Vlaanderen
Klasse.be

Zo doen zij het

Zo draait aanvankelijk lezen niet in de lettersoep

  • 10 juli 2024
  • 6 minuten lezen

Van kleuters die ‘letters’ kribbelen naar leerlingen die kunnen lezen en schrijven: in het eerste leerjaar maken kinderen reuzensprongen. Leraar Ellen Driessens van Sint-Jozefsinstituut Geraardsbergen ontdekt hoe ze die start nog sterker maakt. En het abc geen lettersoep wordt.

Leraar Ellen Driessens leest voor in haar kleuterklas
Ellen Driessens: “Tijd over? Dan is lezen of schrijven de logische keuze.”

“Het eerste woordje dat ik verken? ‘Ik’. Elke leerling kijkt in mijn spiegeltje en zegt wie die ziet. Grote ogen en voorzichtige stemmetjes: ‘ik’. Het eerste leerjaar is spannend. Aan banken zitten, die eerste keer huiswerk, maar vooral: leren lezen en schrijven. Samen zetten we de kier naar ‘de grote wereld’ beetje bij beetje open.”

“Dat ik kinderen mag begeleiden op die ontdekkingstocht, vind ik een voorrecht. 6-jarigen kijken op naar hun leraar: een kans die ik ten volle wil benutten. Want de start in lezen en schrijven is zó belangrijk. Wie die eerste stapjes niet vlot zet, maakt later meer kans om te struikelen. Dus hou ik hun hand stevig vast.”

“Na 3 schooljaren in het eerste leerjaar voelde ik meer ruimte om kritisch naar mezelf te kijken. Zo was op het einde van een schooljaar het AVI-leesniveau van mijn leerlingen soms lager dan ik verwachtte, ondanks inspanningen om hen de lat te helpen halen. Met mijn parallelcollega’s stapte ik in een professionaliseringstraject van Odisee hogeschool. Dat kwam voor mij op het ideale moment.”

Hoge verwachtingen

“Als starter hou je vaak sterk vast aan je methode. Je denkt sneller in vakjes: lezen, dat doen we tijdens de taalles. Ik leerde dat idee loslaten. Tijd over? Dan is lezen of schrijven de logische keuze. Voorlezen, samen lezen, per 2 lezen … Afwisseling is key. Ik start nu wel vaker met zelf voorlezen, zeker bij een tekst die nieuw is. Dat klassikale begin is mijn extra tijd waard. Ik modelleer, zo weten mijn leerlingen beter wat ik van hen verwacht. Ook spelling gooi ik er vaker tussen. Potlood en papier, hun klikklak-boekje: meer hebben we niet nodig voor een kort dictee.”

“Het effect van het traject op mijn klas: ik stel hogere verwachtingen. Dat kan omdat ik zelf nóg beter weet wanneer en waarom ik iets doe. Zo verbeter ik bij functioneel schrijven niet elk klein foutje. Mijn doel is helder: schrijfdurf motiveren. Of ze nu een boodschappenlijstje voor ons winkeltje maken of een compliment voor de positieve postbus schrijven. Zie ik fouten bij woorden die ze nog niet leerden spellen? Dan kies ik er soms bewust voor om die niet meteen te markeren en hun schrijfdurf niet te ondermijnen.”

Leerling voor een postvak
Ellen Driessens: “Jonge kinderen zijn van nature nieuwsgierig. Bij de keuze van mijn leesaanbod speel ik daarop in.”

Sterk materiaal

Ook mijn aanpak rond herhaling stelde ik bij. Wekelijks gaan leerlingen tijdens een lees- of schrijfcircuit in groepen aan de slag met wat we al leerden. Dan schrijven ze letters in scheerschuim of met wasco’s vóór ze aan kleine letters in hun schriftje beginnen. Vroeger speelden we soms ook een memoryspel met woordkaartjes. Nu stel ik me bewuster de vraag: lezen de kinderen daardoor actief? Kraken ze de code, koppelen ze lettertekens aan klanken, woorden aan een betekenis? Of gaan ze gewoon op zoek naar dezelfde lettertekens?”

Ik bekijk het materiaal nu kritischer. Kies ik voor woordrijen, dan maak ik ze uitdagend. Zoek ik een tekst voor mijn leescircuit, dan ga ik niet voor de eerste de beste. Zelfs als de kinderen nog maar weinig letters kennen, bied ik motiverende teksten aan. Auteurs zoals Riet Wille en Katrien Vandewoude bedenken met een handvol letters al korte verhalen die de fantasie prikkelen. Vroeger liep ik tijdens zo’n leescircuit bij elke groep even langs. Nu blijf ik bewust langer bij dezelfde groep om meer kwalitatieve feedback te geven.”

“Nog een vaste waarde sinds ons professionaliseringstraject: toneellezen. Daarbij heeft elke lezer een rol. ‘Juf, ik zal de kip zijn en hij de mol.’ Ze hebben pret wanneer ze zich inleven in hun personage. Net als ik: zo blij wanneer mijn lesdoelen in hun verhaal tot leven komen.”

Gevarieerd leesaanbod

“Als leraar onderschat je soms hoeveel leren lezen en schrijven van jonge kinderen vraagt. Ik wil dat ze weten: hoe meer je oefent, hoe beter het gaat. Het is als een kip-eiverhaal. Wie vlot leest, neemt sneller een boek. Wie lezen leuk vindt, leest meer en vlotter. Voor schrijven is dat net hetzelfde.”

“Jonge kinderen zijn van nature nieuwsgierig. Bij de keuze van mijn leesaanbod speel ik daarop in. Leren we over wilde dieren? Dan lees ik boeiende weetjes uit een informatief boek over het dierenrijk. Dat wordt gegarandeerd het populairste boek van de leeshoek: een plek waar ze vaak naartoe mogen. De inhoud verandert regelmatig en elk boek heeft zijn plek op het schap verdiend. Ik bewaak de gezonde mix zodat iedereen zijn favorieten vindt: weetjesboeken, moppenboeken, strips …”

Leerling leest een boek voor een boekenrek
Ellen Driessens: “Het is als een kip-eiverhaal. Wie vlot leest, neemt sneller een boek. Wie lezen leuk vindt, leest meer en vlotter.”

Klankbewustzijn

“Soms slorpt je eigen klaswerking al je aandacht op. Zo loop je kansen mis om de krachten te bundelen met je collega’s. Door bewust tijd te maken voor overleg tussen de kleuter- en de lagere school, weten we nu dat onze samenwerking verder mag gaan dan vaste snuffelmomentjes en overgangsgesprekken.”

“Na een professionaliseringstraject vond klankbewustzijn zijn weg naar onze kleuterklassen. De kleuters verkennen klanken alzijdig: ze voelen hoe hun lippen trillen bij de ‘m’, horen en voelen het verschil tussen ‘s’ en ‘z’, tussen ‘a’ en ‘aa’. En ze koppelen die klanken ook al aan het juiste teken. Zo weten ze hoe de ‘a’ klinkt én eruitziet. Zeker voor kinderen die minder snel nieuwe dingen oppikken, maken we een groot verschil door vroeg te werken aan klankbewustzijn en klanktekenkoppeling.”

“Natuurlijk zorgde dat eerst voor onzekerheid. Als onze collega’s bij de kleuters al starten met klankbewustzijn en klanktekenkoppelingen, lopen we elkaar dan niet in de weg? En komt dat – zeker voor onze kinderen met een andere thuistaal – niet veel te vroeg? Maar we zien de positieve evolutie bij alle leerlingen. En ik moet mijn klas niet van nul leren kennen. Dankzij mijn collega’s van de kleuterschool heb ik al zicht op wie mogelijke risicolezers zijn. Dat zet mijn voelsprieten op scherp.”

“Als we de tweetekenklanken inoefenen, leg ik ze op de grond zodat mijn leerlingen de klas in kunnen springen: ‘ui’, spring, ‘ou’, spring, ‘oe’. Zo fijn toen ik in de gang bij de kleuters plots een bekend geluid hoorde: ook zij hadden de letters die ze al leerden op de grond gelegd. We inspireren elkaar! In de toekomst hopen we die lijn door te trekken naar de collega’s van het tweede leerjaar.”

Preteaching

“Voor sommige van mijn leerlingen blijkt de uitdaging groot. Merk ik dat? Dan vraag ik de zorgjuf om aan preteaching te doen. Ze verkent de letter die ik in de les zal aanbrengen. Een stapje voor, zodat de les voor hen geen lettersoep wordt.”

“Of we laten leerlingen elkaar helpen. Neem nu het meisje van wie ik na 4 letters al merkte dat ze vastliep. Zij blijft elke middag een kwartier binnen. Samen met een leerling uit het derde leerjaar leest ze. Het andere meisje luistert en verbetert. Opgelucht om te zien dat ze in de klas weer mee is. Want een vlotte leesstart heeft een positieve impact op de rest van je schooltijd.”

Laura De Kimpe

Voeg dit artikel toe aan je bewaarde artikels

Log in om te bewaren


Laat een reactie achter