Vlaanderen
Klasse.be

Met je Lerarenkaart

Op klasuitstap naar het Ensorhuis in Oostende 

  • 23 maart 2026
  • 7 minuten lezen

“Dus jullie zijn van Oostende én kennen Ensor?” vraagt gids Martine. “Ja!” roepen de leerlingen van het vierde leerjaar GO! Basisschool Stene in koor tijdens de klasuitstap naar het Ensorhuis.

De leerlingen wachten vol ongeduld aan de oude hotelingang van Regina Providence op de hoek van de Vlaanderenstraat en de Van Iseghemlaan. Eenmaal binnen staan we in de imposante hal van het art-decohotel in belle-époquesfeer, dat omgebouwd werd tot belevingscentrum.

Gids Martine polst bij de start van de klasuitstap naar het Ensorhuis bij de leerlingen wat ze al over Ensor weten. De vingers schieten de lucht in. “Hij is geboren aan de zee. Zijn papa is een Engelsman en zijn mama een Oostendse”, vertelt Miel enthousiast. “Hij werd geïnspireerd door schelpen”, zeggen verschillende kinderen door elkaar. Het is duidelijk dat de kinderen al voorbereid werden in de klas.

Gids Martine loodst hen in de hal naar een digitale versie van ‘De baden van Oostende’, een ets uit 1899 waarin Ensor zijn impressie geeft van het strand van Oostende. Het werk zit vol satire en humor. “Kom maar dichterbij en druk maar op de tekeningen”, zegt Martine. De leerlingen aarzelen niet en even later hoor je ze giechelen door de bewegende mannetjes in de tekening.

Wat ze zien? “Mannetjes die winden laten”, “Gluurders op de strandcabine”, “Een pastoor”, “Meisjes in bikini”, klinkt doorheen de hal. “Ik zie hondjes die op elkaar zitten. Ze spelen!” zegt Chaz. “Wel, dit choquerende werk werd tentoongesteld in Brussel en werd niet gedoogd door de Katholieke Kerk vanwege de onkuise tekeningen. Gemengd baden werd als immoreel beschouwd”, legt Martine uit. De leerlingen laten het niet aan hun onschuldige kinderhart komen.

Leerlingen wijzen naar een digitale versie van ‘De baden van Oostende’, een ets uit 1899 van James Ensor

XL-poppenhuis 

Iets wat lijkt op een XL-poppenhuis trekt de aandacht van de kinderen. Het is een maquette van Ensors woning. “Oh, wauw!” zeggen de leerlingen verwonderd. Martine vertelt over wat straks in het Ensorhuis te bezoeken is. Beneden was het souvenirwinkeltje en boven in het salon had Ensor zijn atelier. Hij had altijd een schetsboek bij zich. “Ik gebruik dat ook!” roept Jaylinn bevlogen. Martine voegt er nog aan toe: “Hier mag je alles aanraken, maar straks in het huis gaan jullie op de grond zitten en kom je nergens aan.” Het is een zacht bevel.

We lopen de trappen op om de andere ruimtes van het belevingscentrum te ontdekken. Aan de muur zien we foto’s waarop Ensor afgebeeld staat. We leren hem kennen als jonge man, zittend op het dak en spelend op een fluit. De leerlingen moeten opnieuw giechelen als gids Martine vertelt dat Ensor fluit kon spelen met zijn neus. Ze vertelt ook dat de kunstenaar op oudere leeftijd met zijn witte baard door kinderen vergeleken werd met een soort van Sinterklaas. De leerlingen knikken bevestigend.

Op een interactieve tijdlijn leren de leerlingen over het leven van Ensor. Hij is geboren in 1860 en op zijn 13e maakte hij al zijn eerste kunstwerken. Ensor volgde les aan de kunstacademie in Brussel, keerde daarna terug naar Oostende en trok er graag op uit. Als echte Oostendenaar vond hij ideeën voor zijn werken in de stad, de gebouwen, de mensen en de haven. Hij werd ook sterk beïnvloed door de sfeer van carnaval, waardoor gemaskerde mensen en stoeten vaak voorkomen in zijn kunstwerken.

Leerlingen met hun hoofd door het plafon in het James Ensorhuis

Hoofden door de zoldervloer 

Die kunstwerken vinden we in de volgende kamer. Gids Martine legt uit dat de originele werken wijdverspreid in musea te vinden zijn en dat hier in het James Ensorhuis enkel fotoreproducties te zien zijn. “De originele zijn met olieverf”, flapt Eli eruit. Dat is helemaal juist! De rest van de leerlingen is al afgeleid door een bouwwerk in het midden van de kamer. “Mogen we eronder?” vragen ze hoopvol. “Natuurlijk!” De kinderen kruipen onder een gigantische maquette van de zolderkamer van Ensor in zijn ouderlijk huis.

Ze steken hun blije hoofden door de gaten in de vloer zodat ze precies écht in die kamer zijn. Verderop turen enkele leerlingen met de verrekijkers door het raam richting de zee en maken ze een Oostends landschap met houten plaatjes. Ik hoor rondom mij de ‘ooh’s’, ‘amai’s’ en ‘wajoo’s’. Er heerst een uitgelaten sfeer. Dat belooft voor straks.

We lopen verder naar een donkere ruimte. “Brrr … Eng”, fluisteren sommige leerlingen zachtjes. We zien projecties van Ensors bekende werken met skeletten en maskers. “Cool! Zo tof dat het beweegt!” zegt Miel enthousiast. Ondertussen verdwijnen er leerlingen naar de verschillende hoeken van de kamer terwijl gids Martine vrolijk verder vertelt.

Meisje kijkt door verrekijker in het James Ensorhuis

Kijken mag, aankomen niet 

Terug beneden nemen de leerlingen plaats op een bankje in het Ensorhuis. Aan de ingang lees je: “Kijk alleen, raak niets aan.” De rust lijkt gelukkig weergekeerd bij de vierdejaars. “We zitten hier op de oude binnenkoer van Ensors woning waar hij van 1917 tot 1949 woonde”, vertelt Martine. “Lees eens de namen van kunstenaars die hij kende.” “Ik zie Van den Berghe, dat is mijn naam”, zegt een van de leerlingen. Zou het zijn betovergrootvader zijn?

We wandelen verder naar het onaangeroerde souvenirwinkeltje van Ensors oom en tante. Chaz vraagt meteen: “Zijn dat echte egels aan het plafond?” We zien gedroogde zee-egels die verkocht werden in het winkeltje. “En is dat Ensors hoed?” vraagt Eli. Dat is niet helemaal zeker.

Martine vertelt dat al de spullen die we zien, effectief verkocht werden. Van opgezette en gedroogde dieren tot schelpen, Chinese vazen en carnavalsmaskers. “Mensen betaalden destijds veel geld voor een zogenaamde ‘zeemeermin’, of apenhoofdjes met een zalmstaart, die natuurlijk niet echt bestonden.”. De vingers blijven in het rond wijzen naar alle rariteiten.

Leerlingen in het salon van het James Ensorhuis

“Ik voel Ensor” 

In Ensors huis lopen we de oude trap op en komen al babbelend een kamer binnen. “Als we een beetje stil zijn, kunnen jullie de muziek van Ensor misschien horen”, fluistert Martine. Ssssttt! De leerlingen worden muisstil en luisteren. “Ensor kon geen noten lezen, maar improviseerde en leerde de stukken uit zijn hoofd. Hij kende ook genoeg muzikanten om te helpen.” Dat Ensor heel creatief was, bewijzen ook zijn ontwerpen voor decors, kostuums en affiches voor zijn pantomimeballet ‘La Gamme d’Amour’ of ‘De Toonladder van de Liefde’.

We wandelen verder naar de bescheiden keuken. Hier hangen foto’s van Ensor en zijn familie. Chaz neemt plaats op een stoel en zegt ernstig: “Ik voel Ensor”. We moeten lachen.

Als we de trap naar de tweede verdieping nemen, mogen de leerlingen – blijkbaar geen minuut te vroeg – even gaan zitten. “Fijn, mijn voeten doen pijn”, geeft Miel ons mee. Ze gaan rustig zitten op het tapijt in het Blauwe Salon waar nog de authentieke meubelen staan. “Niets aanraken”, herhaalt Martine nog even. Martine vertelt heel gepassioneerd dat Ensor hield van het harmonium. Hij bespeelde het met gestrekte vingers en legde zijn ziel erin. Je ziet ook de piano en meubels in zijn werken terugkomen.

De leerlingen kijken hun ogen uit, want er is heel veel te zien in deze kamer. “Dat is de bol die op deze foto staat”, merkt Miel op terwijl hij eerst wijst naar de bol aan het plafond en daarna naar die in het kadertje op tafel. In het salon hangt een gigantische digitale reproductie van het werk ‘De intrede van Christus in Brussel in 1889’, gemaakt in 1888-1889.

Ook nu weer vraagt de gids wat ze zien. Chaz antwoordt: “Ik zie dat Christus een aureool heeft. En tongzoeners!” Martine wijst naar een ander schilderij in de kamer: “Ik zie 2 mensen met een lange neus, een vrouw met een stok en een man met een wijnfles.” “Een stilleven, zoals een appel en een banaan op een bord”, zegt Eli terwijl ze naar een derde schilderij kijken. De leerlingen zijn na een vol uur nog alert voor details.

Gids Martine vertelt beklijvend en de leerlingen luisteren heel aandachtig tijdens de klasuitstap naar het Ensorhuis. Daardoor is er geen tijd meer over voor de laatste kamer. “Wat is dit leerzaam”, zegt Chaz plots luidop. De leerlingen krijgen nog een masker mee. Dat komt wel eens van pas voor een verkleedpartijtje op school!

Leerlingen kijken naar een digitaal portret van James Ensor in het James Ensorhuis

Over het James Ensorhuis 

In het James Ensorhuis gaan leerlingen op interactieve ontdekkingsreis in het leven en de woning van kunstenaar James Ensor. Wie was hij? Welke thema’s koos hij voor zijn werken en waarom? Een bezoek past bij je lessen rond het thema kunst én is een leerrijke activiteit tijdens de zeeklassen.

  • James Ensorhuis – Vlaanderenstraat 29 – 8400 Oostende
  • 2 euro korting met je Lerarenkaart. Je betaalt 12 euro in plaats van 14 euro.
  • De leerlingen van juf Ann volgden een rondleiding met gids op maat van het lager onderwijs. Ze bereidden zich in de les voor met het educatief pakket. Er zijn ook rondleidingen met gids voor het secundair onderwijs. Combineer je bezoek met de Ensorwandeling.
  • Het museum ligt op een kwartier wandelen van het trein- en busstation van Oostende.

Ine Gillis

Voeg dit artikel toe aan je bewaarde artikels

Log in om te bewaren


Laat een reactie achter