Gepubliceerd op
Specialist

De loopbaancoach: “Laat leraren stilstaan bij hun job vóór ze crashen.”

Annick Jehaes is leraar wiskunde én loopbaancoach. Ze vertelt met welke vragen leraren worstelen en hoe ze hun job weer glans kunnen geven. Wat doet de loopbaancoach met leraren?

portret Annick Jehaes, leraar wiskunde én loopbaancoach

Leraar en loopbaancoach: hoe kom je tot die combinatie?

Annick: “Ik zie mezelf in de eerste plaats als leraar wiskunde. Ik geef nog steeds 15 uur les. Enkele jaren geleden volgde ik een postgraduaat ‘Talentontwikkeling’ omdat ik mijn ei in de klas niet helemaal kwijt kon. De positie van coach is op zich prachtig. Je staat niet boven, maar naast iemand. Je geeft raad, moedigt aan en viert samen successen. Maar door de wildgroei aan ’coaches’ ben ik zelf voorzichtig met die term. De VDAB heeft wel de normen verstrengd om jezelf loopbaancoach te noemen. Terecht, want ik hoor soms ook bedenkelijke verhalen.”
 

Welk prijskaartje hangt er aan loopbaancoaching vast?

Annick: “Met loopbaancheques heb je elke 6 jaar recht op 8 uur loopbaanbegeleiding. Je betaalt zelf 80 euro. Wie meer begeleiding wil, betaalt de begeleiding volledig uit eigen zak. Kostbare uren dus, die je zo goed mogelijk moet benutten. Door niet enkel tijdens de sessies te werken maar ook ‘huiswerk’ mee te geven. Door een duidelijk traject te volgen. En samen een doel te bepalen: wanneer zou je tevreden zijn, wat wil je hieruit leren? Als je leraren begeleidt, moet je de onderwijscontext ook kennen. Het blijft toch een bijzondere werkvloer, met erg specifieke uitdagingen en regels.”
 

Wie klopt bij je aan?

Annick: “Leraren die voelen dat ze afglijden. ‘Als ik van school kom, ben ik doodop’. ‘Vroeger had ik zoveel energie, en nu is alles er te veel aan’. Gedreven mensen, maar ze botsen op frustraties. Ze voldoen niet meer aan hun eigen verwachtingen, lopen tegen moeilijke samenwerkingen aan of hebben het lastig met een bepaald aspect van hun opdracht. Het zijn vaak de toppertjes die jaren de kar trokken en zich de vraag stellen of ze dat wel volhouden.”
 

Wanneer komt die vraag naar boven?

Annick: “Wie in een depressie verzeilt, stapt naar de psycholoog of de psychiater. Maar heb je nog voldoende veerkracht om er wat aan te doen, dan kan loopbaancoaching net de vangrail zijn. Je hoeft niet te crashen voor je weer kan opbouwen. Jammer genoeg gaan leraren vaak pas op de rem staan als het fout gaat. Schoolvakanties versterken dat patroon. Je bijt op je tanden en telt af. Dan zet je alles even aan de kant, kom je op adem en kijk je alweer vooruit. Dat zorgt ervoor dat je de alarmbelletjes telkens weer negeert. Mensen komen met hun twijfels naar mij als het schooljaar op volle toeren is. Terwijl je tijdens de zomer net de kans hebt om afstand te nemen en te achterhalen wat je noden zijn.”


Jammer genoeg gaan leraren vaak pas op de rem staan als het fout gaat.

Annick Jehaes - leraar wiskunde én loopbaancoach

Wat willen mensen te weten komen?

Annick: “‘Ben ik een goede leraar?’ En ‘wil ik leraar blijven’? Meestal is de conclusie duidelijk: ‘Mijn plaats is in de klas’. Daar komen ze achter als ze nagaan waarom ze leraar werden. Of als ze mensen uit hun omgeving – collega’s, leerlingen, hun directeur – vragen hoe die hen zien. Een leraar die lesgaf aan laatstejaars bso twijfelde aan zichzelf. Op mijn aanraden vroeg ze haar leerlingen om feedback. ‘We weten wat we aan u hebben, mevrouw’. Niet dat ze te streng was, zoals ze zelf soms dacht. Ze straalde toen ze erover vertelde. Het schouderklopje van die gasten was een keerpunt.”
 

Hoe help je leraren om naar zichzelf te kijken?

Annick: Ik laat ze hun eigen ‘ijsberg’ in kaart brengen. Te vaak zien leraren enkel wat boven de waterlijn zit. Ook door het soort vragen dat ze krijgen van collega’s of van hun directeur: ‘Heb je die klas niet in de hand?’ ‘Had je een conflict met een collega?’ ‘Slaag je er niet in om de taken van je leerlingen op tijd te verbeteren?’ Een gemiste kans, want het probleem zit ónder de waterlijn. Stel: jouw school heeft strikte sancties rond smartphones in de klas. Eén leraar ziet akkefietjes door de vingers, zijn collega’s vinden dat onprofessioneel. Een welles-nietesspelletje over regelnichten en plantrekkers ligt op de loer, terwijl het échte gesprek over fundamentele waarden gaat. Als die ene leraar zijn klasmanagement niet wil baseren op sancties maar op een sterke relationele basis met zijn leerlingen, zijn die strikte regels in strijd met wie hij is als mens, en als leraar.”
 

Wat kan je leren uit loopbaancoaching?

Annick: Je ontdekt welke waarden jij belangrijk vindt. En wordt daardoor milder voor jezelf én voor anderen. Erger je je aan die chaotische collega die zijn boekentas overal laat slingeren? Reken maar dat hij ook sterktes heeft waar jij iets van kan opsteken. Je leert ook je persoonlijke drijfveren kennen: waarom sta je in het onderwijs? Wat geeft jou de drive om door te gaan? Iemand kan zich bijvoorbeeld geweldig optrekken aan de groepssfeer in je klas. Aan dat ene kind dat ondanks alles tóch vorderingen maakt. Of aan een lesonderwerp dat je enorm fascineert. Maar dat is dus bij iedereen anders.”
 

Hoe maak je als directeur van die verschillen een troef?

Annick: “ Door te benadrukken dat elk teamlid zijn eigen sterktes meebrengt naar school en naar de klas. Je kan het ook alleen redden als leraar als je jezelf, authentiek kan zijn. Je hele team team moet oog hebben voor elkaars talenten en waarderen dat iedereen anders is. Extraverte profielen zijn bijvoorbeeld automatisch meer zichtbaar op school. Het gevaar bestaat dat je de sterktes van die mensen hoger inschat. Introverte mensen daarentegen zullen in het begin een minder sterke indruk nalaten, maar in de klas kan hun persoonlijkheid van goudwaarde zijn. Het is jammer als mensen uit het onderwijs vertrekken omdat ze niet in een bepaald plaatje passen.”

portret Annick Jehaes, leraar wiskunde én loopbaancoach

Annick Jehaes: “Samen nadenken over je sterktes en zwaktes, dat werkt wel”

Kan ook de omgeving de oorzaak zijn dat iemand twijfelt aan zijn job?

Annick: “Je eigen kwaliteiten en drijfveren in kaart brengen is een eerste stap. Van daaruit komen andere aspecten van je job in beeld. Wat geeft je energie? En wat zijn je energienemers? Als 1 aspect van je job niet loopt, blokt dat je gezichtsveld en slaag je er niet meer in om te zien wat wél goed gaat. Daarom ontwikkelde ik samen met Karen Van den Broeck de werkbalans, een tool voor leraren om hun job zo volledig mogelijk in kaart te brengen. Met groene kaartjes voor jobelementen die je als positief ervaart, en rode kaartjes voor wat niet loopt. Zo leer je afstand nemen. Minder confronterend en je denkt helder na.”
 

Als alles in kaart is gebracht, is het tijd voor actie. Kan een directeur daarbij helpen?

Annick: “Heel vaak hebben leraren zelf al stappen gezet. Maar het helpt als je ze met een frisse blik naar oplossingen helpt zoeken. Die kunnen heel eenvoudig zijn: nee leren zeggen en hun grenzen leren afbakenen, bijvoorbeeld. Of hun planlast naar beneden halen. Veel leraren klagen daarover. Een leraar Engels maakte voor elke leerling bij elke schrijftaak een evaluatie van 1 A4’tje. Onnoemelijk veel werk. Toen hij een beurtrol uitwerkte waarbij telkens een deel van de klas die uitgebreide feedback kreeg, lukte het wel. Let wel op met goedbedoeld advies. Voor de ene leraar is een cursus time management dé oplossing, maar iemand anders heeft daar helemaal geen boodschap aan. En ‘laat het los’ als advies aan een perfectionist is zinloos.”
 

Kan je ook met je hele team samen op zoek naar inzichten?

Annick: “Samen met collega’s naar je job kijken is zinvol. Een spreker naar je school halen die met dure termen zwaait om het werkgeluk van je team op te krikken? Daar geloof ik niet in. Samen nadenken over je sterktes en zwaktes, over wat jij nodig hebt in je job, over wat zich beneden de waterlijn afspeelt: dat werkt wel. Na zo’n sessie wandelen leraren vaak buiten met een betere kijk op zichzelf, hun job en hun collega’s.”
 

‘Het onderwijs is niks voor mij’: kan ook dat de conclusie zijn?

Annick: “Af en toe komt iemand tot het besluit dat hij uit het onderwijs moet stappen. Maar veruit de meeste leraren beslissen om te blijven. In andere sectoren is het heel normaal als je eens van job verandert. In het onderwijs zie je dat minder vaak. Terwijl het gezond is om je blik regelmatig te verruimen. Maar dat kan ook op andere manieren. Eindelijk gitaar leren spelen, wat minder uren lesgeven om in bijberoep iets helemaal anders te doen of je inzetten voor een nevenproject dat je echt de moeite vindt. Als directeur kan je dat stimuleren.”
 

Of op tijd en stond je team eens door elkaar gooien en met opdrachten schuiven?

Annick: “De vlakke onderwijsloopbaan kan inderdaad een valkuil zijn. Maar niet iedereen houdt van verandering. Wie daar wél nood aan heeft, moet beseffen dat ze daarvoor zélf de sleutel in handen hebben. Ze moeten niet wachten tot de directeur iets aan hun opdracht wijzigt, tot de leerlingen hun vak eindelijk snappen of hun collega inziet dat hij zich anders moet opstellen. Mijn raad? Neem je lot zelf in handen. Sta op tijd stil bij wat je doet en zoek uit hoe jij op een authentieke manier je job kan doen.”
 

Annick Jehaes is leraar, loopbaancoach, mede-auteur van ‘Mijn Werkbalans’ (Garant, 2017) en auteur van ‘Veerkrachtig voor de klas’ (Politeia, 2018). Daarin kijkt ze naar de diverse facetten van het lerarenbestaan en nodigt ze leraren uit om met een persoonlijk stappenplan en concrete acties te werken aan meer veerkracht.

Het beste van Klasse in je mailbox?

  • Al 51.000 leraren zijn abonnee
  • 1 keer per week en helemaal gratis
  • Verhalen van collega’s, concrete praktijktips, exclusieve wedstrijden ...