Hoe bouw je een rijke relatie op met ouders?

Log in om te bewaren.

Hoe kunnen wij werken aan een rijk partnerschap met ouders? En waarom is dat zo belangrijk voor de kinderen? Prof. Onderwijskunde Ruben Vanderlinde en Katrien Van Laere keken mee in de kleuterklas en school van juf Jelke. Bekijk de video.

 

Waarom is kwaliteitsvolle ouderbetrokkenheid zo belangrijk?

Ruben Vanderlinde: “Leraren zeggen snel dat een kind ‘betrokken ouders’ heeft als ‘het altijd met alles in orde is’. Maar echte ouderbetrokkenheid is veel meer. Het zorgt ervoor dat kinderen graag naar school komen, zelf meer betrokken zijn op sociaal en schools vlak en zich beter voelen in de klas. Ouderbetrokkenheid vormt daarom een belangrijke basis voor leren. In het lager- en secundair onderwijs zien we dat de kinderen met betrokken ouders ook beter presteren.”

Katrien Van Laere: “Kwaliteitsvolle ouderbetrokkenheid zorgt ook voor een sterkere band tussen ouders, kinderen en leraren. In de context van diversiteit en armoede, waarbij we in contact komen met veel talen en culturen, kunnen leraren en ouders veel leren van elkaar als ze elkaars expertise erkennen en benutten.”

“Ons onderwijs is vaak gericht op dé leerling (in wording) en heeft soms, weliswaar onbedoeld, te weinig aandacht voor het gezin waarin kinderen opgroeien. Toch hebben ouders vaak hetzelfde opvoedingsdoel: ze willen dat hun kind een eigen identiteit ontwikkelt, deel kan uitmaken van de samenleving, kan omgaan met diversiteit, sociaal vaardig is, een goede job vindt … Hier liggen mooie kansen om een partnerschap verder uit te bouwen.”

Hoe zou je een betrokken ouder omschrijven?

Ruben Vanderlinde: “De ouders die aanwezig zijn op de schoolbarbecue en op oudercontacten, zijn uiteraard betrokken ouders. Maar je hebt ook ouders die vooral thuis betrokken zijn bij het schoolse leven van hun kind. Formele betrokkenheid is zichtbaarder, informele betrokkenheid is onzichtbaar maar vaak kwaliteitsvoller.”

Katrien van Laere: “Elke ouder is betrokken bij de opvoeding van zijn kind, alleen uit die betrokkenheid zich niet voor alle ouders op dezelfde manier. Als we ouders nauwelijks zien, vervallen we vaak in vooroordelen. De uitdaging is om die stereotypen – betrokken vs. niet-betrokken – in beweging te zetten en ouderbetrokkenheid te zien als een wederkerige relatie tussen school-ouders: in plaats van enkel ouders te informeren over de school gaat het ook over wat de school van ouders kan leren over het kind.”

Hoe bouw je een relatie op met moeilijk bereikbare ouders?

Ruben Vanderlinde: “Het is een misvatting dat moeilijk bereikbare ouders niet betrokken zijn. Sommige ouders hebben bijvoorbeeld niet de middelen om zich te verplaatsen. Zij vragen een andere aanpak. Sommige scholen zetten dan in op extra formele activiteiten zoals schoolfeesten. Helaas trekken zulke initiatieven vaak dezelfde (gegoede) ouders aan. Soms moet je als leraar een helikopterperspectief innemen om het begrip ‘ouderbetrokkenheid’ vanuit een andere hoek te bekijken en op zoek te gaan naar manieren om, met kleine stapjes, toch contact te maken met die ouders.”

“Wat ik vaak hoor is dat ouders niet naar het oudercontact komen om te horen wat hun kind allemaal verkeerd doet op school. Kies voor een positieve en preventieve benadering: bouw een band met ouders alvorens er ‘problemen’ zijn.”

Katrien Van Laere: “Er zit telkens een verhaal achter ouders die je bijna nooit tot nooit ziet. Ga daarnaar op zoek. En bedenk hoe je deze ouders wel kan bereiken. Dat lukt niet altijd via de bestaande wegen.”

Ruben Vanderlinde en Katrien Van Laere

Ruben Vanderlinde – Prof. Onderwijskunde UGent: “Het is niet omdat ouders uit zichzelf geen vragen stellen, dat ze geen vragen hebben.”

Zijn informele momenten een troef voor kwetsbare kinderen?

Ruben Vanderlinde: “Dat klopt. Scholen organiseren een oudercontact, een infomoment, een schoolbarbecue … Dat zijn belangrijke momenten waar je betrokkenheid kan creëren, maar we vergeten soms het belang van heel kleine, informele contacten die er elke dag zijn tussen ouders en leraren. Daarin zitten veel kansen verscholen om kwaliteitsvolle relaties op te bouwen met alle ouders. Niet alleen die van kwetsbare kinderen.”

Laten we soms kansen liggen tijdens informele contactmomenten?

Katrien Van Laere: “Vooral tijdens breng- en haalmomenten kunnen we meer kansen tot dialoog creëren. Wees beschikbaar en toon aandacht voor hun leefwereld. Verder wordt contact met de vader vaak vergeten. Vaders, grootouders of andere familieleden zijn nochtans even geïnteresseerd én partner in de ontwikkeling en opvoeding van een kind.”

Er zijn altijd ouders die minder goed contact durven leggen tijdens informele momenten. Hoe pak je dat aan?

Ruben Vanderlinde: “Sommige ouders stappen gemakkelijk naar de leraar, andere niet. Die laatste spreek je het best zelf aan om de drempel te verlagen. Vraag gewoon: ‘Hoe gaat het vandaag?’ Het is niet omdat ouders uit zichzelf geen vragen stellen, dat ze geen vragen hebben. Na een tijdje zullen ze ook meer aan jou durven toevertrouwen.”

Katrien Van Laere: “Soms speelt ook de taalbarrière. Zeg ouders expliciet dat ze je mogen onderbreken als ze iets niet begrijpen. Wees je bewust van de taal die je gebruikt en ga na of de ouders wel mee zijn met het gesprek. Let bij anderstalige ouders op met schoolse begrippen (bv. het werkwoord ‘rijmen’) of uitdrukkingen zoals ‘iets onder de knie krijgen’. Anders wordt het contactmoment snel een stress-situatie voor ouders.”

Wat kan beter tijdens de formele contactmomenten?

Ruben Vanderlinde: “Het is tijdens een oudercontact ook een valkuil om vage boodschappen te geven waar de ouder eigenlijk weinig mee kan aanvangen (bv. X is snel afgeleid tijdens de les, als X nog een tandje bijsteekt komt het wel goed, etc.). We zijn ons daar vaak niet bewust van.”

“Bovendien is een oudercontact vaak een monoloog, terwijl wederkerigheid belangrijk is: ruimte laten aan de ouder. Gesprekstechnisch kan dat door tijd te geven voor vragen, om samen tot een consensus te komen en om het gesprek af te ronden. Het is voor veel leraren een uitdaging om ook vragen aan de ouders te stellen.”

“Probeer ook empathisch te zijn en rust te brengen. Ouders zijn vaak zenuwachtig om jou te zien of te horen. Alleen al met je stemtimbre, articulatie en spreektempo, kan je hen geruststellen en een gevoel van vertrouwen geven. Het kan ook helpen om de ouder eerst aan het woord te laten. ‘Hoe gaat het met je kind?’ ‘Wat vertelt het thuis over school?’ en dat als vertrekpunt te nemen van het gesprek.”


Een goed vertrekpunt in een oudergesprek kan zijn: hoe gaat het met jou en je kind op school?

Katrien Van Laere - Vernieuwing in de Basisvoorziening voor Jonge Kinderen

Katrien Van Laere: “Niet alle ouders weten wat het doel is van een oudercontact. Vertel dat dus en zeg ook wat je verwacht van de ouders. Zij baseren zich vaak op eigen ervaringen. Als je open communiceert, ontstaan er minder misvattingen. Verder is het belangrijk dat ouders zich welkom voelen: bied ze bijvoorbeeld iets aan om te drinken en vraag hoe het met hen gaat. Als je dat systematisch inbouwt, krijgt je gesprek een totaal andere dynamiek. Die gastvrijheid nodigt hen uit om open over het kind te praten. Een goed vertrekpunt in het gesprek kan zijn: hoe gaat het met jou en jouw kind op school?”

Waar let je het beste op bij contacten met ouders?

Katrien Van Laere: “Maak van het contact met de ouders geen eenrichtingsverkeer. Een armoedevereniging wees ons erop dat ‘een kind geen postbode is’. Communiceer dus niet alleen met briefjes en ga in dialoog. Zelfs al zijn dat heel korte gesprekken, kan je die het best volgens een vast stramien opbouwen en positief opstarten. Je opent dan het gesprek, je geeft de boodschap en komt uiteindelijk tot een afspraak om contact op te nemen met een bepaald persoon als er nog iets is. En zo kan je het gesprek afronden met een compromis. Dat stelt ouders ook gerust dat ze bij jou of iemand anders hiervoor terecht kunnen.”

“Belangrijk is ook om een positieve sfeer te creëren en te behouden door ouders niet alleen aan te spreken vanuit een probleem, of te vertrekken vanuit het negatieve, maar vooral ook vanuit dingen die goed lopen.”

 

 

Als ouders vragen stellen, zijn dat vaak zorgvragen.

Katrien Van Laere: “Dat is heel normaal. Kinderen spenderen een groot deel van de dag op school. Ze eten, spelen, en leren er. Ouders zijn uiteraard ook bekommerd om de gezondheid van hun kind. Je hoort vaak: ‘Heeft hij zijn boterhammen opgegeten vandaag?’ of ‘Ze klaagt over oorpijn. Ging het wel vandaag?’. Zorgvragen dienen vaak als toegangspoort om contact te leggen met de leraar. Soms voelen ouders zich niet bekwaam genoeg om te spreken over leren in de klas of over de taalontwikkeling. Zorgvragen komen voort uit het idee van ‘samen opvoeden’.”

“Ouders zijn soms op zoek naar een ingang om een gesprek te voeren en een zorgvraag af te vuren, maar soms is het zo druk dat ouders zich niet gehoord voelen. Je kan ook de vraag of bezorgdheid van ouders even parkeren en afspreken om er op een ander moment dieper op in te gaan.”

Waar kunnen scholen in hun ouderbeleid aandacht voor hebben?

Ruben Vanderlinde: “Er zijn veel leraren die positief aandacht besteden aan de relatie met ouders, maar het is belangrijk dat het schoolbeleid hen ondersteunt. Ouderbetrokkenheid situeert zich ook bij de directeur, de zorgcoördinator, brugfiguren … Wees bereikbaar: besef dat niet elke ouder zijn kind om half 4 aan de schoolpoort kan ophalen. Zorg bijvoorbeeld dat zij je ook ‘s avonds eens kunnen opbellen.”

Katrien Van Laere

Katrien Van Laere – Vernieuwing in de Basisvoorziening voor Jonge Kinderen: “In onze superdiverse samenleving is het essentieel om ouders zelf te laten ervaren wat er in de kleuterklas gebeurt.”

Katrien Van Laere: “De school kan ook inzetten op ouders ‘s ochtends en ‘s namiddags in de klas ontvangen. Op die manier benadruk je het ‘samen opvoeden’. Met een vast ouder-kindmoment ‘s ochtends kan je de kleuters langzaamaan bewustmaken van de overgang thuis-school. Dat stelt de kinderen, maar ook de ouders gerust.”

“In onze superdiverse samenleving is het essentieel om ouders zelf te laten ervaren ‘wat in de klas gebeurt met mijn kind?’. Vaak gaan we ervan uit dat ze dat weten. We zijn samen met Frankrijk en Wallonië de enige onderwijssystemen waarbij je al op 2,5 of 2 jaar naar school gaat. Het is dus niet abnormaal dat ouders met migratieachtergrond zich moeilijk kunnen voorstellen wat naar school gaan kan betekenen op die leeftijd.”

Veel scholen willen wel werken aan ouderbetrokkenheid, wat is een goede start?

Katrien Van Laere: “Kijk eerst naar de bestaande contactmomenten. Wat loopt er goed en wat minder, wie bereiken we vooral en wat wordt daar verteld? Daarna kan je als school nagaan wat er leeft bij de ouders. Vaak nemen ze een ondergeschikte positie in. Ze zetten een stap terug omdat ze het systeem niet in vraag willen stellen. Maar eigenlijk willen ze meestal wel graag ervaringen uitwisselen. Als je je daar zelf nog wat onzeker in voelt, kan je hulp inschakelen van inloopteams, of professionals die ervaringen hebben in het werken met ouders. Dat kan een startpunt zijn om verder na te denken over een ouderbeleid.”

“Een nieuwe visie rond contactmomenten met ouders, vraagt discussie- en brainstormmomenten in het team, afstemming met ouders. Kijk eens over het muurtje naar hoe andere scholen dat doen. Er zijn scholen die bijvoorbeeld beslist hebben om de ouders uit te nodigen in de klas omdat de breng- en haalmomenten aan de schoolpoort heel hectisch verliepen. Zo’n omwenteling gaat gepaard met vallen en opstaan, maar zeker ook met succesmomenten.”

Hoe kunnen we deze inzichten doortrekken naar kwaliteitsvolle interacties met ouders in het lager en secundair onderwijs?

Ruben Vanderlinde: “Ook daar is de relatie met ouders cruciaal. Bovendien is een sterk beleid rond ouders op schoolniveau cruciaal om de overgang van kleuter-lager-secundair te vergemakkelijken. ”

Katrien van Laere: “Als je als school zo’n visie wil uitbouwen, dan moet je klein beginnen. Je kan bijvoorbeeld starten in de eerste kleuterklas, evalueren en dan de brug maken naar de lagere school. Dat is niet alleen voordelig voor het kind en de ouder, maar ook voor de leraar. Je kent de ouder beter en je kan sneller inspelen op zaken die goed lopen, of problemen.”
 


Katrien Van Laere werkt aan het VBJK (Vernieuwing in de Basisvoorziening voor Jonge Kinderen). Ruben Vanderlinde is prof. Onderwijskunde aan de Universiteit Gent.

 

logo Kleine kinderen grote kansen

Het project ‘Kleine Kinderen Grote Kansen’ wil kinderarmoede en sociale ongelijkheid in Vlaanderen helpen aanpakken. Werken aan kwaliteitsvolle relaties met ouders helpt daarbij. Meer info op www.grotekansen.be

Het beste van Klasse in je mailbox?

  • Al 51.000 leraren zijn abonnee
  • 1 keer per week en helemaal gratis
  • Verhalen van collega’s, concrete praktijktips, exclusieve wedstrijden ...