Vlaanderen
Klasse.be

Klik & Print

Zo help je leerlingen de vraag beter te lezen

  • 1 maart 2023
  • 4 minuten lezen

Een klassieker op elke toets: “Eerst de vraag goed lezen!” Deze afdekkaartjes helpen leerlingen stil te staan bij elke opdracht. Pedagoog Kaat Timmerman en vormingsmedewerker bij Centrum voor Taal en Onderwijs Lisa Verhelst geven tips om leerlingen de vragen beter te leren lezen.


1. Vertrek vanuit de waarom-vraag

Kaat Timmerman, pedagoog: “Leerlingen moeten eerst het nut inzien van de verkenningsfase van een opdracht of toetsvraag. Dat bereik je door in je lessen veel aandacht te besteden aan de misinterpretatie van vragen en de vraagstelling op zich. Alleen zo zullen ze ervaren waarom hun extra inspanning om de vraag te lezen loont.”

Lisa Verhelst, vormingsmedewerker bij Centrum voor Taal en Onderwijs: “Ik vergelijk een toets maken met een nieuwe microgolfoven gebruiken. Lezen wij de handleiding eerst grondig of draaien we meteen aan de knoppen? Onze leerlingen zijn niet anders. Meer nog, de strategie om er meteen in te vliegen is soms wel effectief. 10 gelijkaardige rekenoefeningen na elkaar oplossen vergt immers dezelfde denkwijze. Maar te snel, te impulsief antwoorden vergroot de kans op onnodige fouten. Zoals het gevraagde omcirkelen terwijl je het moest onderstrepen.”


2. ‘De vraag’ vraagt oefentijd

Kaat Timmerman: “Leerlingen gaan het liefst meteen aan de slag, zonder voorbereiding en zonder evaluatie achteraf. Terwijl leraren meer tijd willen steken in de verkenning van de vraag en de voorbereiding van de uitvoering. Leerlingen denken dat ze dat zo ook wel kunnen, maar leraren weten van niet. Dat blijkt uit toetsanalyses.” 

“De werkgewoonte van leerlingen veranderen vraagt intensieve begeleiding. Dus voorzie tijd om kinderen en jongeren te leren hoe ze de vraag eerst aanpakken en daarna pas het antwoord.”

Lisa Verhelst: “Je werkt het liefst gericht aan de leesvaardigheid van een leerling. Daarom is het essentieel om leerlingen goed te observeren. Begrijpt de leerling niet alle woorden in de instructie? Vraagt het technisch lezen de grootste inspanning? Heeft het kind nog moeite met meervoudige instructies? Of zorgt een beperkte woordenschat voor te weinig tekstbegrip? Reik op basis van de oorzaak eventueel een hulpmiddel zoals een woordenboek aan.” 


3. Addertjes onder het gras

Kaat Timmerman: “Leerlingen krijgen zowel op school als thuis de opmerking dat ze ‘domme fouten’ maken. Fouten die niets te maken hebben met hun kennis van de leerstof, wel door de vraag niet eerst goed te lezen. Spreek met kinderen liever over ‘addertjes onder het gras’. Het klinkt minder beschuldigend. Addertjes zitten in een (klein) woord verscholen. En leerlingen lezen eroverheen. Zeker als ze gestrest zijn voor een proefwerk of een toets.”

Lisa Verhelst: “Een instructie niet of minder aandachtig lezen is geen drama. We missen allemaal wel eens de essentie van een tekst. Met een milde knipoog of met humor verkrijg je vaak het meest.”


4. Vast stappenplan

Kaat Timmerman: “Bij om het even welke leeftijd is een gestructureerde en steeds terugkerende aanpak belangrijk. Zo wordt de verkennende leesvaardigheid hopelijk een goede gewoonte. De zelfinstructiemethode van Meichenbaum vormt daarvoor de perfecte leidraad: Wat moet ik doen? Hoe voer ik het uit? Ik voer de taak uit. En wat vind ik van mijn werk?”

“Giet de opmaak van je toetsvragen ook het liefst in een herkenbare lay-out: de vraag in een kader bijvoorbeeld met eronder witruimte voor het antwoord. Ga samen op zoek naar de addertjes in de toetsvragen, eerder dan de fouten te vinden tegen de leerstofkennis. Komt het antwoord overeen met de vraag? Welk addertje of kernwoord uit de vraag had je moeten omcirkelen?”

Lisa Verhelst: “Neem nu de meervoudige opdracht ‘Beschrijf je favoriete passage uit het boek en beargumenteer waarom je het zo graag las.’ Sommigen beantwoorden slechts een deel van die vraag. Moet je daarom dat soort opdrachten vermijden? Nee. Maar we moeten leerlingen wel ondersteunen om hun breinfuncties verder te ontwikkelen zodat ze dat wel kunnen. Begrijpt een leerling de vraag niet? Observeer eerst, vraag naar de aanpak (laat ze luidop redeneren), motiveer de leerling om te lezen én schiet dan pas te hulp. Wees consequent in je aanpak.”


5. Roep geen extra vragen op

Kaat Timmerman: Bespreek specifieke vraagstellingen. Want leerlingen vinden hun weg niet altijd in grote hoeveelheden deelvragen en slaan er makkelijk eentje over. Of ze lezen gewoon te snel.”

“Maak duidelijk wat jij van de leerling verwacht: is het voor jou oké als ze de 5 kenmerken van iets geven als je er maar 2 vraagt? Een leerling heeft soms de behoefte om te tonen wat hij heeft geleerd. Terwijl jij misschien vindt dat de leerling de vraag niet goed heeft gelezen. Heldere verwachtingen scheppen vermijdt misverstanden.”

Lisa Verhelst: “Maak de instructie functioneel: zorg ervoor dat een leerling niet anders kan dan de opdracht lezen. En stel uitvoerbare vragen op: geen te lange zinnen, concreet, duidelijk en begrijpelijk. Er mag maar 1 manier zijn om de vraag te beantwoorden.”

Vragen beter lezen met deze afdekkaartjes:

Vragenchecker
  • Download en print genoeg afdekkaartjes (pdf) voor al je leerlingen (2 per blad).
  • Leerlingen gebruiken deze vragenchecker om gericht een toetsvraag of opdracht te bekijken en te lezen. Wat onder de vraag staat, blijft zo nog even afgedekt. Want eerst de vraag goed lezen!

In het boek ‘Lees eerst de vraag’ (uitgeverij Lannoo Campus) toont Kaat Timmerman je stap voor stap hoe je een instructie leest, analyseert en verwerkt vooraleer je aan de uitvoering begint. Met tips en concreet oefenmateriaal. 

Josfien Demey

Voeg dit artikel toe aan je bewaarde artikels

Log in om te bewaren


Laat een reactie achter