Zo doen zij het Dit artikel behoort tot de reeks Schooluitval Gepubliceerd op

“Trajecten op maat houden leerlingen gemotiveerd”

1 reactie

Log in om te bewaren.

Delen

“In Spanje ging ik niet graag naar school”, vertelt Nisrin (17). “Hier kom ik zelfs als ik ziek ben!” In het GO! Atheneum MXM in Merksem volgt ze, net als de helft van de leerlingen, een leertraject op maat. Met succes: in 5 jaar tijd wist de school het aantal C-attesten terug te dringen van 24 naar 3 procent.

“Ik probeer dit jaar mijn diploma te halen. En dan ga ik gynaecologie studeren. Een lange weg, maar als je iets graag wil, moet je ervoor gaan.” Nisrins ogen sprankelen. Het is moeilijk te geloven dat de mondige tiener ooit een grijze muis was.

“Toen ik startte in 2 aso, was ik echt verlegen. Op de school waar ik OKAN heb gevolgd, lachten ze met mijn Nederlands. Ik was bang dat dat hier ook zou gebeuren. Maar het viel mee. En door het taaltraject op maat ging niet alleen mijn Nederlands razendsnel vooruit, maar ook mijn punten. Op het eerste rapport stonden 9 onvoldoendes. Op het einde van het schooljaar maar 2. Dat stimuleerde me om door te zetten op school.”
 

Proeven van studeren

Coca Cola only sold 25 bottles the first year. Never give up! Het is een van de power quotes in het bureau van directeur Eddy Marchand. Ook hij is klein begonnen. Een groeiende instroom van SES-leerlingen en een schrikbarend percentage C-attesten – 1 op de 2 leerlingen in 1A bleef zitten – dwongen de school 5 jaar geleden tot een andere aanpak.

In samenwerking met Stad Antwerpen ontstond de STAM-klas (Samen Tot Aan de Meet), die leerlingen helpt bij de overgang naar het secundair. “13 eerstejaars kregen 4 tot 8 uur per week extra ondersteuning. Vakinhoudelijk, maar ook praktische zaken als het indelen van hun boekentas. Die klein mannekes zijn dat niet gewoon. Van die 13 leerlingen slaagden er 11 voor het eerste jaar. Met voorwaarden.”

“In feite kleurden we buiten de lijntjes. Een A is een A. Je mag een leerling niet verplichten om het volgende jaar een inhaalklas te volgen. Maar zo vermeden we wel de waterval. 9 leerlingen die een vogel voor de kat leken, zitten nu in de derde graad aso of tso. Succeservaringen. Die mannen hebben het studeren geproefd en zijn positief bekrachtigd.”
 

Trajecten voor 200 leerlingen

Vandaag volgt de helft van de leerlingen een afwijkend traject. Die ommekeer kwam er niet zomaar. Marchand, een zij-instromer uit het bedrijfsleven, werkte systematisch aan een mentaliteitsverandering bij het team; eerst als beleidsmedewerker, later als directeur. “Het onderwijs denkt te veel vanuit leerplannen. Vraag liever: wat heeft een leerling nodig? Hoe kunnen we het systeem aanpassen, zodat hij wél mee kan en gemotiveerd blijft tot aan de meet?”

Het resultaat: aangepaste trajecten voor ongeveer 200 leerlingen. En 10 procent van de leerlingen wordt intensief begeleid. Ze volgen een traject op maat en voeren regelmatig een-op-eengesprekken met hun trajectbegeleider. Maar ook leerlingen die nood hebben aan extra uitdaging, krijgen ondersteuning.

“Zorgleerling klinkt pamperend”, stelt Marchand. “Ik spreek liever van ontwikkelingsprofielen. In 2 richtingen: ondersteuning of uitbreiding. Remediëring en taal, bv. de inhaalklas Engels voor derdejaars die moeite hebben met die taal, zijn slechts een deel van het verhaal. Een ander groot deel van onze trajecten is gericht op meerbegaafden zoals sterke leerlingen klaarstomen voor het toelatingsexamen Geneeskunde.”

Nisrin en Yolanda

Nisrin (17): “Door het taaltraject op maat ging niet alleen mijn Nederlands razendsnel vooruit, maar ook mijn punten”

Taaltraject op maat

Leraar economie in de eerste graad Yolanda coördineert de taaltrajecten. “We laten anderstalige nieuwkomers bij voorkeur instromen in de onpare jaren. Dan is er niet 1, maar 2 jaar tijd om de taalachterstand weg te werken.”

“In de eerste maand krijgen de ex-OKAN’ers geen enkele ondersteuning. Ik wil eerst zien wat ze wél kunnen. Zo stuit ik op zaken waaraan ik zelf niet had gedacht. Een Syrisch meisje dat in haar thuisland 14 uur wiskunde per week kreeg, buisde op haar examen omdat ze nog nooit een grafische rekenmachine had gebruikt. 2 uur uitleg, nu volgt ze dat vak mee in een hoger jaar.”

Wanneer Yolanda, voormalig trajectbegeleider bij de VDAB, over Nisrin spreekt, verschijnen er lachrimpels. “Ik zie nog voor me hoe ze hier aankwam. ‘Mevrouw, zodra ik kan, ga ik terug naar Spanje!’ En moet je haar nu zien: ze popelt om te starten met haar studies.”

Trajectbegeleiding is een belangrijke voorwaarde voor het succes van nieuwkomers als Nisrin. Ze zitten in een situatie waar ze niet om hebben gevraagd. Om ze tot leren te krijgen, moet je ze in de eerste plaats sociaal-emotioneel ondersteunen. Nisrin introduceerde ik bij een andere Spaanse nieuwkomer. Inmiddels zijn ze onafscheidelijk.”