Duiding Dit artikel behoort tot de reeks Voor het eerst naar school Gepubliceerd op

Wat houdt ouders tegen om hun kleuter naar school te sturen?

1 reactie

Log in om te bewaren.

Delen

Als ouders hun peuter of kleuter niet naar school sturen, is dat niet omdat ze school niet belangrijk vinden. Wel omdat ze een aantal drempels ervaren. “‘Zorg je wel goed voor mijn kind?’ is de belangrijkste bekommernis die bij ouders leeft”, zegt professor Michel Vandenbroeck van de Universiteit Gent.

 

Waarom schrijven ouders hun kind wel in, maar brengen ze het niet naar school?

“Probeer je eens in de plaats van zo’n ouder te stellen: je geeft je kind af en dat weent. Elke ochtend opnieuw. Misschien is dat 5 minuten later gedaan, maar dat weet je niet. Dan wil je niet via het schriftje communiceren, dan wil je de juf kunnen zien als je binnenkomt.

Mama Olga zet peuter Amelka af aan de schoolpoort

Michel Vandenbroeck: “Scholen zijn zich er te weinig van bewust dat kinderen het meeste stress ervaren op de speelplaats of in de refter. Wie heeft verzonnen dat je je kind aan de schoolpoort moet afzetten?”

Voor veel ouders is niet de klas het struikelblok, maar de refter of de speelplaats. Daar zijn scholen zich te weinig bewust. Daar ervaren kinderen vaak het meeste stress. Peuters plakken tegen de muur en wachten tot de speeltijd voorbij is. Of kinderen vallen in slaap boven hun boterhammendoosje. Dat zien de juffen niet. Als een ouder vraagt hoe het komt dat zijn kind niet eet, kan de juf niet antwoorden.

Ouders hebben veel eenvoudige vragen die opgelost zouden kunnen worden door te praten met elkaar. Wie heeft verzonnen dat je je kind aan de schoolpoort moet afzetten of dat ouders niet in de klas mogen komen? Wie trok een streep: tot hier en niet verder? Als je het als school voor ouders moeilijk wil maken, moet je dat zo doen.”
 

De school speelt dus ook een rol?

“Ja. Ouders zijn sowieso bekommerd om hun kind. Maar ze vinden van zichzelf dat ze geen vragen over zorg, eten en slapen mogen stellen. Ze vrezen dat de juf hen een bemoeial zal vinden, of dom. De school moet zeggen: ‘Kom maar binnen. Ben je ongerust over waar je kind kan slapen? Wil je graag zien waar je kind kan eten? Ik zal het je tonen. En als je tijd hebt, kom dan eens kijken.’ Scholen moeten ouders de kans geven om te zeggen wat er op hun lever ligt.


Een school moet met de ouders spreken in plaats van hen met de vinger te wijzen

Michel Vandenbroeck - professor UGent

Er moet wat ‘wederzijdsheid’ zijn. Als die er niet is, zullen peuters niet naar school komen. Het heeft geen zin om bij de ouders in te zetten op kleuterparticipatie als de school geen stappen onderneemt. Een school moet met de ouders spreken in plaats van hen met de vinger te wijzen. Want het alternatief is dat zij hun kind thuishouden.”
 

Waarom is regelmatig naar school gaan zo belangrijk?

“Kinderen die vaak afwezig zijn, komen gemakkelijker in een vicieuze cirkel terecht. Hoe minder ze komen, hoe minder ze gezien worden. Hun betrokkenheid wordt alsmaar kleiner. Als je als school ziet dat kinderen afhaken, vraag dan waarom: ‘Ik zie je minder, hoe komt het? Kom eens binnen’.

Die regelmaat is nodig om de structuur van de school te leren begrijpen. Scholen gebruiken daar allerlei technieken voor: liedjes die altijd terugkomen, de klaspop, plaatjes. Je moet er voldoende voor naar school gaan om dat als kind onder de knie te krijgen. Voor hun verdere schoolcarrière is dat heel belangrijk. En voor het welbevinden van het kind: eens je die structuur begint door te krijgen, kan je ook het einde van de dag zien komen. Je leven wordt wat voorspelbaar.

Juf Ellen leest voor uit een prentenboek. De kleuters luisteren en wijzen de prenten aan.

Michel Vandenbroeck: “Regelmaat is nodig om de typische structuur van een school te leren begrijpen. De voorspelbaarheid van zo’n structuur kan het kind een veilig en fijn gevoel geven.”

Vaak is die structuur wat moeilijker voor kinderen uit kwetsbare gezinnen. Hun kinderen gaan veel minder naar de kinderopvang dan kinderen uit kansrijke gezinnen. Meer dan 50 procent van de kinderen gaat naar de kinderopvang. Ze zijn het gewoon om in een groep en binnen een bepaalde structuur te functioneren en afscheid te nemen. Onbewust gaan kleuterjuffen erg uit van die kinderen. Dat maakt het moeilijk voor kinderen die dat nog nooit gedaan hebben.”
 

Dus moeten instapklasjes daar extra op inzetten?

“Ik ben geen voorstander van instapklasjes. Als je 2,5-jarigen samenzet met 4-, gaat dat voor de meeste kinderen veel beter. De oudsten nemen de kleintjes mee op sleeptouw. Maar met 15 van die instappertjes in de onthaalklas vraag je van die kleuterjuf iets bovenmenselijks. In een gemengde klas loopt alles veel vlotter.

 

Schoolse achterstand?

Kleuters die niet naar school gaan of te weinig aanwezig zijn lopen een grotere kans op school- en taalachterstand.

Vooral kleuters uit grootsteden en uit kwetsbare gezinnen zijn niet ingeschreven of voldoende aanwezig. Kinderen van buiten België of de Europese Unie hebben 4 keer meer kans om niet ingeschreven te zijn.

Uit het internationaal PISA-onderzoek blijkt dat wie als jong kind meer dan 1 jaar naar de kleuterschool ging op 15-jarige leeftijd duidelijk beter scoort dan wie slechts 1 jaar of niet naar de kleuterschool ging.