Vlaanderen
Klasse.be

Schooltips

Waarom lezen ook om cijfertjes draait: leg je leesbeleid op de rooster

  • 28 september 2022
  • 5 minuten lezen

Een goedgevulde schoolbib, gezellige leeshoeken en kwartierlezen: uitdagingen die leraren vol enthousiasme aangaan. Maar wat is het effect van al die inspanningen? Leescoach Hilde van GBS De Boot in Opwijk: “Bij lezen denk je niet meteen aan meten, maar monitoring is de sluitsteen van elk sterk leesplan.”

Leescoach Hilde met leerlingen
Leescoach Hilde Dierickx: “Ons team vertrekt vanuit een gedeelde visie op lezen. We hebben allemaal ons eilandje verlaten.”

Tip 1: Data vind je overal

Hilde Dierickx: “We hanteren het vertrouwde recept: 2 keer per jaar legt elke leerling een AVI-test af. Elke leerling van de klas dezelfde test? Doen we niet. Iedereen krijgt een test op basis van zijn vorige resultaat. Zo krijg je een duidelijke blik op individuele progressie. De klasleraar verbetert de testen zelf. Dat doen we bewust, zodat het hele team mee is en je als leraar meteen een klare kijk op jouw kinderen hebt.”
 
“In het eerste en tweede leerjaar werken we niet met de traditionele test maar met de AVI-leeskaarten, waarbij kinderen luidop lezen. Dat past beter bij die jonge doelgroep. Natuurlijk zijn resultaten niet altijd betrouwbaar, door een voorafgaand conflict op de speelplaats of plotse stress scoren leerlingen soms ondermaats. Dan nemen we een nieuwe test af.” 

“Daarnaast beoordelen we 4 keer per jaar technisch lezen, telkens met een andere focus: leestempo, leesbegrip, juistheid en expressie. Leerlingen lezen alleen, in duo of in groepjes een tekst. Vaak materiaal dat in de les al aan bod kwam. De leraar beschrijft ‑ met woordelijke feedback, geen cijfers – welke vooruitgang de kinderen maakten tegenover de vorige momentopname.”

“Voor leesbegrip kijken we verder dan de testjes uit de methode. De leesstrategieën uit de taalles brengen we ook binnen bij wero. Zo krijgen leerlingen meer oefenkansen om bewust aan begrijpend lezen te werken. Tijdens observatiemomenten laten we leerlingen hun leesstrategie verwoorden. Zo kunnen we differentiëren: Voor sommige lezers modelleren we leesstrategieën, anderen krijgen extra uitdagende opdrachten.”
   
“Ook je leerlingen en ouders hebben waardevolle info die je aanpak kan bepalen. Daarom organiseren we een omgekeerd oudercontact: ouders vertellen hoe hun kind het thuis doet. Intussen polsen we naar hun leesgedrag thuis, achterhalen we of ze ook in die omgeving met boeken in contact komen. En we bevragen de kinderen. Wat lees je? Hoe vaak? Waar? Lees je graag? Wat niet?” 

Kinderen lezen boeken bij een boekenkast
Leescoach Hilde Dierickx: “Wie vol vuur over zijn favoriete boek vertelt, trekt anderen over de streep om zich aan iets nieuws te wagen.”

Tip 2: Leg alles samen

Hilde Dierickx:  “Onze collega’s zetten altijd al in op lezen. Maar de resultaten bleven uit. Het verschil met vandaag: iedereen heeft zijn eilandje verlaten. We vertrekken vanuit een gedeelde visie op lezen, die in elke klas ophangt. En die ik ook op maat van de kinderen in elke klas toelicht. Die kentering kwam er niet zomaar. We stapten met het hele team in een begeleidingstraject van 2 jaar. Zonder die hulp stonden we niet waar we nu staan.”

“Onze gedeelde aanpak helpt ons om testresultaten met een brede blik te bekijken. Ligt het leestempo wel in lijn met de AVI-score? Hoe sterk is de link tussen de leesmotivatie en het leesbegrip van een kind? Als je je leesbeleid bewust monitort, ga je doelgerichter aan de slag met de resultaten. En stagneert het leesniveau van een kind, dan schiet je als team sneller in actie.”

“Begrijpend lezen start al in de kleuterklas. Daar zetten we bewuster in op voorbereidend lezen en luisteren: klankbewustzijn, pictogrammen herkennen, verbanden verwoorden, een verhaallijn of een instructie begrijpen. Met interactieve werkvormen gaat de leraar voor elk kind na in welke mate de doelen bereikt zijn. Zinvol, want leesproblemen kan je al in de kleuterklas voorkomen.

“Ik spring bij tijdens de sessies technisch lezen in de lagere school, zodat we kunnen differentiëren. Tijdens kwartierlezen maak ik dit schooljaar tijd voor individuele gesprekjes. Een kind dat zijn ogen over de letters laat dwalen zonder te lezen of een boek koos dat tegenvalt, stuur je zo sneller bij. En intussen kan de leraar zelf blijven meelezen: zo belangrijk, die voorbeeldfunctie.”

“Niet iedereen voelt zich thuis op een drukke speelplaats. Dan is het heerlijk schuilen in een boek. Kleuters kunnen in de kleuterbib luisteren naar een verhaal. Oudere kinderen kunnen tijdens de middagpauze lezen in de bib of onze leestentjes. Wie 1 of 2 leesniveaus lager scoren dan verwacht, verplichten we, na overleg met de ouders. In een fijne omgeving, omringd door fervente lezertjes die hen besmetten met de leesmicrobe. Want met hoeveel liefde je als leraar ook over boeken vertelt: niets kan op tegen het enthousiasme van andere kinderen.”  

Leescoach Hilde Dierickx: “Speelplaats te druk? Dan is het heerlijk schuilen in een boek.”

Tip 3: Cijfers zeggen niet alles

Hilde Dierickx:  “De AVI-toetsen blijven slechts een instrument. Erg handig, maar waardeloos zonder jouw inschatting. En soms beklemmend, omdat je kinderen beperkt in hun keuzes. Breng je kinderen samen rond boeken, dan breek je hun wereld open. Daarom koppelen we lezen vaak aan een tastbaar resultaat. Een toonmoment, of een verteltas die ze uitdelen aan jongere leerlingen.” 

“Leerlingen die elkaar vol vuur over hun favoriete boek vertellen, trekken anderen over de streep om zich ook aan iets nieuws te wagen. Ook als dat op papier niet bij hun leesniveau past. Ik laat AVI geregeld los als we naar de schoolbib trekken. De interesse in een onderwerp, het begripsniveau van een leerling: ook die doen ertoe. Als een kind een boek écht graag wil lezen, zijn die AVI‑niveaus vaak niet van tel.”

Seppe Goossens

Voeg dit artikel toe aan je bewaarde artikels

Log in om te bewaren


Laat een reactie achter