Specialist

Kleuters in armoede: hoe maakt de school een verschil?

2 reacties

Log in om te bewaren.

Delen

“Als ik met mensen praat die uit de armoede zijn geraakt, hoor ik ze vaak vertellen over ‘het geluk dat iemand iets in mij of mijn gezin zag’. We moeten dat soort van geluk organiseren en niet zomaar aan het toeval overlaten.” Dat zegt Patrick Meurs, prof. klinische psychologie (KU Leuven). Jarenlang volgde hij de ontwikkeling van jonge kinderen in armoede. Wat kan de school dan doen?

 


 

  1. Effect van armoede op ontwikkeling

  2. Wat doet armoede met de ontwikkeling van jonge kinderen?

    Patrick Meurs: “Bij heel jonge kinderen die in armoede opgroeien, merk je vaak al op de leeftijd van 6 maanden een significante lagere ontwikkelingsscore: op cognitief gebied, qua motoriek, communicatie en op sociaal-emotioneel vlak. Op het moment dat ze naar de kleuterschool gaan, behalen ze gemiddeld een ontwikkelingsscore die kinderen uit de middenklasse al 6 maanden vroeger bereiken.”

    “Als ze naar het eerste leerjaar gaan, is die achterstand gemiddeld 9 maanden, dat is bijna 1 schooljaar. De kinderen uit de armoedegroep en de middenklasse waren zo geselecteerd dat ze qua aanleg gelijke intelligentie vertoonden. We stellen dus een vertraagde ontwikkeling vast.”

    Hoe merken kleuteronderwijzers of leraren dat in het eerste leerjaar?

    Patrick Meurs: “Heel concreet merk je dat aan ontwikkelingen die later dan bij andere kinderen tot stand komen: het verkennen van bepaalde leerzame speelgoedjes, het kribbelen dat langzamer overgaat in het tekenen van vormen, kinderen die minder woorden gebruiken, de gevoelswoordenschat neemt minder vlug toe, ze kunnen zich minder lang concentreren op een taakje, je ziet minder variatie in spelthematieken tijdens een vrije spelobservatie, etc.”


    Ouders in armoede worden meesters in het overleven, maar minder in het uit-leven

    Patrick Meurs - Professor klinische psychologie (KU Leuven)

    Vanwaar die achterstand?

    Patrick Meurs: “Armoede maakt het leerproces op school moeilijker. Er zijn de materiële beperkingen zoals minder geld, een vochtig of slecht geïsoleerd huis of bijvoorbeeld ook doktersbezoek dat wordt uitgesteld. Maar ook minder speelgoed in huis bijvoorbeeld. Het speelgoed dat er dan wel is, speelt vaak minder in op de leeftijdsspecifieke nieuwsgierigheid van een kleuter.”

    “Bovendien gaat armoede, zowel bij ouders als kinderen, gepaard met veel onzekerheid en stress. Veel energie gaat naar overleven in moeilijke omstandigheden, waardoor de extra groei die kinderen anders wel kennen, onvoldoende kan gebeuren.”

    Die stress werkt ook op kinderen in?

    Patrick Meurs: “Zeker wel. Als een kind ‘veilig gehecht’ is aan zijn ouders zal het op die momenten van stress in vertrouwen op hen kunnen terugvallen. Zij vormen een veilige basis van waaruit het kind de wereld kan ontdekken en zich kan ontwikkelen. Doordat in armoede meer onvoorspelbare gebeurtenissen en stressfactoren aanwezig zijn, komt die band tussen ouders en kind vaker onder druk.

    Om een beeld te gebruiken: ouders in armoede worden meester in het overleven, maar minder in het uit-leven en uit-groeien. Dat uitleven en uitgroeien gaat gepaard met speels in het leven staan. Het is net dat wat mensen in armoede zich minder kunnen permitteren.”

    Kinderen met een migratieachtergrond krijgen het dan nog extra moeilijk?

    Patrick Meurs: “Dat klopt. Een migratieachtergrond werkt vooral negatief op de ontwikkeling van cognitie en taal. Als kinderen met allochtone oorsprong bovendien kansarm zijn, is ook hun fijne motoriek, hun zelfredzaamheid en hun sociaal-emotionele ontwikkeling in gevaar. Je moet dan beide kwetsbaarheden optellen.”
     


     

  3. Succes van voorschoolse projecten

  4. Hoe pak je die achterstand aan?

    Patrick Meurs: “Vaak wachten we om de problemen van kinderen in kaart te brengen tot ze zich uitdrukkelijk manifesteren tijdens de lagere school of bij de overgang naar het secundair. Dat moet veel vroeger gebeuren. Kinderen uit armoedegezinnen kunnen immers hun kwetsbaarheid nog behoorlijk lang verborgen houden.”

    “Je pakt die ontwikkelingsvertraging dus het best aan nog voor ze naar school gaan: in de eerste 3 levensjaren. In 2000 startten we met het project ‘Eerste Stappen’ waarbij we gezinnen met jonge kinderen in armoede wekelijks begeleiden: samenkomen over opvoeding, ouderschap, kinderontwikkeling, familiale cohesie en maatschappelijke participatie. Bedoeling is om kinderen sterker te maken in hun overstap naar de kleuterschool. Ouders kunnen er terecht met al hun vragen, en ervaringen uitwisselen met andere ouders. Zo worden ze gestimuleerd om na te denken over de toekomst van hun kind en zichzelf.”

    Patrick Meurs

    “1 euro die je vroeg investeert in kwetsbare gezinnen levert op lange termijn een maatschappelijke winst op van 7 tot 17 euro”

     

    Jullie zijn die gezinnen blijven volgen. Wat is het effect van die begeleiding?

    Patrick Meurs: “Die begeleiding heeft positieve effecten op de hele schoolcarrière van kinderen en de band die ouders aangaan met de school. Kinderen krijgen minder vaak te horen dat ze de derde kleuterklas het best overdoen, krijgen in de lagere school minder negatieve adviezen over hun verdere leertraject, zijn in de beginnende secundaire school vaker op de juiste leeftijd aan de tweede graad begonnen etc.“

    “Hun ouders zeggen dat de steun die ze gekregen hebben tijdens hun prille ouderschap ervoor gezorgd heeft dat ze minder het gevoel hebben dat ze buiten de samenleving of de school staan. Ook een belangrijk aantal gezinnen is op langere termijn ontsnapt uit die armoede. Het is een vroege investering waarvan de vruchten lang meegaan: minder verlies aan menselijk kapitaal bij vaardige kinderen die in armoede opgroeien, betere ontplooiingskansen voor kinderen en participatiekansen bij hun ouders.”

    “Die intense begeleiding kost geld op korte termijn. Econoom en veelvuldig laureaat van belangrijke internationale prijzen James Heckman berekende dat 1 euro die je vroeg investeert in kwetsbare gezinnen op middellange en lange termijn gemiddeld een maatschappelijke winst oplevert van 7 tot 17 euro.”

    De meeste ouders in armoede krijgen die kans niet

    Patrick Meurs: “Klopt. En onderzoek toont dat bepaalde pedagogische basisvaardigheden bij ouders in armoede niet vanzelfsprekend zijn, waardoor de inspanningen die kleuterleiders zich getroosten niet optimaal renderen. Naast die vroege preventie moet je dus ook kleuteronderwijzers goed ondersteunen om het specifieke ontwikkelingsproces van deze kinderen te begrijpen en te versterken. Zij zijn immers super geplaatst voor de vroege detectie van kansarme en/of allochtone risicokinderen. Zij kunnen met grote accuraatheid al in de derde kleuterklas de terreinen aanduiden waarop deze kinderen in de problemen komen.”

    “We moeten daarbij opletten dat leraren niet zelf overbevraagd worden en dat ze kunnen terugvallen op anderen om kinderen in armoede te begeleiden. Onze ervaring is dat leraren heel graag extra’s willen doen als ze voelen dat ze er niet alleen voor staan.”
     


     

  5. Wat kan de school doen?

  6. Wat kan de specifieke rol van de school zijn?

    Patrick Meurs: “Voor kinderen en ouders in armoede lijkt de school veraf. In de overlevingsmodus waarin zij vaak zitten is dat hun prioriteit niet. Sommige ouders voelen zich hulpeloos en onmachtig wanneer ze voor het eerst merken dat het ook voor hun kinderen, net als indertijd voor henzelf, op school niet lukt. Terwijl het precies die school is die mee het verschil kan maken. Die kloof merk je vooral als het plots ‘lastig’ wordt: de momenten waarop ouders de school misverstaan, de communicatie van de school onbeantwoord blijft, kinderen vaak afwezig zijn of ouders bij problemen meteen aan veranderen van school denken.”

    “Op dat moment heb je iemand nodig die de dans tussen school en ouder begeleidt, een bruggenbouwer, die samenbrengt: een zorgcoördinator of interne leerlingenbegeleider, een brugfiguur, schoolpoortwerker, een betekenisvolle derde. Als ik met mensen praat die uit de armoede zijn geraakt, hoor ik ze vaak vertellen over ‘het geluk dat iemand iets in mij/mijn gezin zag, het de moeite vond om aandacht aan ons te geven’. Eigenlijk moeten we dat soort van geluk organiseren en niet zomaar aan het toeval overlaten.”


    De school kan zelfs een rustpunt worden in de voortdurende strijd om thuis te overleven

    Patrick Meurs - Professor klinische psychologie (KU Leuven)

    Kunnen scholen mee dat geluk organiseren?

    Patrick Meurs: “Met kansarme ouders moet je vooral op het relationele-emotionele werken: aan vertrouwen, het zich goed voelen bij elkaar. Maar vooral moet je ook nieuwsgierigheid en speelsheid prikkelen. Net die 2 laatste aspecten bevorderen het leren, maar staan in armoede zwaar onder druk.”

    “Je moet genoeg tegengewicht bieden voor het kleine zelfbeeld dat ouders vaak hebben: ‘Het zal voor mijn kind gaan zoals het bij mij is gegaan’. Of hun gevoel dat ze een slechte ouder zijn. Een koffiemoment op school bijvoorbeeld is er zeker niet alleen voor de koffie. Ouders voelen dat ze meetellen en gehoord worden. De school raakt ‘aanwezig’ bij de ouders en de ouder raakt aanwezig op school en die kan zelfs een rustpunt worden in de voortdurende strijd om thuis te overleven. School – en bij uitbreiding de maatschappij – kunnen dan meer een medestander worden, eerder dan een tegenspeler of een plaats waar men zich gedepriveerd voelt.”

    Kunnen we die vroege achterstand wegwerken?

    Patrick Meurs: “Je merkt dat de kleuterschool de tragere ontwikkeling bij kinderen in armoede afremt. Zeker als kinderen regelmatig in de klas aanwezig zijn, wordt de kloof met de andere kinderen niet of nauwelijks groter. Dat geldt ook voor de eerste jaren van de lagere school. Toch zien we, als die kinderen naar het vijfde leerjaar gaan en de leerprocessen complexer worden en sneller gaan, dat die vertraagde ontwikkeling vaak ook een niveauverschil in het leertraject tot stand brengt.”


    In de erg kwetsbare leeftijd van de adolescentie gaan kinderen nog scherper beseffen wat armoede betekent voor hun gezin

    Patrick Meurs - Professor klinische psychologie (KU Leuven)

    “Meer tijd gunnen is voor deze kinderen wellicht een noodzakelijke voorwaarde om op het schoolse spoor te blijven. Maar op termijn is er meer nodig opdat ze niet in een waterval riskeren terecht te komen of afhaken. We moeten naast een voorschoolse preventieve aanbod ook de leraren in de kleuterscholen en lagere scholen versterken: wat weten ze over armoede, hoe kijken ze ernaar , welke vooroordelen hebben ze, hoe kunnen ze kwaliteitsvol omgaan met kinderen en ouders … Dat geldt zeker ook voor het secundair. In de erg kwetsbare leeftijd van de adolescentie gaan zulke kinderen vaak nog scherper beseffen wat armoede betekent voor hun gezin.”

    Als het over armoedebestrijding gaat, zijn leraren wel eens defaitistisch: ‘Wat we ook doen, het haalt allemaal niets uit’.

    Patrick Meurs: “Dat gevoel is te begrijpen. Soms merken leraren dat een band die ze heel moeizaam met mensen in armoede hebben opgebouwd plots weer verbroken wordt. Zaak is om dan vol te houden en te blijven op zoek gaan naar de juiste bril en aanpak. Vaak heeft dat verbroken contact niks te maken met de inzet van de leraren of met slechte wil van ouders, maar meer met het onvoorspelbare en moeizamer leven in armoede.”

 

logo Kleine kinderen grote kansen

Deze tekst kwam tot stand binnen het project Kleine Kinderen Grote Kansen. Het project wil bijdragen om kinderarmoede en sociale ongelijkheid in Vlaanderen te doorbreken. Meer info op www.grotekansen.be