Specialist Gepubliceerd op

Hoe werkt coaching op school?

1 reactie

Log in om te bewaren.

Delen

Rumoer in de klas. Een fout gemaakt tijdens de les. Op zulke momenten kunnen leraren wel wat coaching gebruiken. Raf Sondervorst, trainer in de mentorenopleiding en docent lerarenopleiding Odisee Brussel, vertelt wanneer en hoe coaching werkt op school.

Raf Sondervorst geeft coaching aan leraar

Wat is coaching?

“In scholen blijft coaching vaak beperkt tot het traditionele meester-gezelmodel. De ervaren leraar leidt als een stielman de nieuwkomer op, vaak in zijn eigen(gereide) manier van lesgeven. Maar bij coaching ligt de focus op groei. Een leraar ervaart zelf een probleem en wil zich ontwikkelen, als professional, maar ook als persoon. Dat moet de coach systematisch aanpakken.”

“Eerst moet hij een vertrouwensband opbouwen. Daarna kiest de coach een gespreksvorm afhankelijk van het doel dat beiden willen bereiken: heeft de leraar feedback nodig, of vraagt hij advies? Of laat je hem reflecteren over wat hij doet in de les? De mentor helpt de leraar stil te staan bij de eigen sterktes, zwaktes en kansen in zijn lesgeven. Zo groeien leraren in een steeds effectievere lespraktijk. Coaching is de spiegel die vaak ontbreekt binnen de 4 klasmuren van de individuele leraar.”

Bekijk ook de videoreeks ‘De Coach’ van Klasse op YouTube.
 

Voor wie is coaching bedoeld?

“Jonge starters hebben coaching nodig. Bij hun eerste stappen op school moeten zij kunnen steunen op een mentor. Maar ook tijdelijke vervangers, zij-instromers, leraren die van een andere school komen, collega’s die nieuwe vakken geven of van graad of onderwijsvorm veranderen, kunnen ondersteuning best gebruiken.

“Coaching is nuttig voor elke leraar die een nieuwe opdracht krijgt of een frisse kijk wil op zijn manier van lesgeven.”
 

Kan iedereen coach zijn?

“Een goede leraar is niet meteen een goede coach. Iedereen kan mentor worden, maar dat vereist wel scholing en expertise. Een mentor stuurt leraren bij met hapklare tips en tricks én helpt hen reflecteren tijdens en na de lespraktijk. Dat vraagt om vaardigheden die een stuk verder gaan dan de basisgesprekstechnieken (zie box). Voor supervisie en intervisie bestaan verschillende methodieken.”

“Die moet je niet alleen kennen, maar ook kunnen toepassen en bijsturen tijdens een gesprek. Een basisvereiste als coach is dat je je eigen visie over wat goed onderwijs is, kan loslaten. Wat voor jou werkt, werkt misschien niet voor mij. Er zijn veel varianten van goed onderwijs.”
 

Waarom is coaching belangrijk?

“Coaching zorgt ervoor dat leraren blijven groeien als professional en zich zelfzeker voelen over hun eigen mogelijkheden. In een school waarin coaching ingebed is, wordt je team sterker: ‘Hier maken we sámen school’. Jonge leraren hebben een mentor nodig. Maar als je als mentor de starter enkel wegwijs maakt in de regels en normen van de school, ga je voorbij aan de kracht van coaching. Denk op lange termijn.”

“Een traject van 2 jaar over klasmanagement laat een leraar meer groeien dan losse tips naar aanleiding van een voorval in je klas. Zo kunnen leraren een eigen professionele stijl ontwikkelen. Mentoren coachen vandaag meer en meer teams, maken de verbinding tussen oude en nieuwe collega’s en sturen aan op professionele leergemeenschappen waarin leraren samen leren, werken en in dialoog gaan met elkaar. Zo krijgt de mentor de rol van change maker en beleidsadviseur. En gaat de kwaliteit van de hele school erop vooruit.”
 

7 gesprekstrucs van de coach

Een coach moet ondersteunen, maar mag zeker niet verdoezelen wat niet goed loopt. Zo voer je een goed coachinggesprek.

  1. Stel open vragen: ‘Ik ben benieuwd, vertel eens …’
    Je nodigt de leraar uit om zijn verhaal te vertellen.
  2.  

  3. Koppel terug, herformuleer en orden: ‘Als ik je goed begrijp, dan zeg je …’
    Je laat merken dat je hem/haar begrepen hebt.
  4.  

  5. Spiegel: ‘Ik merk dat je … ontgoocheld, boos, fier bent.’
    Je toont aandacht voor gevoelens en geeft de kans om zich kwetsbaar op te stellen.
  6.  

  7. Confronteer: ‘Hoe komt het dat … ?’
    Je probeert nieuwe inzichten aan te boren.
  8.  

  9. Doe nadenken: ‘Hoe zou je dat anders kunnen doen?’
    Je nodigt de ander uit om oplossingen te zoeken.
  10.  

  11. Inspireer: ‘Misschien is het een goed idee om … ?’
    Je geeft adviezen of bevestigt zijn oplossing.
  12.  

  13. Laat expliciteren: ‘Hoe ga je dat nu aanpakken?’
    Je laat een leerpunt formuleren, checkt of je op dezelfde golflengte zit en bevestigt: jij kan dat.
Dit artikel heeft als onderwerp Dit artikel is interessant voor een ,