Gepubliceerd op
Specialist

“Talenbeleid raakt te weinig op de klasvloer”

Helpt een talenbeleid op school de taalvaardigheid van je leerlingen vooruit? Onderzoeker Marieke Vanbuel (KU Leuven): “Goedbedoelde acties genoeg, maar het effect blijft beperkt. De sleutel? Kennisdelen en resultaten meten.”

Marieke Vanbuel onderzoekt het effect van talenbeleid

Marieke Vanbuel: “Een talenbeleid ontwikkelen is een inspanning die je samen levert en waar je samen de vruchten van plukt.”

Marieke Vanbuel : “Talenbeleid staat sinds 2007 officieel op de onderwijsagenda, maar pas nu voerden we voor het eerst een grootschalig onderzoek naar talenbeleid in het Vlaams onderwijs. Met een kwalitatieve en een kwantitatieve studie bij scholen uit het lager en het secundair. Ontnuchterende conclusie? Leerlingen in scholen mét een talenbeleid scoren niet beter dan leerlingen in scholen zónder.”

“Waren al die inspanningen dan zinloos? Zeker niet. De cijfers zeggen niet alles, want scholen met een kansrijk publiek voelen duidelijk minder de nood om een talenbeleid uit te bouwen dan scholen met minder taalsterke leerlingen. Geen eerlijke vergelijking dus.”

“Bovendien verloopt taalontwikkeling eerder met horten en stoten dan in een mooie stijgende lijn. De kans bestaat dat de impact van het geleverde werk pas later zichtbaar wordt.”
 

Waar knelt het schoentje?

Marieke Vanbuel : “Talenbeleid raakt niet op de klasvloer. In heel wat scholen leven de initiatieven vooral bij de projecttrekkers: de directeur, die ene leraar die wat uren toegeschoven kreeg, de zorgco of de vakgroep Nederlands.”

“Talenbeleid botst op dezelfde drempel als andere thema’s die je schoolbreed moet aanpakken, zoals evaluatie of gelijke kansen. Het cliché klopt: je kan enkel beleid voeren als je hele team mee is. Co‑teaching en teamteaching maken opgang, maar net zo vaak werken we nog op eilandjes en staat de klasdeur te weinig open.”


Leg leesvaardigheid niet enkel in het mandje van de leraar Nederlands

Marieke Vanbuel - KU Leuven

“Elke leraar onderneemt waardevolle acties die in een goed talenbeleid passen. Alleen zijn we ons daar te weinig van bewust. Tel de kennis en ervaring binnen je team op en je ontdekt dat heel wat goede praktijken in je eigen school voor het rapen liggen. Maar omdat we onze aanpak te weinig met elkaar delen, ontzeggen we onszelf de kans om van elkaar te leren. En daar zijn leerlingen het slachtoffer van.”
 

Elke leraar moet dus een taalleraar zijn?

Marieke Vanbuel : “Die slogan gaat al een tijdje mee, maar hij lokt onbedoeld verkeerde reacties uit. Zo zien sommige leraren het als hun plicht om elke dt‑fout af te straffen, ook al geven ze geen Nederlands. Maar veel vaker reageren leraren onzeker en doen ze een stapje achteruit. ‘Ik geef wetenschappen, ik ken mijn vak. Maar vlekkeloos AN? Dat lukt me niet.’”

“Je kan er niet omheen dat veel Vlamingen – en dus ook heel wat leraren – zich uitdrukken in tussentaal. Maar taal op school is zoveel rijker dan spreken alleen: een antwoord op een toets, een leestekst, een luisterfragment. Als leraar heb je een diploma hoger onderwijs op zak, en elke dag ben je intensief bezig met communicatie, met taal. ‘Elke leraar is een taalbewuste leraar’ is daarom een betere baseline. Want elk teamlid mee in bad: dat blijft de kern van een effectief talenbeleid.”

“Zo kan je leesvaardigheid niet enkel in het mandje van het vak Nederlands leggen. Techniek in de lagere school of geschiedenis in het secundair? Bij elk vak komen leesteksten aan bod. Daar liggen de échte kansen om aan leesvaardigheid te werken. Met teksten die vakspecifiek en dus complexer zijn. En met een duidelijk doel voor leerlingen: ik moet deze tekst begrijpen om de leerstof te verwerven.”

“Talenbeleid is een inspanning die je samen levert, en waar je samen de vruchten van plukt. Een leraar Frans of wetenschappen zit net zo goed op zijn plek in dat teampje talenbeleid als de leraar Nederlands.”

Marieke Vanbuel onderzoekt het effect van talenbeleid

Marieke Vanbuel: “Als je een talenbeleid wil uitbouwen waar elke leerling baat bij heeft, moet je ook elke leerling kunnen testen.”

Hoe zorgen we ervoor dat talenbeleid geen dode letter blijft?

Marieke Vanbuel : “Je kan als overheid niet zomaar verwachten dat scholen een talenbeleid uitbouwen als ze dat nooit eerder deden. Leraren hebben nood aan ondersteuning: kansen om te leren hoe je talenbeleid concreet maakt in je klas. Een degelijk vormingsaanbod dus, maar ook een positief leerklimaat. De ervaringen van je eigen team beter benutten.”

“Tijdens een focusgroep in een lagere school vertelde een leraar hoe ze haar aanpak voor schrijfopdrachten omgegooid had. “Leerlingen moesten voortaan tussentijdse versies indienen. Bij elke versie kregen ze feedback en een specifiek werkpunt voor de volgende versie. Een heel degelijk voorbeeld van procesgericht schrijven waar leerlingen echt iets van opsteken, maar haar collega’s waren niet op de hoogte. Het team vond helaas te weinig tijd om kennis met elkaar te delen.”

“Leesplezier, technisch lezen, taalrijke interactie, spreekvaardigheid: talenbeleid gaat enorm breed, en dat maakt het complex. Logisch dat scholen focussen op enkele tastbare speerpunten. Vaak zijn dat initiatieven buiten de klas zoals een taaltip van de week, de uitbouw van een schoolbib of remediëring van anderstalige leerlingen. Of meetbare vaardigheden, zoals technisch lezen.”

“Helaas verlies je op die manier andere zaken uit het oog en dreigen leerlingen uit de boot te vallen. Een leerling die voor spelling onvoldoende automatismen opbouwt, pik je eruit. Maar een kind dat voor luistervaardigheid vastloopt, merk je misschien niet op. Scoort die leerling slecht op je toets omdat hij onvoldoende studeerde? Of omdat hij er tijdens de les niet in slaagt de leerstof op te nemen? De gevolgen van die achterstand zijn veel ingrijpender.”
 

Als we meer meten zullen we ook meer weten?

Marieke Vanbuel : “Onderzoek is duidelijk: als je zicht hebt op de prestaties van je leerlingen, kan je een veel doelgerichter beleid voeren. Op dit moment hebben scholen te weinig cijfers om de juiste keuzes te maken. Elk kind in de lagere school legt een peilingsproef taalvaardigheid af, en bij de start van het secundair organiseert zowat elke school de opgelegde taalscreening.”

“Die resultaten komen in het leerlingvolgsysteem terecht en leraren bieden op basis daarvan extra ondersteuning. Vaak enkel aan wie zwak scoorde, niet aan leerlingen die een extra uitdaging nodig hebben. En enkel in de eerste jaren na die test.”


Elk teamlid mee in bad: dat is nog steeds de kern van een effectief talenbeleid

Marieke Vanbuel - KU Leuven

“Testmateriaal om de evolutie van leerlingen doorheen de jaren te screenen zou erg nuttig zijn, maar is helaas nog te schaars. Daarom testen we ook te eng, technisch lezen meet je immers makkelijker dan begrijpend lezen. Dat is alvast een van de lessen die we uit ons onderzoek trekken: geef scholen meer tools om de taalevolutie in kaart te brengen. Want als je een talenbeleid wil uitbouwen waar elke leerling baat bij heeft, moet je ook elke leerling kunnen testen.”

“Laatste hindernis: wat doe je met die gegevens? Niet elke leraar kreeg voldoende datageletterdheid mee tijdens zijn opleiding. In secundaire scholen kan je de wiskundeleraar inschakelen, maar voor lagere scholen is het lastiger om die knowhow aan te boren. Ook daar moeten scholen dus voldoende ondersteuning en kansen tot professionalisering krijgen.”
 

Met steun van het Departement Onderwijs en Vorming namen onderzoekers van het Centrum voor Taal en Onderwijs (KULeuven) de implementatie van talenbeleid in Vlaamse lagere en secundaire scholen onder de loep. Meer weten over wat werkt voor een sterk talenbeleid? Het rapport ‘Helpt talenbeleid taalgrenzen verleggen?’ met aanbevelingen kan je hier nalezen.

Inspireert Klasse Magazine jou in 2021-2022?

  • 4 kwaliteitsnummers met inspiratie van leraren en experts.
  • Fraai ondersteunend materiaal: kalender, posters, kaartjes ...
  • Je Lerarenkaart met meer dan 1000 voordelen in je brievenbus.