Duiding Gepubliceerd op

Basisprincipes voor de nieuwe eindtermen

4 reacties

Log in om te bewaren.

Delen

Op 27 oktober 2017 bereikte de meerderheid in het Vlaams parlement een akkoord over de contouren van de nieuwe eindtermen. Ze vertrekken vanuit 16 sleutelcompetenties. Die moeten de leerlingen zich meester maken tijdens hun schoolcarrière, van het kleuteronderwijs tot op het einde van het secundair onderwijs.

De huidige eindtermen zijn meer dan 20 jaar oud. Ze sluiten niet zo goed meer aan bij de leefwereld van de jongeren van vandaag. Daarom worden de eindtermen volledig herzien.
 

Sleutelcompetenties

De eindtermen vertrekken van 16 sleutelcompetenties:

  • competenties op het vlak van lichamelijk, geestelijk en emotioneel bewustzijn en op vlak van lichamelijke, geestelijke en emotionele gezondheid;
  • competenties in het Nederlands;
  • competenties in andere talen;
  • digitale competentie en mediawijsheid;
  • sociaal-relationele competenties;
  • competenties inzake wiskunde, exacte wetenschappen en technologie;
  • burgerschapscompetenties met inbegrip van competenties inzake samenleven;
  • competenties met betrekking tot historisch bewustzijn;
  • competenties met betrekking tot ruimtelijk bewustzijn;
  • competenties inzake duurzaamheid;
  • economische en financiële competenties;
  • juridische competenties;
  • leercompetenties met inbegrip van onderzoekscompetenties, innovatiedenken, creativiteit, probleemoplossend en kritisch denken, systeemdenken, informatieverwerking en samenwerken;
  • zelfbewustzijn en zelfexpressie, zelfsturing en wendbaarheid;
  • ontwikkeling van initiatief, ambitie, ondernemingszin en loopbaancompetenties;
  • cultureel bewustzijn en culturele expressie.burgerschap, economische, financiële en digitale competenties, maar ook culturele competenties en historisch bewustzijn, of juridische vaardigheden en innovatief denken.

Het onderscheid tussen vak-/leerbiedgebonden en vak-/leerbiedoverschrijdende eindtermen valt weg. Er is dus minder verschil tussen wat moet worden bereikt en wat moet worden nagestreefd. De leerlingen moeten meer eindtermen op dezelfde manier bereiken, al blijven er wel attitudinale eindtermen die enkel na te streven zullen zijn.

De nieuwe eindtermen worden beperkt in aantal en sober geformuleerd. En ze moeten een coherent geheel vormen van het kleuter- tot het einde van het secundair onderwijs. De eindtermen zullen ook periodiek geëvalueerd worden en geactualiseerd worden indien nodig.
 

Basisgeletterdheid

Er komt een niveau basisgeletterdheid in de eindtermen van de eerste graad van het secundair onderwijs. Dat zijn eindtermen die elke leerling individueel moet behalen. Die moeten ervoor zorgen dat elke jongere volwaardig kan meedraaien in de samenleving.

De onderwijsverstrekkers zijn vrij om te beslissen binnen welke vakken/leergebieden ze welke eindtermen realiseren. Zo kunnen culturele competenties beperkt zijn tot één vak/leergebied, maar ze kunnen ook verspreid worden over verschillende vakken/leergebieden, zoals Nederlands of geschiedenis.

In de tweede en derde graad secundair onderwijs krijgen de studierichtingen eindtermen per finaliteit. Bijvoorbeeld: de eindtermen voor de studierichtingen met doorstroomfinaliteit zullen gebaseerd zijn op de huidige aso-eindtermen.
 

En hoe gaat het nu verder?

Bovenstaande principes moeten nog door het Vlaams Parlement worden goedgekeurd. Commissies, waarin naast de onderwijsverstrekkers en andere experts ook vakleraren vertegenwoordigd zijn, zullen de nieuwe eindtermen ontwikkelen.

Het Vlaams Parlement moet die eindtermen daarna goedkeuren. En de onderwijsverstrekkers moeten die eindtermen dan letterlijk opnemen in de leerplannen, die in omvang beperkt moeten zijn. Zo behouden scholen, leraren(teams) en leerlingen voldoende ruimte en autonomie om op basis van hun eigen expertise en passies aan de slag te gaan met de leerstof.

Daarnaast zullen de onderwijsverstrekkers gezamenlijk voor elke studierichting per graad een curriculumdossier opstellen. Dat verzamelt alle onderwijsdoelen die leerlingen in een bepaalde studierichting moeten behalen. Het wordt netoverschrijdend opgesteld. Dat biedt leerlingen die van school veranderen meer houvast en vergemakkelijkt een externe kwaliteitscontrole.