

  • 23 maart 2026
  • 7 minuten lezen

Hoe sterk is je leermiddel? Experten Kim Bellens en Vanessa Denon vertellen hoe je met het kwaliteitskader en de quickscan van Leerpunt sterke plekken detecteert en zwakkere punten bijschaaft.

illustratie met leraren die leermateriaal inspecteren

Feitelijke fouten, slaafse invulboekjes: twijfels over de kwaliteit van leermiddelen poppen geregeld op. Net als vragen over de effectiviteit van methodes. En al verkiest iedereen een topleraar met een handboek dat maar gewoontjes is boven een matige leraar met een weergaloos handboek, toch ontkent niemand dat het tijd is om aan leermiddelen te sleutelen.

Kim Bellens, lid van de expertencommissie kwaliteitslabel Leerpunt: “Dat er vragen en bezorgdheden leven over leermiddelen, snap ik. Aan de ene kant weten we veel over hoe we leermiddelen kunnen vormgeven om het leren en lesgeven te ondersteunen. Maar aan de andere kant tasten we over de kwaliteit van Vlaams materiaal nog altijd behoorlijk in het duister.”

“Informatie daarover komt uit een beperkt aantal onderzoeken, zoals van collega’s Evelyn Goffin en Jonas Dockx. Hun bevindingen: leermiddelen maken soms een klein verschil in leerprestaties, soms geen. Daarnaast wijzen inspecteurs me op patronen. Ze stellen vast dat klassen van leraren die methode X volgen door de band beter scoren op een bepaald wiskunde- of taalonderdeel dan klassen die met methode Y werken.”

“Die inzichten zitten in de hoofden van enkele mensen, niet bij het hele veld. 2 evoluties rond leermiddelen kent iedereen wel. Ten eerste ruilden uitgeverijen tekstboeken en blaadjes in voor invulboeken. Vandaag liggen die onder vuur. Ten tweede bepalen leermiddelen steeds meer de klasprakijk. Leraren leunen vaak sterk op hun methode. Is dat altijd terecht? Dat wil het kwaliteitskader van Leerpunt uitzoeken. Het somt criteria op waaraan effectieve leermiddelen moeten voldoen.”


Kim Bellens

“Eigen materiaal en publicaties van uitgeverijen verdienen allebei een plek in onderwijs”

Kim Bellens


Wat zijn de belangrijkste criteria in het kwaliteitskader?

Vanessa Denon, Leerpunt: “Het eerste criterium focust op curriculum en inhoud. Daar vind je items zoals: bevat het leermiddel correcte info, zet het in op transfer, dekt het alle doelen waarop het zich richt? Het tweede criterium bekijkt of het leermiddel het leerproces van al je leerlingen ondersteunt. Stimuleert het leerlingen om voorkennis in te zetten, gebruikt het heldere en rijke taal, moedigt het aan tot interactie? Criterium 3 onderzoekt of een methode leraren ondersteunt in de klaspraktijk. Denk daarbij onder andere aan formatieve en summatieve evaluatiekansen.”

Kim Bellens: “Dit kwaliteitskader richt zich op onderwijsprofessionals, maar ook op uitgeverijen. Die kunnen hun materiaal – zowel drukwerk als de online modules – zelf analyseren, maar ook bij Leerpunt tegen betaling laten beoordelen door een onafhankelijke commissie van vakexperten. In dat proces bouwen we checks and balances in, zoals gemengde beoordelingsgroepen en publicatie in bulk.”

Vanessa Denon: “Leermiddelen die de check doorstaan, krijgen een kwaliteitslabel en verschijnen op de website van Leerpunt. In de eerste fase geven we voorrang aan methodes wiskunde en Nederlands voor het basisonderwijs. Die database wordt elk jaar verder aangevuld en helpt leraren als ze een nieuwe methode zoeken. Elk leermiddel krijgt bovendien een rapport met verdiepende inzichten. Waarop scoort het extra goed, welke doelgroep bereik je er vooral mee?”

“Wil je als leraar of team je huidige methode onder de loep nemen, dan kan dat met onze quickscan. Die praktische spin-off van het kwaliteitskader volgt de natuurlijke flow van je lesvoorbereiding. Ze is snedig en ingekort. Want we beseffen: het grote kader naast je lesmateriaal leggen, daarvoor moet je als leraar veel tijd vrijmaken. En die is er niet in de rush van het schooljaar.”

Hoe moeten leraren de quickscan gebruiken?

Vanessa Denon: “Als een diagnose-instrument. Met de scan dokter je samen uit wat de troeven en tekortkomingen van je leermiddel zijn. Op sterke punten kan je in je les extra hard inzetten. Zwakkere plekken kan je remediëren. De scan doet daarvoor suggesties. Gebruikt je methode te moeilijke taal? Dan kan preteaching een piste zijn. Biedt de cursus te weinig uitdaging? Dan kan je open vragen toevoegen om leerlingen dieper te laten redeneren.”

“Die suggesties geven richting, maar ze zetten leraren zeker niet vast. Misschien vraagt jouw schoolcontext of doelpubliek andere ingrepen. Prima dat je daar weloverwogen voor kiest, dat past netjes binnen evidence-informed werken. Leraren een instrument in de maag splitsen dat hen de les spelt over hun les? Dat willen we niet.”


Vanessa Denon

“De quickscan doet suggesties om je methode te verrijken, maar zet je niet vast”

Vanessa Denon


Werkt de scan voor materiaal dat leraren zelf ontwerpen?

Kim Bellens: “Ook in eigen materiaal kan je met de scan sterktes en hiaten detecteren. Belangrijk, want de kwaliteit van eigen cursussen is nog een grotere blackbox dan de leermiddelen van uitgeverijen.”

“Bij die laatste is er minder gevaar op tunnelvisie omdat meer ogen meekijken en er veel kennis zit bij de betrokken redacteurs en leraren. Tegelijkertijd zijn ze iets generieker omdat ze op grote schaal verspreid worden. Daarnaast hebben leraren die lesgeven aan een kleine doelgroep of binnen een nichevak niet altijd de keuze: ze zijn genoodzaakt om eigen leermaterialen te ontwerpen.”

“Eigen materiaal en publicaties van uitgeverijen verdienen allebei een plek in onderwijs. Want die variatie is een enorme rijkdom. We hopen dan ook dat leraren niet stoppen met materiaal ontwerpen vanuit koudwatervrees: tegen die labels kan ik niet op. En dat directeurs niet veiligheidshalve snel gelabelde leermiddelen aanschaffen en voorbijgaan aan waardevolle eigen cursussen van hun leraren.”

Vanessa Denon: “Is er nog plaats voor eigen materiaal? Volmondig ja. Sterker nog: er bestaat lang niet voor elk vak materiaal. Alleen voor starters ben ik terughoudend. Van hen mag je niet verwachten dat ze eigen blaadjes ontwerpen. Werk- en handboeken bieden in die eerste jaren voor de klas veel houvast en maken bandbreedte vrij. Net als gedeeld leermateriaal van ervaren collega’s. Maar ook starters moeten de boodschap krijgen dat ze methodes niet blindelings mogen volgen.”

Verliest de scan zijn bestaansrecht als scholen binnenkort weten welke leermiddelen het kwaliteitslabel halen?

Kim Bellens: “Hij blijft nuttig. Als een leermiddel op Leerpunt verschijnt, haalt dat zeker de lat voor kwaliteit. Maar niet elk item zal even waardevolle info geven voor je specifieke school- en klascontext. Die nuances kan je nog altijd opsporen met de scan. Stel: het leermiddel voorziet verdiepingskansen. Bekijk dan samen of die voldoen voor jouw leerlingen. Misschien moet je aanvullen met ander materiaal.”

Vanessa Denon: “Leermiddelen die na een eerste screening geen label krijgen, nagelen we niet aan het kruis. Daarover publiceren we niets op de website. De uitgeverij krijgt een rapport met werkpunten en de kans om later opnieuw in te dienen. Dus voor een team dat werkt met een leermiddel dat niet op onze site staat, blijft de scan noodzakelijk. Net als voor eigen materiaal.”

“Bovendien is geen enkele schoolcontext of klassituatie identiek. De quickscan zet leraren ook aan om te blijven reflecteren over hoe ze materiaal inzetten in de les. Dat is de kern van evidence-informed werken.”

Leraren blijven de spilfiguren: zij bepalen of leerstof binnenkomt bij leerlingen

Kim Bellens

De luidste vraag in elke lerarenkamer: een streep door invulboeken?

Kim Bellens: “Voor de huidige versie van heel wat invulboeken wordt het lastig om dat kwaliteitslabel binnen te halen. Denk maar aan criteria in het kwaliteitskader zoals ‘leerlingen moeten inhouden flexibel inoefenen’ en ‘leeractiviteiten krijgen die hen dwingen tot dieper nadenken’. Daarover moeten uitgevers opnieuw rond de tafel: doen onze invulboeken dat?”

Vanessa Denon: “Het kwaliteitslabel spreekt geen algemeen oordeel uit over invulboeken, maar nodigt uit om over hun opbouw te reflecteren. Wil een uitgeverij invulboeken blijven aanbieden? Dan kan ze aanpassingen doen om alle criteria te halen. Bijvoorbeeld door open doorvragen op te nemen of door invulboeken te omringen met een rijke digitale poot.”

Tot slot: zelfs kwaliteitsvolle leermiddelen smeken om sterke leraren?

Kim Bellens: “Absoluut. Een leermiddel met een kwaliteitslabel aanschaffen en klaar? Zo werkt het niet. Hét perfecte leermiddel bestaat wellicht niet. En in Vlaanderen willen we dat niet, dat weet ik zeker. Anders zitten we met materiaal dat leraren elke letter van onze les voorkauwt.”

“Sterke methodes zullen ons onderwijs vooruithelpen. Maar dat lukt niet zonder sterke leraren. Zij zijn de spilfiguren, zij bepalen of de leerstof binnenkomt bij leerlingen. Daarvoor moeten ze leermiddelen niet volgen maar gebruiken. En scherp weten waar ze met hun lessen naartoe werken.”

Vanessa Denon: “Helemaal mee eens. Het leermiddel kan een script zijn voor je lespraktijk, maar jij bent de regisseur. Jij zet leermiddelen doordacht naar je hand. Eigenlijk is dat de allerbelangrijkste boodschap van ons kwaliteitskader.”

Bart De Wilde

Voeg dit artikel toe aan je bewaarde artikels

Log in om te bewaren


Laat een reactie achter