Vlaanderen
Klasse.be

Verhaal

“Mijn missie: tonen hoe capabel bso- en tso-leerlingen zijn”

  • 22 oktober 2019
  • 8 minuten lezen

“De kracht van een bso-/tso-school? Onze leerlingen krijgen iets meer ademruimte omdat de druk van de leerstof lager ligt. En iedereen is hier welkom, los van rugzakjes, talenkennis of leerproblemen.” Directeur Wim Verhaeghe wil al zijn leerlingen opleiden tot sterke en gelukkige volwassenen.

directeur bso-/tso-campus Wim
Wim Verhaeghe – directeur

‘Kies jij maar voor het technisch, kreeg Wim Verhaeghe als kind te horen. Maar omdat hij zelf naar aso wou, mocht hij dat van thuis proberen. Pas als leraar Nederlands-Engels, en later als directeur van OLVC Campus Centrum in Zottegem, kwam hij in bso en tso terecht. En vond er zijn missie: hard werken aan de perceptie rond die onderwijsniveaus.

“Nu nog klinkt een overstap daarnaartoe als een halve mislukking. Heel wat leerlingen komen hier niet vanuit een positieve keuze terecht. Cruciaal dat we laten zien hoe capabel onze leerlingen zijn, welke sterke gasten we afleveren. Dat kan alleen als je die negatieve spiraal ombuigt en op school meer doet dan alleen op leerstof focussen.”


Tweede adem

“Of je de lat dan lager legt? ‘Reculer pour mieux sauter’, noem ik het liever. Zoals het meisje dat telkens te horen kreeg dat ze niet goed genoeg was voor wiskunde, hoe hard ze ook werkte. De jongen die erg klein was voor zijn leeftijd en gepest werd op zijn vorige school. Of het kind dat in de lagere school zes jaar lang vergeefs de klas probeerde bij te benen. Bij ons kwamen ze op adem, kregen ze eindelijk bevestiging en vonden ze het zelfvertrouwen om aan hun weg te timmeren.”

“We hebben een uitwisselingsprogramma met een Deense school. Wat me telkens opvalt, is hoe goed die jongeren in hun vel zitten, hoe open ze communiceren. Scandinavische landen wachten iets langer voor ze grote brokken leerstof aan hun leerlingen voorschotelen. Nemen meer tijd om kinderen te vormen tot sterke, stabiele jongeren. Met stevige schouders en beide voeten op de grond. Is het toeval dat de Denen volgens onderzoek zoveel gelukkiger zijn dan Vlamingen? Leerlingen met een positief zelfbeeld maken betere studiekeuzes en struikelen minder vaak over ons watervalsysteem. Vandaag kloppen nog te veel leerlingen hier aan met een deuk in hun zelfvertrouwen na een B-attest.”

directeur bso-/tso-campus Wim Verhaeghe bij zijn leerlingen
Directeur Wim Verhaeghe: “We ploeteren te vaak voort zonder ons af te vragen of je met creatieve oplossingen onderwijs niet simpeler maakt”

Maak het verschil

“Het gevaar is reëel dat je de lat laat zakken als je leerlingen gedemotiveerd in de klas zitten. De weg van de minste weerstand: moeilijke of droge leerstofonderdelen schrappen, minder veeleisend zijn en lakser worden in je evaluatie. Af en toe vraagt een van mijn leraren om over te stappen naar een van onze andere campussen, waar we aso aanbieden. ‘Nood aan een intellectuele uitdaging’, klinkt het dan. Ik hoor dat niet graag. Want net hier maak je het verschil, kan je veel leerwinst boeken. Onze leerlingen hebben hun leraren nodig, terwijl sommige aso-leerlingen er zelf wel komen. Met of zonder leraar.”

“Onze remedie tegen afglijden? We zetten sterk in op professionalisering en vernieuwing. Ons nascholingsbudget overschrijden we elk jaar. En we leren veel van elkaar en uit vakliteratuur. In een Facebookgroep – een online leesgroep – delen collega’s tips. Daarnaast verzamelen we betrouwbare data met gestandaardiseerde toetsen in elke graad. Buikgevoel fluistert leraren vaak in dat hun leerlingen er elk jaar op achteruit gaan. Dan geef je ze moed als je met cijfers aantoont dat we het op veel vlakken steeds beter doen. Voor leesvaardigheid en wetenschappen zijn we op school top. En omdat we weten dat wiskunde een werkpunt is, kunnen we er wat aan doen.”

Onderwijs kan simpel zijn

“We ploeteren te vaak voort zonder ons af te vragen of je met creatieve oplossingen onderwijs niet simpeler maakt. Ik gaf 4 jaar les in Brazilië in een internationale school. Mijn eerste gesprek met de directeur was een vreemde ervaring. ‘Waar wil je over een jaar staan met je leerlingen?’ vroeg hij. ‘75% van de klas zit nu op niveau. Met hoeveel procent wil je dat cijfer verbeteren, en hoe wil je dat realiseren?’ Daar stond ik, mond vol tanden. Helemaal niet gewend om in zulke termen over onderwijs te denken. Gelukkig gaf mijn directeur me meteen duidelijke handvatten: een gedetailleerd leerplan, gestandaardiseerde toetsen en een sterke vakgroep. We vertrokken telkens vanuit de leerplannen en formuleerden voor elke les heldere doelstellingen. Die evalueerden we aan de hand van rubrieken. Duidelijk voor ons, duidelijk voor de leerlingen.”

“Ook mijn rol werd vastgelegd. Niet het orakel voor de klas, wel de coach die het leerproces faciliteert. De instructietijd zo kort mogelijk, veel autonomie en verantwoordelijkheid voor leerlingen. In het begin was het wennen. Tot je merkt dat je je leerlingen verder brengt en jezelf minder zwaar belast. ‘Doe niet alles zelf, zorg ervoor dat je leerlingen actief bezig zijn’, drukte mijn directeur me steeds op het hart. Een visie die prima werkt voor onze bso-/tso-leerlingen.”

directeur bso-/tso-campus Wim Verhaeghe bij zijn leerlingen
Wim Verhaeghe – directeur

Codewoord: samen

“Als je leerlingen goede resultaten neerzetten en de draagkracht van je team niet op de proef stellen, zie je weinig reden om te veranderen. Scholen zetten sneller in op vernieuwing als ze met de rug tegen de muur staan. Omdat het de enige oplossing is, werken leraren er samen. Zien ze sneller de voordelen van pakweg co-teaching. Sinds vorig jaar werken we met onderwijsassistenten: collega’s die je voor een uurtje kan boeken als hulp in de klas. En in 1B geven enkele collega’s voortdurend samen les. Stilaan groeit het besef dat samenwerken de job lichter maakt, niet zwaarder. Voetje voor voetje, maar zo overtuig je mensen wel om te veranderen.”

“Een open deur: als je wil innoveren, moet je je team mee laten beslissen. De verdeling van de opdrachten leg ik in handen van de vakgroepen. Niet eenvoudig met gevestigde waarden die ‘hun klasje’ als een verworven recht beschouwen, maar zulke discussies maken mijn lerarenteam zelfsturend. Voor leerlingen geldt net hetzelfde. Wat als ze mee de rubrieken mogen bepalen die je gebruikt om ze te evalueren?”

Conflictbemiddelaar

“Op het einde van vorig schooljaar liet ik me evalueren door alle collega’s. De positieve zaken én mijn werkpunten besprak ik op de personeelsvergadering. Wat terugkwam: leraren willen dat ik strenger ben naar leerlingen. Ik neem die kritiek ter harte. Het is cruciaal dat je leraren voelen dat je achter ze staat. Tegelijk weet ik maar al te goed dat bijna elke directeur dat verwijt wel eens krijgt. Als een leerling over de schreef gaat in de klas en het conflict op mijn bureau belandt, kruip ik in de rol van bemiddelaar.”

“Soms moet je de lijn trekken, en ik zet wel eens een leerling aan de deur. Maar vaak zit er achter negatief gedrag een motief. In de klas ontaardt een discussie al gauw in een gevecht van man tot man. Met toeschouwers die de kant van hun klasgenoot kiezen en hopen dat je het onderspit delft. Ik druk mijn leraren altijd op het hart om zulke conflicten te bevriezen en buiten de klas te tillen. Enkel zo kan je aan een herstelgerichte oplossing werken.”

directeur bso-/tso-campus Wim Verhaeghe bij zijn leerlingen
Directeur Wim Verhaeghe: “In onze open klas kan je vanop straat binnenkijken. Zo laten we zien welke sterke leerlingen we afleveren”

Good cop, bad cop

“Als een leraar vroeger een leerling buiten stuurde, ging die naar Toeza: ‘toezicht zonder aandacht’. Klein lokaal, laag plafond, iedereen op aparte bankjes en een verbod om te praten met de leraar. Enkel een formulier om je verhaal te vertellen, net wat je niet nodig hebt na een conflict.”

“Dit schooljaar starten we de Oase op. Een plek die altijd bemand wordt door 2 leraren. Mensen met uiteenlopende profielen, uit elke graad, want zorg is een zaak van het hele team. Spijbelgedrag, te laat komen, pesterijen of conflict met een leraar: je komt niet naar de Oase voor een vrijblijvend babbeltje, wel voor een serieus gesprek. Daarin wordt duidelijk of het negatieve gedrag om extra zorg of om sancties vraagt. Er loopt een dunne lijn tussen tucht en zorg. Spijbelt die leerling omdat hij gepest wordt, omdat hij er thuis alleen voor staat of gewoon omdat het kan? Aan de buitenkant lijkt het signaal hetzelfde, maar het verhaal erachter is telkens anders.”

“Als het even kan, staat mijn deur open. Voor collega’s én voor leerlingen. Ik wil er zijn voor mijn leerlingen. Enkel zo krijg je de kans om in hun kopjes door te dringen, kan je ze overtuigen van een andere kijk. We botsen zelden op onze grenzen met leerlingen die zich hier thuis voelen. Zij weten waar we voor staan. Met leerlingen die later instromen, is dat soms anders. Ze identificeren zich nog niet met de school en zetten zich af. Het duurt even voor je door dat pantser breekt. Daarom vind je me elke ochtend op de speelplaats. Zo ken ik alle leerlingen. En uit de manier waarop leraren hun klas begroeten en meenemen, leer ik veel over mijn team.”

Ontmoetingsplek

“De leerlingen begroeten me uitbundig ‘s ochtends op de speelplaats, zijn erg direct, anders dan veel aso-leerlingen. Heel belangrijk dat je dan authentiek bent. Speel je een rolletje, dan doorprikken ze dat zo. Streetwise zijn ze wel. Ben je open, dan leren ze dat je net zoals zij bent. En tegelijk kan je tonen waar je grens ligt. Dat je met wederzijds respect en duidelijke waarden verder komt dan met ellebogen en straatcultuur. Welke jongeren wil je de wereld insturen, en welke waarden geef je ze mee? De cruciale vraag voor onze school.”

“Ik wil dat onze school een plek is waar mensen elkaar ontmoeten. De zithoek en de biljarttafel staan bewust in de gang. Zo kunnen leraren én leerlingen er terecht. Ik moedig mijn team aan om les te geven met de deur open. We hebben zelfs een ‘open klas’, waar je vanop straat zo binnenkijkt. En in onze kelder bieden we onderdak aan een kunstenaarscollectief. Zij lopen vrij in en uit de school, en de leerlingen mogen op hun beurt binnen piepen in de ateliers. Een eerste stap naar wat een school volgens mij moet zijn: een plek waar mensen uit eigen beweging samenkomen. Die stevig verankerd is in de echte wereld, waar poorten niet meer nodig zijn en je er zelf voor kiest om in dialoog te gaan met anderen.”

Seppe Goossens

Voeg dit artikel toe aan je bewaarde artikels

Log in om te bewaren


G

G. De Vos

29 oktober 2019

Algemene intelligentie is nauwelijks meetbaar. Het is niet altijd duidelijk wat de beste oplossing is voor een probleem. Je kan intelligentie ontwikkelen door een leerlijn van 'cases' uit te tekenen met stijgende moeilijkheidsgraad. Specifieke intelligentie kan het beste bepaald worden door experts in een vakgebied. Vakgroepen kunnen vastleggen welke opdrachten de leerlingen eerst onder de knie moeten krijgen voor ze beginnen aan complexere. Kinderen kunnen al van in de basisschool georiënteerd worden naar sectoren. In een brede eerste graad kunnen groepjes gevormd worden naarmate ze meer verbaal aangereikte informatie kunnen verwerken of juist leren door uit te voeren of eerder audiovisueel ertussenin. Een gevoel van beheersing geeft leercomfort. Vanuit de lagere school moeten adviezen geformuleerd worden naar secundaire scholen waar leerlingen nog enkele jaren krijgen om bij de sturen. Op zestienjarige leeftijd komen ze in de afstudeerrichting terecht die hen voorbereidt op eenjarige, driejarige of vijfjarige hogere studies.

Reageren
v

veerle

3 november 2019

"want net hier maak je het verschil, kan je veel leerwinst boeken. Onze leerlingen hebben hun leraren nodig, terwijl sommige aso-leerlingen er zelf wel komen. Met of zonder leraar.”
Jammer genoeg lijkt men er inderdaad van uit te gaan dat aso-leerlingen er zelf wel komen. Leerkrachten die hun vak niet uitgelegd krijgen of geen benul hebben van hoe ze iets interessant kunnen maken, krijgen het 'privilege' om les te geven in het aso. Daar verpesten ze de motivatie van leerlingen die toch ook wel een goede uitleg nodig hebben om een behoorlijk pak leerstof te kunnen verwerken of leren de echt zelfstandige leerlingen dat hun behoeften totaal niet belangrijk zijn. Er hoeft geen moeite voor gedaan te worden want ze komen er zelf wel uit.

Reageren
T

T. Cops

6 november 2019

Lesgeven in een school waar de leerlingen een beroep wordt aangeleerd met de optie om na de reguliere studies nog verder te studeren.(Ja ook ik heb het over een beroeps- technische school) vormt iedere dag een hele uitdaging. En daarom niet noodzakelijk in negatieve zin. De leerlingen maar ook de leerkrachten die er les geven, ze vormen een ras appart in de onderwijswereld. De kijk op de wereld, de samenhorigheid, de gehardheid. Deze hebben we zeker met onze leerlingen gemeen.
Ook mijn missie als leerkracht "tonen dat onze vakleerlingen bekwaam en cababel zijn." En dit doen we als team, met behulp van alle, in uw artiekel bovenvernoemde aspecten. En toch, Toch beste directies,
merken we dat de bij het snoeien van de uren stevast gesnoeid werd in de technisch vakken. van lesdagen van 8 uur naar lesdagen van 7, allen gesnoeid in het vakgebied. (En dit wordt met de ondrwijshervorming echt niet beter op). Extra wordt er ingezet op bijlessen voor frans, nederlands, wiskunde (want deze krikken het niveau van de school omhoog!?) en de broodnodige hulp voor de niet te onderschatten vaklessen? On en leerligbegeleiders werken bij waar ze kunnen, maar eerlijk, (en ook wel begrijpelijk) heb ik deze hardwerkende mensen nog nooit mogen ontvangen tijdens de theoretisch vakgebonden lessen, laat staan de praktijklesen. Dan heb ik het nog niet over de afvlakking en de veralgeming van de vakgebieden en de steeds groter wordende groep rugzakleerlingen die samengezet worden in steeds groter worden de klasgroepen (ook al uurbesparend).
Beste directeur, ik hoop dan ook samen met jouw op meer directiecollega's zoals u die begrijpen en weten waar het in beroeps-technische school om draait. Die ervoor zorgen dat er tijd en ruimte vrijgemaakt wordt om terug "echte" vakmensen af te leveren op de arbeidsmarkt en om leerlingen een technische bagage mee te geven die hun net "die andere" stap voor geeft in hun verdere studieloopbaan.
maak samen de schoolbesturen wakker, Jullie zijn ons uithangbord.

Reageren

Laat een reactie achter