Vlaanderen
Klasse.be

Actueel

Nieuwe minimumdoelen in basisonderwijs: 10 vragen

  • 2 april 2026
  • 6 minuten lezen

Vanaf 1 september 2026 moeten basisscholen van de kleuterklas tot het derde jaar de nieuwe minimumdoelen voor Nederlands, wiskunde en wetenschappen en techniek aanbieden. Een antwoord op de meest prangende vragen.

Wat zijn de grootste verschillen tussen de nieuwe minimumdoelen en de vorige eindtermen?

De minimumdoelen leggen een aantal nieuwe klemtonen. Ten eerste ligt de nadruk op een diepgaande, gestructureerde en cumulatieve opbouw van kennis. Leerlingen krijgen geen set van oppervlakkige en geïsoleerde feitjes, maar krijgen coherente kennis die horizontaal (tussen vakdisciplines) en verticaal (over leerjaren) samenhangt. Zo bouwen ze kennisnetwerken op.

Ten tweede zijn de nieuwe minimumdoelen ingedeeld in 10 ‘vakdisciplines’: Nederlands, wiskunde, Frans, wetenschap en techniek, geschiedenis, aardrijkskunde, muzische vorming, lichamelijke opvoeding, ICT en attitudes. Voor het eerst zitten er ook leerondersteunende vaardigheden – denk aan plannen en structureren – bij. Die vind je onder de vakdiscipline ‘attitudes’.

Nog nieuw: zoek niet langer naar ontwikkelingsdoelen of leergebied-overschrijdende eindtermen. Er zijn alleen nog minimumdoelen die na te streven of te bereiken zijn. Bovendien zijn die minimumdoelen vastgelegd op 3 scharniermomenten in het basisonderwijs: de derde kleuterklas, het zesde jaar lager onderwijs én nu ook het vierde jaar lager onderwijs.

De nieuwe minimumdoelen implementeren vraagt veel werk. Moet het allemaal in 1 keer?

Terechte zorg: de nieuwe minimumdoelen realiseer je niet in een vingerknip. Daarom krijgen scholen tijd om ze in te voeren. De hervorming start in het kleuteronderwijs en de eerste jaren van het lager onderwijs. Vanaf schooljaar 2026-2027 moeten kleuterleraren en de leraren van het eerste tot en met het derde jaar aan de slag met de minimumdoelen voor Nederlands, wiskunde en wetenschappen en techniek. Vanaf 2027-2028 volgen de minimumdoelen van alle andere vakdisciplines.

De hogere jaren van het lager onderwijs volgen stapsgewijs en implementeren schooljaar per schooljaar de nieuwe minimumdoelen. Hoe dat traject eruitziet, zie je in onderstaand schema.

Krijg je in die periode bezoek van de onderwijsinspectie? Die hanteert een gedoogperiode. In het schooljaar 2026-2027 spreekt ze geen ongunstig advies uit over de implementatie van de minimumdoelen. En tot en met het schooljaar 2030-2031 kan een doorlichting niet leiden tot een ongunstig advies als scholen de doelen nog niet of niet volledig bereiken.

Verandert er iets voor het buitengewoon onderwijs?

Ja. Ook in het buitengewoon onderwijs gelden voor het eerst dezelfde minimumdoelen als basis om het individueel aangepast curriculum (IAC) op te stellen in een cyclisch proces van handelingsplanmatig werken. De klassenraad selecteert er doelen uit en concretiseert ze, vult ze aan en stemt ze af op de beginsituatie en onderwijs- en ondersteuningsbehoeften van de leerling. Door dit gemeenschappelijk doelenkader kunnen leerlingen eenvoudiger van het gewoon naar het buitengewoon onderwijs gaan en omgekeerd.

Worden de eindtermen secundair onderwijs afgestemd op de nieuwe minimumdoelen basisonderwijs?

Het kennisrijk curriculum werd pas geïntroduceerd bij de ontwikkeling van de nieuwe minimumdoelen basisonderwijs. Toen waren de nieuwe eindtermen secundair er al. Daardoor zijn beide doelenkaders op dit moment onvoldoende op elkaar afgestemd. De ontwikkeling van een meer samenhangend en kennisrijk curriculum over de onderwijsniveaus heen staat in elk geval gepland.

Hoe bepaalt de klassenraad of een kleuter mag overgaan naar het eerste leerjaar?

De meeste minimumdoelen in het kleuteronderwijs zijn na te streven. Daarnaast zijn er voor het eerst ook minimumdoelen die bereikt moeten worden op populatieniveau (door een meerderheid van de leerlingen): woordenschat en luistervaardigheden bij Nederlands en getalbegrip bij wiskunde. Of een leerling mag overgaan op het einde van de derde kleuterklas, dat bepaalt de klassenraad vanaf het schooljaar 2026-2027.

De verantwoordelijkheid ligt dus bij de schoolteams die via hun kwaliteitszorg aantonen dat ze de doelen planmatig aanbieden, de voortgang van kleuters opvolgen – dat gebeurt vooral via dagelijkse observaties en leerlingvolgsystemen – en hun onderwijs bijsturen waar nodig.

Wat als leerlingen de minimumdoelen niet halen?

In het vierde jaar lager onderwijs zijn de minimumdoelen vastgelegd op populatieniveau. Dat houdt in dat een meerderheid van de leerlingen ze moet bereiken. Door de minimumdoelen kunnen teams vooruitgang meten en is er nog 2 jaar tijd om bij te sturen als dat nodig blijkt, tot een leerling afstudeert aan de basisschool.

Voor wiskunde en Nederlands gelden minimumdoelen echter op individueel niveau aan het einde van het lager onderwijs, omdat die vakdisciplines essentieel zijn om succesvol in te stromen in het secundair onderwijs. De beslissing om een getuigschrift basisonderwijs te geven – zelfs als een kind de minimumdoelen niet haalt – blijft de autonome inschatting van de klassenraad.

De minimumdoelen zijn concreet en uitgebreid. Hoeveel autonomie hebben leraren nog?

De nieuwe minimumdoelen zijn concreter geformuleerd dan de vorige eindtermen. Dat is een bewuste keuze: het zorgt voor een gedeelde kennisbasis. Wat élke leerling minimaal moet kennen en kunnen, is duidelijk.

Toch blijft er op verschillende vlakken autonomie voor leraren en teams. Ten eerste vullen ze vanuit hun pedagogisch project zelf in hóe ze de minimumdoelen aanpakken: zij kiezen didactische werkvormen en voorbeelden, zij bepalen het tempo en de methode.

Daarnaast werd vastgelegd dat de helft van de onderwijstijd naar Nederlands en wiskunde moet gaan. Maar lestijd voor Nederlands en wiskunde kan ook in andere vakdisciplines zitten. Tot slot krijgen scholen en onderwijsverstrekkers veel ruimte om verder te gaan dan de nieuwe minimumdoelen en worden ze aangemoedigd om leerplannen te maken die veel ambitieuzer zijn.

Leidt de focus op taal en wiskunde tot minder aandacht voor de andere vakdisciplines?

De focus op Nederlands en wiskunde wil bijdragen aan een sterke basisvorming in de vakdisciplines die het meest bepalend zijn voor leerwinst en onderwijskansen. Maar die keuze moet niet ten koste gaan van andere vakdisciplines. Scholen bepalen immers zelf in welke leergebieden en via welke didactiek ze Nederlands en wiskunde aanbieden. Ook in aardrijkskunde of muzische vorming kan je dus perfect onderwijstijd voor Nederlands en wiskunde opnemen.

De nieuwe minimumdoelen zijn ingedeeld in 10 vakdisciplines. Eentje daarvan – ‘attitudes’ – neemt een bijzondere plaats in omdat je die minimumdoelen het best integreert in inhouden van de andere vakdisciplines. De minimumdoelen binnen attitudes moeten in het lager onderwijs ook bereikt worden. 

Daarnaast werd vastgelegd dat de helft van de onderwijstijd naar Nederlands en wiskunde moet gaan. Maar lestijd voor Nederlands en wiskunde kan ook in andere vakdisciplines zitten. Tot slot krijgen scholen en onderwijsverstrekkers veel ruimte om verder te gaan dan de nieuwe minimumdoelen en worden ze aangemoedigd om leerplannen te maken die veel ambitieuzer zijn.

De nieuwe minimumdoelen wil maximale kansen geven aan élke leerling. Kan dat met focus op kennis?

Onderzoek heeft aangetoond dat een kennisrijk curriculum de grootste impact op kinderen uit kwetsbare gezinnen heeft. Die kinderen en jongeren zijn vaak afhankelijk van de school om kennis en woordenschat op te pikken. Een school speelt dus een belangrijke rol bij het dichten van de kloof tussen kansrijk en kansarm.

Hoe lang kan een school of team haar huidige methodes nog gebruiken?

Scholen en leraren moeten zelf nagaan of een methode de nieuwe minimumdoelen dekt. En zo niet, hoe ze de methode dan aanvullen zodat de minimumdoelen nagestreefd of bereikt worden.

Intussen ontwikkelde Leerpunt een kwaliteitskader voor leermiddelen. Uitgeverijen kunnen er nieuw materiaal laten screenen. Daarbij gaat de prioriteit in een eerste fase naar methodes voor Nederlands en wiskunde.


Dit artikel kwam tot stand in samenwerking met AHOVOKS, het Agentschap voor Hoger Onderwijs, Volwassenenonderwijs, Kwalificaties en Studietoelagen. Op zoek naar meer informatie over de nieuwe minimumdoelen? Via onderwijsdoelen.be kan je ze raadplegen en opvragen. Je vindt er ook webinars en presentaties per vakdiscipline.

Bart De Wilde

Voeg dit artikel toe aan je bewaarde artikels

Log in om te bewaren


Laat een reactie achter