Gepubliceerd op
Gesprekstips

Hoe pak je faalangst aan?

Log in om te bewaren.

Examens of toetsen, in elke klas zijn er leerlingen die dan lijden onder faalangst of minder presteren dan ze kunnen. Een coachend gesprek kan helpen. Vergeet ook de ouders niet. Zij zijn soms medeoorzaak van faalangst.

Zo praat je met de leerling

  1. Praat met de leerling over zijn angst. Neem het gevoel ernstig. Wuif het niet weg (‘Doe niet zo flauw’, ‘Voor de andere leerlingen in de klas is er blijkbaar geen probleem’…).
  2. Maak de leerling duidelijk wat faalangst is, hoe dat werkt. Dat het probleem vaak niet de opdracht is, maar de negatieve gedachten en gevoelens bij die opdracht.
  3. Werk samen aan de ‘niet-helpende’ gedachten. Dat zijn die gedachten die faalangst oproepen: ‘Ik kan dat niet’, ‘Ze gaan met mij lachen’, ‘Papa wordt boos als ik niet scoor’, ‘De leraar zal mij niet meer sympathiek vinden’, ‘Ik ben een loser als ik dit niet kan’. Het is de kunst ze te vervangen door ‘helpende gedachten’: ‘Ik kan het wel’, ‘Als het nu niet lukt heb ik nog een kans’, ‘Mijn ouders zien me niet minder graag’, ‘Ik ga niet af voor de klas’, ‘Je kan niet overal goed in zijn’, ‘Ik hoef niet perfect te zijn, niemand is dat, ook de leraar maakt fouten’.
  4. Ga met de leerling op zoek naar de verklaringen van zijn successen en mislukkingen. Benadruk zijn aandeel in het succes. Een taak lukt omdat je ervoor gewerkt hebt, een taak mislukt omdat je een slechte dag hebt, het niet goed geleerd hebt, je ziek was. Laat hem voelen dat je die gedachten kan sturen.
  5. Angst veroorzaakt lichamelijke problemen. Zoek samen hoe een leerling zich kan ontspannen.
  6. Bekijk je eigen klaspraktijk. In hoeverre bevordert die faalangst? En wat met de collega’s, de school?
  7. Bekijk het aandeel van de ouders.

Zo praat je met de ouders

  1. Vraag hen de angst van hun kind te erkennen, niet weg te wuiven. Dus niet: ‘Doe niet zo flauw’, ‘Wees eens flink’, ‘De rest van de klas kan het wel’ …
  2. Raad ze aan om niet in te gaan op vermijdingsgedrag zoals ‘Ik wil niet naar school’. Door toe te geven, geven ze hun kind niet de kans te leren omgaan met stress en mislukking.
  3. Vaak herkennen ouders de faalangst ook bij zichzelf. Dat bespreken met hun kind is oké, het besmetten niet.
  4. Kan je hen wijzen op normen en waarden waarmee zij zijn opgegroeid en die faalangst veroorzaken? Denk aan ‘Je kunt alles bereiken als je maar wil’ of ‘Gewoon hard leren dan lukt het wel.’
  5. Een onzekere thuissituatie kan voor faalangst zorgen: ruzies, echtscheiding, overlijden of de angst ervoor, verhuizing, maar ook een vriendschap die plots ophoudt.
  6. Misschien krijgt het kind al te veel verantwoordelijkheid en moet het bijvoorbeeld zorgen voor anderen in het gezin.
  7. De grootste oorzaak van faalangst zijn vaak de te hoge verwachtingen van de ouders. Het kind zegt dan: ‘Ik wil mijn ouders niet teleurstellen’.
  8. Misschien moet het kind overal presteren, ook in zijn vrije tijd: in de sportclub, de academie … Kunnen ouders zorgen voor genoeg evenwicht tussen inspanning en ontspanning? Misschien kan het kind een hobby zoeken waar het niet noodzakelijk moet presteren en waarbij het zich goed voelt (of misschien net geen hobby).
  9. Benadruk dat ze niet enkel naar de cijfers op het rapport kijken, ook naar de inspanningen, de vorderingen van hun kind.

 

Extra hulp

Er zijn veel gradaties in faalangst. Kinderen die lange tijd last hebben van angst en er moeilijk uit geraken, hebben misschien deskundige hulp nodig. Verwijs door naar het CLB. Jij bent geen therapeut. Weet dat je geen beroepsgeheim hebt. Zaken die aan de orde komen tijdens een faalangstgesprek ben je verplicht te melden aan de directeur.

Abonneer je nú op Klasse Magazine*

  • 4 dikke magazines voor maar € 10
  • Extra in september: een zot zalig fietszadelhoesje
  • En ontdek in ons dossier verschillende manieren om je klas in de hand te houden
Ik word abonnee

*Betaal vóór 1 september
en start je schooljaar sterk!