Vlaanderen
Klasse.be

Specialist

Wat elke leraar moet weten over het tienerbrein

  • 12 januari 2018
  • 6 minuten lezen

Tieners. Ze zijn zo slim, maar doen soms zo dom. Hoe komt dat? En wat doe je met hun gedrag in de klas? Jelle Jolles, hoogleraar Neuropsychologie aan de Vrije Universiteit in Amsterdam, breekt een lans voor tienerbreinen. “Tieners zijn een werk in uitvoering.”

Wat is het eerste dat een leraar moet weten over tienerbreinen?

Jelle Jolles: “Ze hebben vaak een verkeerd idee over hun leerlingen. Ze denken: dit kind is minder slim, want het presteert niet goed op school. Maar dat klopt niet. De tiener is namelijk een werk in uitvoering. Die gaat van groeispurt naar groeispurt, en kent ook dipjes. Een tiener die op dit moment lui en ongemotiveerd in je klas zit of slechte punten haalt, kan, als je het juist aanpakt, weer een sprintje trekken en uitgroeien tot een topper.”

“Ook al heeft een vijftienjarige de puberteit achter de rug en ziet hij er groot en bijna volwassen uit, hij ontwikkelt nog verder tot zijn vijfentwintigste. Pas dan is hij ‘klaar’. Zowel op fysiek, cognitief, emotioneel als sociaal vlak.”

“Genen bepalen niet hoe intelligent iemand is. We hebben bij benadering allemaal dezelfde bandbreedte om te leren. Bekijk hersenen als een verzameling van ongeveer 200 bagagekluisjes. Bij de geboorte krijgt elke tiener ongeveer hetzelfde aantal kluizen mee. Het zijn de schrale of rijke thuisomgeving en ook de leraren en opvoeders die bepalen hoe sterk die kluizen gevuld geraken en hoe snel.”

“Je moet beseffen dat leer- en ontwikkelingsmogelijkheden dynamisch zijn. Kies voor de growth mindset: let op de kansen en groeimogelijkheden en reken leerlingen niet af op waar ze nu goed of slecht in zijn.”

Portret Jelle Jolles
Jelle Jolles: “Let op de kansen en groeimogelijkheden en reken leerlingen niet af op waar ze nu goed of slecht in zijn”

Houden scholen voldoende rekening met hoe tieners functioneren?

Jelle Jolles: “Veel scholen richten zich op de gemiddelde leerling. Maar die bestaat niet. Ik merk dat er verrassend weinig bekend is in scholen over de ontwikkeling van kinderen en tieners. Als we beter rekening houden met wat een leerling in ontwikkeling kan en niet, dan stijgt het rendement van ons onderwijs.”

“Want als leraren hun leerlingen beter begrijpen, wordt de school leuker voor iedereen. Nu dragen we kennis vaak over omdat die in de leerplannen staat. Maar een tiener denkt nog niet als een volwassene. Lang niet alle leerstof past bij zijn denkproces en aanpak. Veel leerlingen snappen niet waarom ze wiskundige stellingen moeten kennen. Of denken dat ze wel zonder kennis kunnen maar niet zonder smartphone. ‘Alles staat toch op internet?’ Maar om goed te zoeken, hebben ze kennis nodig. Kennisoverdracht op school blijft dus belangrijk, ook al denken tieners daar soms anders over.”

Hoe speel je als leraar in op de ontwikkeling van tieners?

Jelle Jolles: “Geef je leerlingen steun, sturing en inspiratie. En werk met individuele verschillen. Die zijn er tussen jongens en meisjes. Maar ook tussen kinderen uit verschillende milieus of etnische achtergronden. Hou rekening met de leef- en leeromgeving van je leerlingen. Misschien groeide de tiener op in een taalarme omgeving, zonder veel boeken of sociale interactie. Daardoor ziet de leraar makkelijker in waarom een kind niet-gemotiveerd is, of voor taal minder goed presteert. En kan hij ook zien dat die leerling veel potentie heeft, omdat hij ondanks die taalarme start al een pak progressie maakte. Een traag groeiende boom kan, met de hulp van leraren, de hoogste worden.”

Hoe inspireer, steun en stuur je opgroeiende tieners het best?

Jelle Jolles: “Door ze uit te dagen en verschillende routes te wijzen. Er zijn heel veel mogelijkheden om buiten de gebaande paden van het onderwijs te lopen, een nieuwe aanpak te bedenken. Door ze zelf te leren nadenken, redeneren en debatteren. Geef lessen over hoe volwassenen denken. Leer tieners zich afvragen: ‘Wat zou er gebeuren als …’. Door daarop te antwoorden, leren ze de consequenties inschatten van hun gedrag en kunnen ze bijsturen. Omdat veel tieners dat nog niet kunnen, doen ze soms domme dingen.”

Wie viool speelt of een wiskundeprobleem oplost, gebruikt min of meer dezelfde hersenpaden voor ruimtelijk denken

Jelle Jolles
Neuropsycholoog

“Ik pleit ook voor een bredere vorming met veel beweging, drama, cultuur, en muziek. Dat stimuleert hun neuropsychologische functies, geeft ze inzicht in zichzelf en anderen en heeft een positieve invloed op hun schoolse prestaties. Wie viool speelt of een wiskundeprobleem oplost, gebruikt min of meer dezelfde hersenpaden voor ruimtelijk denken. Door leerlingen breed te vormen, versterken ze op een speelse manier de hersenroutes die ze nodig hebben voor bijvoorbeeld wiskunde en taal.”

Moeten leraren en ouders beter samenwerken om tieners optimaal te laten groeien?

Jelle Jolles: “Ouders willen het beste voor hun kind. Die zorg delen ze met leraren. Maar hoe vaak spreek je met ouders? 2 tot 3 keer per jaar op oudercontacten van zeven minuten? Dat mag van mij beste elke week. Scholen zouden een leraar kunnen vrijmaken die zich specialiseert in face-to-face en digitale communicatie met ouders. Daardoor begrijpen ouders het pedagogisch project beter en zien ze hoe hun kind zich ontwikkelt op school. Ouders moeten voelen dat ze een actieve rol mogen spelen in de schoolse activiteiten van hun kind. Zo worden ze partner van de school en de leraren. “

Leraren en ouders als motoren van het leren. Niet de tiener zelf?

Jelle Jolles: “In de afgelopen tientallen jaren hebben we leerlingen voor een deel vrijgelaten. We maakten ze zelf verantwoordelijk voor hun leerproces. Nieuwe inzichten in de hersenontwikkeling tonen dat dit niet mogelijk is. Tieners hebben nog te weinig kennis en ervaring om volledig zelfstandig te leren, of studie- en beroepskeuzes te maken. Vraag twaalfjarigen niet om te plannen. Meer dan een week vooruit denken, lukt ze niet. Het gaat mis als we doen alsof ze dat wel kunnen.“

“Natuurlijk moeten ze exploreren en ontdekken. Maar de feedback van leraren en ouders is essentieel om ze op het pad te houden, om te zorgen dat ze zich met het hoogst mogelijke rendement ontwikkelen. Stimuleer hun nieuwsgierigheid, leer ze redeneren en vertel ze waarom ze bepaalde leerstof moeten kennen. Zo accepteren ze beter dat ze soms ‘iets stoms’ moeten leren. De grote ervaring en interesse van de leraar maken het verschil tussen leerlingen die blij zijn met een zes en tieners die grenzen zullen verleggen.”

Portret Jelle Jolles
Jelle Jolles: “We kijken denigrerend naar onze tieners, begrijpen ze niet en zijn bijna vergeten dat we dat zelf ook geweest zijn”

Moet je als leraar die ‘zesjescultuur’ verfoeien?

Jelle Jolles: “Jongeren accepteren van elkaar wel de ambitie om goed te zijn op het sportveld. Maar wie in de klas goede cijfers haalt, krijgt te horen: ‘Goede cijfers zijn voor watjes’ en ‘Ik studeerde bijna niet, en haalde met gemak een zes’. De peergroup heeft een enorme impact op hoe tieners kijken naar schoolse prestaties. De hersenen van tieners zijn geprogrammeerd voor sociale interactie. Die negatieve invloed is niet fout, maar je moet die als leraar proberen te doorbreken met duidelijke verwachtingen, feedback en respectvolle vragen.”

Welke vooroordelen rond tieners in het onderwijs verrassen jou?

Jelle Jolles: “De heersende cultuur van ‘afgeven’ op de tiener. ‘Vind je die gast of puber ook zo onuitstaanbaar?’ ‘Vind je ze ook lui en niet te motiveren?’ Dat zegt meer over de volwassene die dat oordeel uitspreekt dan over die jongere. Die hardheid is wijdverspreid en stond zelfs al te lezen op kleitabletten van 4000 jaar geleden. We kijken denigrerend naar onze tieners, begrijpen ze niet en zijn bijna vergeten dat we dat zelf ook geweest zijn. Dat motiveert me om te werken aan een andere beeldvorming over onze tieners.”

“Een kind moet nog ‘verbreinen’ naar een adolescent en een adolescent naar een volwassene. Leraren hebben de belangrijke, maar mooie taak om ze te helpen, kansen te geven en ze te stimuleren om zich optimaal te ontwikkelen. Zie ze als rupsen die kunnen uitgroeien tot prachtige vlinders. Dat doe je niet door zo’n rups de lucht in te gooien en ‘vlieg’ te brullen. Wel door ze te helpen zich helemaal te ontplooien en daarvoor alle routes te tonen.”

Stijn Govaerts

Voeg dit artikel toe aan je bewaarde artikels

Log in om te bewaren


B

Briels Els

15 januari 2018

Boeiend om het eens zo duidelijk op een rijtje te zien. Toch een bedenking:
Waarom zit deze kennis over breinontwikkeling zo weinig in de opleiding tot regent en licentiaat?
In lager-en kleuteropleiding krijgt de ontwikkeling van het kind zoveel aandacht en voor onze tieners komen leraars te staan die over breinontwikkeling niet voldoende op de hoogte zijn .
En wat met de ouders en de tieners zelf ? Die zouden zelf ook beter op de hoogte mogen zijn. Ouders hebben geen pedagogisch diploma, dus zich informeren over opvoeding is echt nodig en de tieners kunnen minstens wat zelfkennis opdoen zodat zij weten waarom volwassenen hen soms niet begrijpen of overschatten .

Reageren
L

Leerkracht

18 januari 2018

Jouw eerste bedenking, beste Els, kwam ook in mij op toen ik de tekst las.
Tja,de opleiding tot leerkracht.....en de motivatie van sommige jonge mensen om die opleiding te volgen...en dan na een aantal jaren worden deze mensen ‘voor de leeuwen gegooid’.
Gelukkig de kinderen,van peuter tot einde-middelbareschool-student,die een leerkracht hebben die ,naast het beheersen van de leerstof ,de pedagogie en de didactiek, ook een beetje psycholoog en mensenkenner kunnen zijn.

Reageren
n

nand van dingenen

20 december 2018

Zeker ook psycholoog: trachten mee te leven met wat in hen omgaat en trachten te weten hoe het thuis is...

Reageren
K

Katleen Van Autgaerden

13 februari 2018

Ik ben het volledig eens met jullie bedenking, waarom zit dit niet in de lerarenopleiding. Mijn collega, Naïma Vanden Broeck, en ikzelf zijn ons gaan verdiepen in het puberbrein. Met die kennis hebben we een Einsteinklas, een huiswerkklas gebaseerd op het puberbrein, op poten gezet in onze school, Regina Pacis in Laken. Op deze manier proberen we de leerlingen meer inzicht te geven in hun brein om het zo te gebruiken bij hun leren. Sinds vorig jaar geven we hier workshops rond in scholen en bij ouders thuis. Het doet zo veel plezier om de reacties van mensen hieromtrent te zien. Vaak gaan we er van uit dat we het allemaal wel weten, we zijn er tenslotte allemaal gepasseerd. Maar we hebben nooit stilgestaan waar dat dit alles vandaan komt. Ik kan alleen maar zeggen dat het een verrijking is om rond dit thema meer te weten en voor de klas te staan.

Reageren
I

Ingrid Bryon

26 februari 2018

De lerarenopleiding UCLL vestiging Heverlee is reeds mee op de kar gesprongen en de studenten bachelor secundair onderwijs krijgen reeds in het eerste jaar les over het lerende brein. De collega's pedagogie hebben zich de laatste jaren verdiept in het lerende brein van jongeren en hebben nu een lessenpakket samengesteld, gebaseerd op literatuur en wetenschappelijk onderzoek. De vernieuwing zet zich dus overal door.

Reageren
b

bart vann

18 januari 2018

Geachte,

Dit is het ontkennen dat de zon schijnt...

Vreemde ontwikkeling in menselijke genetica?

mvg

bart vn

Reageren
C

Catherine Cuypers

19 januari 2018

Ik ben erg blij met de aandacht voor dit onderwerp en raad iedereen in het secundair onderwijs dit boek aan: 'Het puberbrein binnenste buiten' van Huub Nelis en Yvonne Van Sark. Een must voor de lerarenopleiding en elke lerarenkamer in het secundair.

Reageren
L

Lieven

19 januari 2018

Twee delen blijven bij me hangen:

1. “Ook al heeft een vijftienjarige de puberteit achter de rug en ziet hij er groot en bijna volwassen uit, hij ontwikkelt nog verder tot zijn vijfentwintigste. Pas dan is hij ‘klaar’. Zowel op fysiek, cognitief, emotioneel als sociaal vlak.”
“Een kind moet nog ‘verbreinen’ naar een adolescent en een adolescent naar een volwassene.

Ik geef les aan (nu toch nog) vooral 20igers en 21igers ... kent iemand een goed boek over het lesgeven/leren bij adolescenten (dus tussen 18 en 25)?

Ik heb onder andere 'Puberbrein binnenstebuiten', 'Generatie Einstein' en 'Edushock' en het artikel van Jelle Jolles 'Neurocognitieve ontwikkeling en adolescentie: enkele implicaties voor het onderwijs' al in mijn boekenkast, maar zoek verder.
Help?
Dank!

Reageren
C

Carola

31 januari 2018

Ik zie veel hoogbegaafde kinderen en hoogsensitieve kinderen die zeker niet hoog scoren. De cijfers die ze halen zijn geen graadmeter voor hun intelligentienivo. Hun ontwikkelingspotentieel en -ontwikkelingsstrategie vraagt om vrije speel- en onderzoeksruimte met betekenisvolle uitdagingen. Binnen die kaders laten kinderen veel plezier en een evenwichtige ontwikkeling zien. De vraag is wat we onder evenwichtig verstaan. Het verloop van hun ontwikkeling kan als grillig overkomen. Als je hier de ruimte aan geeft, blijkt dat alles op z'n pootjes terecht komt. De uitdagingen die Jelle Jolles ziet voor een gezonde ontwikkeling binnen het reguliere onderwijs zijn groot. Ik kan me voorstellen dat het in een reguliere schoolomgeving bijna niet te doen is, om zo les te geven. Teveel coaches, therapeuten moeten alle zeilen bij zetten, om kinderen gezond en gemotiveerd te houden. Ik hoop snel op betere tijden. In het belang van de gezondheid van veel kinderen.

Reageren
A

Agnes Lambert

7 december 2018

Ik heb als gepensioneerde leerkracht met veel aandacht dit artikel gelezen.Omdat ik zelf 7kleinkinderen heb en omdat de ouders van die kleinkinderen erg nauw betrokken zijn bij het wellbeing gevoel van hun kinderen en de ontwikkeling van de tienerbreinen in diverse scholen,volg ik zeer regelmatig artikels ter ondersteuning en om bij te blijven.Ik heb veel waardering voor de auteur van dit artikel.Ik heb ook veelwaardering voor de jonge krachten die zich in deze materie verdiepen .Zij zouden met dit gedachtengoed bij veel leerkrachten moeten aankomen omdat het misschien een hulp kan zijn voor mensen die het moeilijk hebben met tienerbreinen.Zelf ben ik gans mijn loopbaan in het beroepsonderwijs werkzaam geweest,heb met deze tieners graag gewerkt en meegewerkt aan de ontwikkeling van veel tienerbreinen.En ik ben ervan overtuigd dat de wetenschap,verwerkt in dit artikel,ook een ‘mammie’ of oma voeding kan geven in de boeiende opgroeipaden die ze met de 7kleinkinderen mag meemaken.Klasse voor grootouders,als het niet bestaat,mochten ze het uitvinden...

Reageren
J

Jan T'Sas

8 december 2018

Ook aan de UA zitten we de jongste jaren op die trein. Qua lectuur heb ik twee aanraders:
- Van Camp, T., Vloeberghs, L. & Tijtgat, P. (2015). Krachtig leren, cognitief neurowetenschappelijk benaderd. Leuven: Acco.
- Tokuhama-Espinosa, T. (2010). Mind, brain, and education science: A comprehensive guide to the new brain-based teaching. New York: dWW Norton & Company.
Van dit laatste bestaat ook een versie voor leerkrachten, die concreter op de materie ingaat en een heleboel 'neuromythen' ontkracht.

Reageren
S

Stijn G.

10 december 2018

Bedankt voor de leestips Jan. Ik zet ze op mijn leeslijst. Die laatste die je suggereert , is dat 'Making Classrooms Better: 50 Practical Applications of Mind, Brain, and Education Science'?

Reageren
J

Jan Borm

15 december 2018

Helemaal mee eens. Je moet de leerling volgen en begrijpen en niet de leerstof, die ken je toch wel, je weet als docent al zo veel meer dan die leerling.
En weet je eens een keer geen direct antwoord op een vraag te geven dan zoek je het toch op en kom je er opnterug in de volgendecles of je mailt ze het antwoord.

Reageren
T

Temmerman Hilde

23 december 2018

Theorie en praktijk liggen weeral ver uit elkaar.

Reageren
S

Sofie

31 december 2018

5de middelbaar... dit jaar al 2 oudercontacten. Enkel resultaatgericht en dan vooral over de dingen die niet goed waren! Niets over wie mijn dochter eigenlijk is, welke talenten ze heeft en hoe ze aan het groeien is.
Nee, enkel de slechte punten en schrik aanjagen voor de volgende trimesters. Hebben die leerkrachten eens nagedacht hoe motiverend dit is en hoe dit eigenlijk allemaal binnen komt?
Geef ze een pluim en ze krijgen vleugels...

Reageren
W

Willy Willockx

1 januari 2019

Allemaal goed en wel Maar als de leerlingen hun uitslagen niet positief zijn kun je toch niet goed beoordelen Als een volwassen persoon gaat werken en doet zijn werk niet zoals het hoort krijgt hij zijn ontslag Dat is nu eenmaal de realiteit Ik weet maar een ding De motivatie en het inzicht van leerlingen is erg verminderd Wat gaat dat worden op de arbeidsmarkt

Reageren
A

Adinda Van Loo

7 januari 2019

Wat een een manier om het nieuwe jaar te starten! De kinderen en jongeren van nu zijn zeker nog gemotiveerd en beschikken over nog evenveel inzicht als vroeger. Het is aan de volwassenen om hen gemotiveerd te houden door hen als waardevolle mensen te zien en te behandelen. De jongeren moeten het nut van al wat zij moeten leren kunnen zien door een betekenis te geven aan wat we van hen verwachten. Ze hebben recht op kansen om te mogen groeien en falen. Deze kansen krijgen ze niet door hen enkel te beoordelen naar hun resultaten. Als men wilt dat ze later goed kunnen functioneren op de arbeidsmarkt is het hun totale persoonlijkheidsontwikkeling die doorslaggevend is. Zij moeten zich net als iedereen gewaardeerd voelen met hun eigen talenten, eigenheden en levens -omstandigheden.
Als degenen die hen iets moeten bijleren dit niet willen of kunnen inzien, dan vrees ik inderdaad ook voor de arbeidsmarkt maar niet omwille van de motivatie of het inzicht van de jongeren!

Reageren

Laat een reactie achter