Gepubliceerd op
Zo doen zij het

“Feedback is ook zeggen wat beter kan”

Feedback over hun leerproces zegt leerlingen meer dan enkel een cijfer, vindt juf Marleen. Daarom is ze zuinig met toetsen en gul met woorden. Dat leert leerlingen leren en verbetert het contact tussen leraar en klas. “Wie bij mij een fout maakt, geeft het goede voorbeeld.”

Maarten Vansteenkiste

“Feedback begint bij een veilig klasklimaat. Voor mij betekent dat: je goed voelen, eerlijk zijn en fouten durven maken. Focussen op talenten is fijn, maar je moet ook zeggen wat beter kan. Ik gebruik fouten als voorbeeld: ‘Wat een geluk dat jij deze fout maakte, nu leren we allemaal bij!’Doe ik zelf iets verkeerd, dan sta ik daar ook bij stil. Ik vertel over fouten die ik als leerling maakte: een heel hoofdstuk uit mijn geschiedenisboek overpennen, zonder dat de leerstof bleef hangen.”

“‘Leren leren’ is een belangrijk aspect van feedback. Ik vertel mijn zesdeklassers niet dat het getal pi 3,14 is, ik laat ze dat zelf ontdekken. Een kijkwijzer leert ze waarop ze moeten letten bij een toets: de vraag herlezen, eerst schattend rekenen. Tijdens de lessen kijken ze hun werk zelf na met en correctiesleutel. Als leerlingen nadenken over hun werkwijze, begrijpen ze waar een fout vandaan komt en hoe ze die vermijden, creëer je een ‘ik kan het’-gevoel.”
 

Leerlingen geven zichzelf feedback

“In onze school leren we de kinderen zichzelf evalueren. Voor muzische vorming hebben we een aantal leerplandoelen vertaald naar kinddoelen: ik kan een mimespel herkennen, ik durf mezelf tonen. Leerlingen geven aan in welke mate ze het doel beheersen door een ontluikende bloem te omcirkelen, van knop tot volle bloei. En motiveren die keuze. Zo krijgen ze zicht op hun werkhouding en motivatie.”

“Inmiddels gebruiken we zelfevaluaties voor vakken waarop je moeilijk een cijfer kan plakken, zoals spreken en schrijven, maar soms ook bij wero, wiskunde en godsdienst. Kinderen evalueren zelf het proces, het resultaat en noteren een werkpunt. Er is ook ruimte voor een evaluatie door de leraar.”


Voor wie de leerstof niet beheerst, is elke toets een gemiste oefenkans.

“Natuurlijk antwoorden sommige leerlingen sociaal wenselijk. Jongens zijn vaker rechtuit. Bij meisjes zie je wel eens het antwoord waarvan ze vermoeden dat de leraar dat wil lezen. In een gesprek doorprik je dat wel.”

“Ook het rapport hebben we stapsgewijs aangepast. Vroeger stonden daar klasgemiddelden en totaalscores op, nu enkel het cijfer per vakonderdeel. Met duimen en ladders maken we ook het leerproces zichtbaar. Een leerling die zonder moeite negens en tienen haalt, krijgt één duim; wie moet zwoegen voor een zesje krijgt er twee. Een ladder is een werkpunt. Die geef ik alleen als een leerling een vak echt verwaarloost, als motivator om zich te herpakken.”
 

Beter in hun vel

“Deze manier van feedback geven, verhoogt het zelfvertrouwen van leerlingen. Aan het begin van het schooljaar kroop een leerling weg als ik de klas een vraag stelde, nu steekt hij vaker zijn vinger op. Zijn punten zijn nog niet goed, maar hij zit beter in zijn vel en hij maakt vorderingen.”

“Door extra in te zetten op feedback, is ook mijn eigen werkwijze veranderd. Vroeger gaf ik veel meer toetsen: het was mijn voornaamste informatiebron voor het rapport. Maar voor wie de leerstof niet beheerst, is elke toets een gemiste oefenkans. Nu geef ik pas een toets als elke leerling de leerstof voldoende onder de knie heeft.”

“Ik geef de leerlingen oefeningen op maat. Wie zijn uiterste best doet, maar er niet geraakt, moet minder oefeningen maken. Sterke werkers die op safe spelen, krijgen uitbreidingsoefeningen of maken ter afwisseling een toets voor elkaar.”
 

Feedback maakt het contact persoonlijker

“Alles aan je leerlingen opleggen, werkt niet meer in de zesde klas. Maar geef je respect, dan krijg je respect terug. Ik geloof niet in straffen alleen, wel in goedmaken. Het contact met mijn leerlingen is door de jaren veranderd. Ik heb meer ‘echte’ gesprekken. Als we ’s middags in de klas onze boterhammen eten, roep ik kinderen met een probleem bij me. Ik stel open vragen, laat ze zelf met de antwoorden komen. Heeft een leerling zijn huiswerk niet gemaakt, dan toon ik mijn teleurstelling. ‘Wat ga je doen om het op te lossen?’ vraag ik dan. De volgende dag staan ze uit zichzelf met extra oefeningen aan mijn bureau.”

“Soms komt een leerling mee naar het oudercontact. Een uitgelezen kans voor een constructief gesprek tussen ouder, kind en leraar. We kunnen dan samen concrete en haalbare afspraken maken. Als ik er de tijd voor vond, zou ik graag kindcontacten organiseren. Eén langer gesprek met elke leerling per semester om feedback te geven over zijn leerproces: ze zouden nog veel verder staan, dat weet ik zeker.”

Het beste van Klasse in je mailbox?

  • Al 51.000 leraren zijn abonnee
  • 1 keer per week en helemaal gratis
  • Verhalen van collega’s, concrete praktijktips, exclusieve wedstrijden ...