Gepubliceerd op
Specialist

Wat schrijf jij op het rapport?

“Thijs kan zijn tafels van vijf niet goed genoeg. Dat kan beter!” Schrijf je ook zulke boodschappen op het rapport? “Niet doen”, zegt Sander Van Acker, opleidingshoofd Bachelor Secundair Onderwijs aan Odisee Hogeschool Sint-Niklaas. “Vertel op het rapport liever wat het kind doet en hoe het zich voelt op school.” 6 tips om de rapportvalkuil te vermijden.
 
Sander Van Acker

  1. Communiceer via het rapport met de ouders, niet met de leerling

  2. Sander Van Acker: “Met een rapport ‘rapporteer’ je als leraar aan de ouders. Als je schrijft: ‘Dat moet volgende keer beter’, dan geef je feedback aan de leerling, niet aan de ouders. Dat moet niet op het rapport. Pak dat aan in de klas, met de leerling. Ouders moeten toch geen leraar spelen?”

    “Denk dus goed na over wat het doel is van je communicatie. En probeer je voor te stellen hoe de ouders van de leerling zullen reageren als ze het rapport zien. De boodschap op het rapport bepaalt namelijk – samen met de cijfers – waarover ouders met hun kinderen praten.”
     

  3. Besef dat één slecht cijfer meer opvalt dan veel goeie cijfers

  4. Sander Van Acker: “Het rapport van het kind mag nog vol fantastische blauwe cijfers staan, als er twee rode op staan, pikken de ouders die slechte cijfers uit. Ze zijn misschien niet kwaad op hun kind, maar maken zich wel zorgen. Want ze willen dat hun kinderen gelukkig worden. Ouders redeneren dat dat beter lukt als ze goed studeren en een mooi diploma halen.”

    “Als ouders slechte punten zien staan, vrezen ze dat het geluk van hun kinderen in gevaar komt. Daarmee leg je als leraar druk op de ouders. Want je hoopt dat de ouders ook druk zullen zetten opdat het kind meer en harder studeert. Maar ouders voelen zich vaak machteloos om goed te reageren op een slecht rapport.”
     

  5. Geef aan waarom de punten slecht zijn

  6. Sander Van Acker: “Als een kind echt slechte cijfers heeft, en je vreest dat de bom thuis kan ontploffen, moet je die cijfers wel duiden. Was het een moeilijk stuk leerstof? Schrijf dan dat de hele klas er problemen mee had. Zo spits je het probleem niet toe op de leerling.”

    “Dat geeft de ouders de aanzet om te vragen aan hun kind wat er precies moeilijk aan was. En leggen ze de schuld niet bij hun kind. Zo stimuleer je ouders en hun kinderen om iets met het rapport te doen en het probleem aan te pakken.”

     

  7. Beklemtoon in het rapport wat de leerling graag doet

  8. Sander Van Acker: “Vertel in het rapport in grote lijnen waarmee de leerlingen bezig zijn. Focus daarbij op wat een leerling graag doet en waar hij goed in is. Dan geef je ouders meteen een gespreksonderwerp met een positieve ondertoon.”

    “Als ouders op een positieve manier met hun kinderen praten over de school, worden ze meer betrokken. Als er echt problemen zijn, nodig de ouders dan liever een paar keer meer uit op school, dan een droge commentaar op het rapport te schrijven. Met een gesprek kan je nuanceren en samen naar een oplossing zoeken.”
     

  9. Focus niet op voortdurend beter worden

  10. Sander Van Acker: “Voeg geen gemiddelden of medianen toe aan het rapport. Vergelijk kinderen niet met andere kinderen, maar evenmin met zichzelf. Het is onmogelijk om steeds beter en beter te worden.”

    “Het is goed om te beseffen dat je ergens minder goed in bent. Het is belangrijk dat een leerling zijn talenten leert kennen. Maar die talenten kunnen gerust veranderen doorheen het jaar of de schoolloopbaan. Vermijd leerlingen vast te pinnen op het al of niet hebben van een talent.”
     

  11. Vermijd nietszeggende feedback

  12. Sander Van Acker: “Leraren vallen voor feedback vaak terug op ‘Je bent goed bezig’ of ‘Je moet harder werken’. Wat heb je eraan als ouder? Zulke standaardzinnen verzwakken de persoonlijke toets van feedback op het rapport.”

    “Als je een persoonlijke toets aan je feedback wil geven, moet je elk individueel kind érg goed kennen. Je kan niet elke leerling elke keer extra uitleg of feedback geven. Doe dat enkel als je weet dat je daarmee een positief gesprek op gang brengt tussen ouders en kind thuis. Opmerkingen als ‘Die gedraagt zich slecht in de klas’, horen thuis op een persoonlijk oudercontact.”

Het beste van Klasse in je mailbox?

  • Al 56.000 leraren zijn abonnee
  • 1 keer per week en helemaal gratis
  • Verhalen van collega’s, concrete praktijktips, exclusieve wedstrijden ...