Gesprekstips Gepubliceerd op

Voorkom lastig gedrag met gevoelensplekken op school

Reageer

Log in om te bewaren.

Delen

“Leerlingen die lastig gedrag vertonen? Ik probeer dat te voorkomen”, zegt leraar Saar Duyvejonck van basisschool De Driesprong in Deerlijk. “Ik geef hun boosheid en verdriet letterlijk een plaats op school: in troosthoekjes of op ‘boze plekken’.” Bekijk de video.

Ik wilde mijn vriend slaan, maar ben gelukkig eerst naar de ‘boze plek’ gelopen.

Matice - 3e leerjaar

Moeilijk gedrag voorkomen

Een rustige plek op de speelplaats, voor wie verdriet heeft, en een hoek waar je je flink kan uitleven als je boos bent. Daarmee toon je leerlingen dat gevoelens oké zijn. En je leert ze ook nadenken over waarom ze zich zo voelen.

Lut Celie, psychotherapeut “De Bleekweide”: Op veel scholen worden kinderen gestraft als ze kwaad worden. Maar je moet kinderen net leren dat boos zijn heel normaal is. Ze moeten er alleen mee leren omgaan. Als dat lukt, kan je veel moeilijk gedrag voorkomen. Even uitrazen in de boze hoek kan bijvoorbeeld een vechtpartij vermijden. We zien dat effect nu al op de scholen die met zo’n ‘boze’ of ‘verdrietplekken’ werken.

We noemen dat “emotionele remediëring”: in plaats van onmiddellijk te straffen, erken je emoties en leer je kinderen wat ze ermee kunnen doen. Een voorbeeld: dankzij die boze plekken leren ze, dat je beter eerst even kan uitrazen, om daarna pas de confrontatie aan te gaan. Omdat je dan veel rustiger kan uitleggen waarom je boos bent.

Het gaat trouwens niet alleen om boosheid. Ook wie verdriet heeft, wil soms even alleen zijn. Ik herinner me een meisje dat heel droevig was, omdat haar papa haar niet was komen ophalen. De volgende dag heeft ze in de ‘verdriethoek’ een briefje geschreven naar hem. Dat luchtte haar heel erg op.”
 

Psychische problemen tegengaan

Lut Celie, psychotherapeut “De Bleekweide”: : “Eigenlijk zie ik dit als een preventieproject. In mijn praktijk zie ik veel kinderen die psychische problemen hebben, omdat ze nooit geleerd hebben om met hun gevoelens om te gaan. Ze krijgen bijvoorbeeld woede-uitbarstingen en krijgen dan snel het label ‘probleemkind’.

Maar achter dat gedrag zitten vaak onverwerkte gevoelens. Bijvoorbeeld omdat hun ouders uit elkaar gegaan zijn, of na een sterfgeval. Als je kinderen leert omgaan met gevoelens, dan zijn ze veel beter gewapend tegen moeilijke periodes. Die ‘boze plekken’ en troosthoekjes kunnen daar bij helpen.”
 

Stappenplan

Lut Celie, psychotherapeut “De Bleekweide”: : “Die ‘boze’ of ‘verdrietige’ plek is trouwens niet altijd nodig. De scholen die ik begeleid gebruiken een stappenplan: als een leraar voelt dat er iets scheelt, krijgt die leerling vaak eerst een stressballetje. Dat kan soms al genoeg zijn om woede of verdriet te kanaliseren. Als dat niet helpt, mogen ze even bekomen op de gang. De ‘boze plek’ of troosthoek is pas de laatste stap. Tijdens de speeltijd mogen de leerlingen zelf beslissen of ze naar de boze plek of ‘verdriethoek’ willen gaan.”
 

Knuffels en een boksbal

Scholen bepalen zelf hoe die verschillende stappen en die gevoelsplekjes eruitzien.

Saar Duyvejonck, leraar 3e leerjaar: We hebben aan de leerlingen gevraagd wat zij nodig vonden op die ‘boze plek’ en ‘verdrietplek’. Ze vroegen onder meer een boksbal, een muur om tegen te schoppen en een schoolbord om met krijt op te krassen. Maar ook potloden en papier, en een paar knuffels om troost bij te vinden.”